Historisch moment

Verhaal over acht dames op leeftijd die achter een cijferslot doen aan kleinschalig wonen. In de hoofdrol mevrouw Niterink (86), de moeder van Tosca Niterink.

Ze ligt in bed. In diepe slaap. Oorbellen in, kleren aan. Zonde om haar wakker te maken.

„Doe het toch maar”, zegt de zuster, anders slaapt ze vannacht weer niet! Uw moeder heeft de hele nacht lopen spoken. ‘Iedereen moet naar het verzamelpunt komen’, riep ze steeds. Wat ze daar nou mee bedoelde?”

We zitten met zijn allen aan tafel.

De zoon van mevrouw Map heeft thee gezet.

Zuster Jorien (dat dit soort mooie, lieve, jonge, onbaatzuchtige zusters nog steeds geboren worden) danst binnen met mevrouw Kistenmaker. „U was jarig gisteren!”, jubelt ze.

„Ik?”

„Ja kijk, de slingers hangen er nog!”

„Ik ben mijn bril kwijt”, zegt mevrouw Glims.

„Ik heb er eentje op”, zegt Kistenmaker, „is die misschien van u?”

„Nou verhip! Ik geloof het wel! Dank u.”

„Maar ik dan”, mompelt Kistenmaker.

„Wacht”, zegt mijn moeder, „ik heb er eentje om mijn nek hangen!”

„O, dank u!”, roept Kistenmaker blij.

„Er ligt hier ook een bril op tafel”, wijst mevrouw Warmerdam.

„O, dan zal die van mij zijn”, zegt mijn moeder, „want ik kan de mijne niet vinden!” Ze zoekt in de tas die ze dag en nacht met haar leven bewaakt. De inhoud wordt steeds wonderlijker. Twee tandenborstels, een suikertang, de afstandsbediening van haar tv.

„Wat moet je hier allemaal mee, mam?” Ik houd een schuursponsje omhoog en een soeplepel.

„Tja”, zegt mijn moeder en begint te schaterlachen, „geen idee!”

„Ik zie niks door deze bril!”, roept Kistenmaker.

„Ik ook niet”, zegt Glims.

Er volgt een groepsbrillenwisseling die nog meer verwarring schept.

Op de gang hangen foto’s van de dames. Aan de hand daarvan kunnen we de boel reconstrueren.

„Zuster”, zegt Glims als ze allemaal hun eigen bril weer ophebben, „heeft u alles genoteerd?”

„Wat?”

„Onze namen, zoals we hier zitten. Dit is toch een historisch moment!”

Mevrouw Van Haren begint te zingen. „Ladelidelodeloe!”

„Ze heeft omgekeerde Gilles de la Tourette”, zegt Annie. „Als je naar haar stewardessenverleden vraagt, begint ze te zingen.”

„Is ze stewardess geweest?”, roept Glims enthousiast. „Ik heb vroeger eens gevlogen, toen heb ik haar vast gezien, ze kwam me al zo bekend voor!”

„Wat zegt ze, zuster?”, zegt mevrouw Wormerveer. „Ik ben toch zo doof.”

„Ze is stewardess geweest!”, roept mijn moeder.

„O stewardess! Daar zal wel een hele studie voor nodig zijn!”

„Was zeker niet eenvoudig, om je evenwicht te bewaren, met de koffie?”, informeert Glims.

„Jazeker”, zegt Van Haren, „je had al die dingen en mijn man en ik zaten met de kinderen in Scheveningen, lekker lekker, ladelidelodeloe!”

„Wat zegt ze, zuster?”, roept Wormerveer met haar hand achter haar oor. „Ik kan het niet verstaan.”

„Tja, wat zegt ze mam?”

„Geen idee, ik kan er geen touw aan vastknopen.”

„Ik ook niet”, zegt Glims, „daarom moeten we de zuster vragen om het allemaal te noteren, kunnen we het later nog eens rustig nalezen!”

Foto: Anita Janssen

Tekst:Tosca Niterink

    • Tosca Niterink
    • Anita Janssen