Kritiek op een plan dat er niet is

In mei was Mark Rutte in Brussel nog voorstander van een ‘masterplan’ over de toekomst van Europa. Maar nu krabbelt hij terug.

Correspondent Brussel

Brussel. Niemand weet er het fijne van, maar iedereen had er gisteren in Den Haag een mening over: het ‘masterplan’ van Europees president Herman Van Rompuy en andere Europese leiders dat Europa uit de crisis moet krijgen.

Wat zijn de feiten? Rutte verzette zich niet toen de Europese regeringsleiders tijdens een top in Brussel op 23 mei Herman Van Rompuy vroegen om eind juni een rapport over „de belangrijkste bouwstenen” voor meer economische eenheid. Rutte stond er, volgens getuigen, zelfs vierkant achter dat Van Rompuy dit samen met ECB-president Draghi, eurogroepvoorzitter Juncker en Commissievoorzitter Barroso zou gaan doen. Wegens de chaos in Griekenland en dreigende bankfaillissementen in Spanje deelden zij deze analyse: „Wij moeten de Economische en Monetaire Unie naar een nieuw niveau brengen.”

Aan het eind van de top (een diner dat vijf uur duurde) las Van Rompuy zelfs de korte passage nog even voor die hij hierover even later tegen de wachtende media wilde uitspreken. Er stond letterlijk dat er „algehele overeenstemming” was (toppentaal voor ‘iedereen staat erachter’) dat „we de economische unie moeten versterken om het in verhouding te brengen met de monetaire unie”. De Duitse bondskanselier wilde een paar woorden wijzigen. Rutte niet.

Van Rompuy zal dus op de volgende top, eind juni, de inhoud van het masterplan – een in Brussel onbekende term – presenteren. Toch maakt een deel van de Tweede Kamer zich nu al zorgen. Sommigen vrezen dat de Belg de crisis gebruikt om de macht van Europa uit te breiden.

En ook Rutte lijkt nu terug te krabbelen. Hij verklaarde gisteren geen eurofiel te zijn, maar noemde het belangrijk dat Van Rompuy onderzoekt hoe de economie van de Europese Unie op de langere termijn beter gaat werken. Maar het op korte termijn invoeren van euro-obligaties bijvoorbeeld – waardoor eurolanden deels garant komen te staan voor elkaars schulden – noemde hij waanzinnig.

Op maandag al had Rutte stelling genomen tegen de Brusselse plannenmakerij. Tegenover persbureau ANP zei hij dat „we ons niet moeten verliezen in structuurdiscussies over de toekomst van Europa”. Daarmee refereerde hij aan een redevoering van Van Rompuy (zie inzet), waarin de Belg aangaf de Economische en Monetaire Unie te willen versterken: bijvoorbeeld door meer samenwerking op het vlak van banken (toezicht) en begrotingen. „Er is geen weg terug”, zei Van Rompuy. „Er is alleen de weg vooruit naar meer integratie.”

Ruttes kritische woorden naar aanleiding van Van Rompuys masterplan maakten weinig indruk in Brussel. In de Europese hoofdstad weet men inmiddels wel dat „meer Europa” in Nederland gevoelig ligt. En dat Nederlandse politici zich in eigen land nationalistischer voordoen dan in Brussel.

„In het begin schrik je daarvan”, zei een diplomaat uit een van de buurlanden, „maar nu zijn we eraan gewend. Als Rutte of minister De Jager [CDA, Financiën] iets zegt, doen we er een onsje van af.”

    • Caroline de Gruyter