Na ophef kost de dode kat een ton

De Orvillecopter in volle vlucht. Foto Reuters

Kunstenaar Bart Jansen had niet verwacht dat er zoveel reacties zouden komen op zijn Orvillecopter (2012), het kunstwerk dat hij maakte van zijn overleden kat. Het dier was doodgereden en werd door de dierenambulance thuisbezorgd. Jansen, die in 2007 toevallig al een Aangereden Dierenboek had gemaakt, legde zijn huisdier in de vriezer, „naast de kroketten”. Na twee dagen rouw besloot hij Orville, vernoemd naar vliegpionier Orville Wright, op te zetten en propellers te geven, zodat het dier zou kunnen vliegen. „Ik wilde iets leuks met hem doen. Het was een eerbetoon”, zegt Jansen.

Het werk was afgelopen week te zien op de KunstRAI in Amsterdam. Op de openingsdag, woensdag, lag de kat stil op zijn sokkel, naast een opgezette rat met propeller die soms snorrend opsteeg. Van ophef was nog weinig te merken.

Maar nadat een aantal dagbladen donderdag foto’s hadden geplaatst van de kat, kwamen de eerste reacties los. In de nacht van vrijdag bekladden onbekenden het RAI-gebouw. „Dood aan de dierendoders” stond er op de gevel, en: „Schande!” De Partij voor de Dieren noemde het kunstwerk „smakeloos” en vond het niet getuigen van respect voor dieren.

Geoffry van Vugt, eigenaar van St. Art, de galerie uit Stampersgat die het werk had meegenomen naar de beurs, begrijpt de commotie niet. „Mensen zetten wel vaker hun overleden huisdier op”, zegt hij. „Orville wás al dood. Hij is niet zielig. Het kunstwerk dat van hem is gemaakt, straalt kracht uit.”

De galerie kondigde aan dat de kat zondag, op de laatste beursdag, de lucht in zou gaan. Regionale tv-zenders en persbureau Reuters stonden paraat. Het filmpje van Reuters ging de hele wereld over. Onder meer The Washington Post, The Herald Sun en The Telegraph publiceerden foto’s. De teneur was veelal dat het werk „heel erg fout” (The Herald Sun) is. Over de opgezette rat repte niemand.

Ondertussen is de prijs van het kunstwerk ook de lucht in gegaan. Eerst hing er een prijskaartje bij van 12.500 euro. „Dat hebben we weggehaald toen de belangstelling explodeerde”, zegt Jansen. Uit het buitenland is een bod gedaan van 100.000 euro. Galerie en kunstenaar hebben nog niet toegehapt; ze zoeken naar mogelijkheden om het werk langer in eigen beheer te houden, om het te exposeren.

Binnenkort is het werk in elk geval nog te zien op de Zomerexpo in het Gemeentemuseum Den Haag.

    • Claudia Kammer