John Cage vat anarchie en gekte in 2.293 geluiden

Het Muziekgebouw aan ’t IJ moet komend weekend één groot John Cage-theater worden. In Keulen werd zijn ‘Roaratorio’ met lang applaus ontvangen.

Gloria Rehm in ‘Europera 4’ van John Cage. ‘Europera 3 & 4’ is te zien op het Holland Festival. Foto Matthias Baus

Een sissende trein. Stromend water. Het geluid van kerkklokken. Stampende laarzen, kindergehuil en gekwetter van vogels. Of horen we toch iets anders? De geluidsband van de ‘compositie’ Roaratorio van John Cage is een speelse kakofonie. Dan zitten er ook nog vier Ierse musici live op het podium muziek te maken, echter zonder samen te spelen. De stem van Cage (1912-1992) klinkt door de speakers, en leest een uittreksel voor van het ultracomplexe boek Finnegans Wake van James Joyce. Alle geluiden tezamen doen in de Hochschüle für Musik in Keulen, waar Roaratorio onderdeel is van het festival Acht Brücken, de oren tuiten.

‘The Theatre of John Cage.’ Onder die noemer brengt het Holland Festival aanstaand weekend diverse muziektheatrale werken van de Amerikaanse componist Cage, die dit jaar honderd zou zijn geworden. De zalen en foyers van het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ moeten één groot Cage-theater worden.

De titel is veelomvattend: bijna alles wat Cage voortbracht lijkt wel een theatraal element te hebben, of het nu de oorverdovende stilte is van 4’33” of het gebruik van een reuzencactus als muziekinstrument. Immers, in Cages opvatting kan muziek uit élk mogelijk geluid bestaan, inclusief stilte, hetgeen soms tot zeer theatrale concerten en ‘happenings’ leidt.

Tegelijkertijd is er bijna niets te vinden in zijn oeuvre dat daadwerkelijk op een traditioneel theaterwerk met duidelijke opbouw lijkt. Daarvoor was Cage te veel een zenboeddhist. Middels kansberekeningen liet hij een deel van de beslissingen over dynamiek, timbre en zelfs volgorde van de te spelen muziekfragmenten over aan het toeval. Ook krijgen uitvoerders veel vrijheden.

En dus heeft het dubbelluik Europeras 3 & 4, dat op zondagmiddag wordt uitgevoerd, weliswaar veel weg van een operacompositie maar breekt het tegelijkertijd met alle operawetten. Hier heeft Cage geen moderne opera gecomponeerd, maar eerder een collage gemaakt van vele opera’s uit de Europese traditie bij wijze van parodie én hommage. Er klinken talloze fragmenten en uittreksels middels zang, piano’s, elektronica en 78-toerenplaten, de kostuumwisseling is virtuoos. Een klassiek libretto ontbreekt uiteraard.

„Cage hield inderdaad van toeval en ambivalentie, veel laat hij graag aan de toeschouwer over”, zegt John David Fullemann na afloop van Roaratorio. Als jonge geluidstechnicus reisde Fullemann in 1979 samen met Cage per auto door Ierland. Vier weken lang verzamelden ze zo veel mogelijk geluiden. Het einddoel: een soundscape maken van Joyces Finnegans Wake. Cage had ruim vierduizend omschrijvingen van geluid gevonden in dit boek. Na een selectie via toevalsprocessen en praktische keuzes werden uiteindelijk 2.293 geluiden verwerkt in Roaratorio.

In Keulen reageert het publiek met een lang applaus. „Dat was hartverwarmend”, beaamt Fullemann. „Maar soms zijn er na afloop ook klagers. Sommige luisteraars zijn boos omdat ze bepaalde individuele geluiden niet goed hadden gehoord, of omdat de musici werden overstemd. Maar dat is nu juist het punt: de geluiden zijn heel ambivalent, iedereen hoort er iets anders in. Een moeder zal bijvoorbeeld eerder het fragment van een huilende baby opvangen. En of je een bepaald geluid interpreteert als een vallende munt of als vogelgezang, zegt ook veel over de betreffende luisteraar. Het maakt Roaratorio tot een verinnerlijkte vorm van theater.”

Het Holland Festival noemt de uitvoering van Roaratorio, een coproductie met Keulen, een historisch verantwoorde uitvoering. Naast Fullemann hebben immers ook de vier deelnemende Ierse musici tot de dood van Cage met hem samengewerkt. Naast een doedelzakspeler, een fluitist en een drummer speelt ook violist Paddy Glackin mee. „Hoe vaak ik ook heb meegespeeld, ik blijf steeds nieuwe geluiden horen”, vertelt hij. „Toegegeven, in Finnegans Wake ben ik als lezer telkens gestrand. Maar Roaratorio overstijgt de taal, het is een geluidservaring die niemand onberoerd laat. Tegelijkertijd vat Cage de anarchie en de gekte van het boek uitstekend samen.”

Elk van de vier musici mag in totaal 20 minuten met de één uur durende geluidsband meespelen, de spelmomenten en de Ierse melodietjes naar keuze uit te zoeken. Maar met elkaar samenspelen mag uitdrukkelijk niet, dan zou het te veel op een ‘normaal’ concert gaan lijken. Toch kropen de musici in Keulen onbedoeld steeds meer naar elkaar toe. „Dat is het lastigste aspect aan dit werk”, zegt fluitist Seamus Tansey. „Ik probeerde me te concentreren op de geluidsband, en had op een goed moment een dialoog met een vogeltje.”

Fullemann vindt Roaratorio „een viering van Ierland, een viering van het luisteren en een viering van de verwarring. Als luisteraar verlies je door de enorme klankdichtheid alle controle. En dat is uiterst opwindend.”

The Theatre of John Cage, o.a. Roaratorio, Europeras 3 & 4: 9 en 10/6, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. www.hollandfestival.nl

    • Floris Don