Flipflop

Vroeger vond ik spinazie stom, maar nu, flipflop, smul ik ervan. Eerst leek Obama mij een soort Mandela, maar nu, flipflop, vind ik hem bijna zo eng als Bush. Ooit stemde ik op stadspartij Leiden Weer Gezellig, maar dat, flipflop, doe ik het nooit weer.

Flipfloppen is van mening veranderen. Wie nooit van mening verandert, denkt nooit na. Wie nooit nadenkt, gaat flippen. En flopt.

Flipflop is het geluid van voorthuppelend inzicht. Vroeger was ik tegen flipfloppen, nu ben ik, flipflop, voor.

En het is een toptijd voor flipfloppers. De wereld kantelt, alles verandert, China is nu eindbaas, Geert vecht niet meer tegen moslims, maar tegen een muntje, Peter R. is opeens pleite, ieder kiest opnieuw positie, vijanden zoeken nieuwe vijanden, vrienden zoeken nieuwe vrienden en overal klinkt: flipflop.

Kunstenaars, bijvoorbeeld, hielden nooit zo van Joop van den Ende. Want Joop sloopte de kunst. Alles van waarde werd in zijn handen commerciële pulp. Youp van ’t Hek, zelf kunstenaar, noemde het zelfs: endemollen.

Maar, flipflop, Joop ontpopte zich de laatste jaren als vurig strijder voor de hogere cultuur. Hij vocht als een leeuw tegen een kunsthatend kabinet. En de kunstenaars? Dolblij zijn ze nu met hun nieuwe held.

Vijanden werden vrienden: een fraaie flipflop. Maar het kan ook lelijk.

Bij GeenStijl werkt een knaap genaamd Johnny Quid. Deze Johnnyboy was onlangs nog diep gelovig. Schreef zelfs boekjes over Jezus voor de jeugd. „Jong zijn is soms een zwaar en verwarrend iets”, stond er. „Jij bent bijzonder en kan een unieke bijdrage leveren aan een gezamenlijk doel: Jezus verhogen.” Tot hij van baan flipflopte en stukjes ging tikken voor GeenStijl. Stoere stukjes waren dat, tégen grrristenen, met échte vloeken. Van God is groot naar God is dood in 3,4 seconde – ’t Is knap. Maar ’t werd nog knapper.

Zondag had Johnny opnieuw een epifanie. Hij had nagedacht. En nagedacht. En nagedacht. En hard gebeden, o nee, nagedacht. En toen schreef hij het gewoon op: Wilders is eigenlijk niet goed, maar juist slecht, want, komt-ie, hij verandert soms van mening.

Mens zijn is een verwarrend iets. Vroeger was ik tegen flipfloppen, nu ben ik voor. Maar als je flipflopt, flipflop dan s.v.p. sierlijk, als een soort flikflak, anders flopt het.

    • Arjen van Veelen