Ernst en humor in rouwverwerking

Requiem van Micha Hamel. Gehoord: 5/6 De Duif Amsterdam. Herh. 6/6. www.hollandfestival.nl ****

De taal van de westerse kunstmuziek is uitgeput, haar maatschappelijke relevantie geminimaliseerd. Dat concludeert componist Micha Hamel, die in opdracht van het Holland Festival een requiem schreef om het beschavingsideaal te herdenken.

Dat pakte vruchtbaar en soms zelfs lichtvoetig uit. In De Duif, een Amsterdamse kerk, ensceneerde hij een voorstelling die zich beweegt tussen concert, theater en ritueel.

Ceremoniemeester is acteur Porgy Franssen, die het publiek met ernst en humor een handleiding voor rouwverwerking in zeven stadia aanreikt. Tenor Marcel Beekman zingt de famous last words van westerse kunstenaars, terwijl een concertvleugel bij wijze van een grafkist stap voor stap de kerk verlaat. Tien excellente instrumentalisten aan de wandel geven muzikaal commentaar.

Het grootste wonder van Requiem is Hamels vermogen de diverse stijlen en vormen tot een boeiend geheel te smeden. Terwijl keihard slagwerk nog nagalmt wordt een lief zoet liedje ingezet. De stemming van het kerkorgel wringt met de blazers. Franssen spreekt door de muziek, Beekman zingt met grote uithalen. Welke flarden muziek overheersen, hangt maar net af van waar je zit.

Schubert, wiens liedkunst volgens Hamel tot het uitstervend Bildungsbürgertum behoort, kreeg het laatste woord: „Hier, hier ist mein Ende.”