De wetenschapper met het overzichtelijke ego

Het waren twee goedgemutste presidenten bij elkaar, gistermiddag in het Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam: scheidend KNAW-president Robbert Dijkgraaf en demissionair minister-president Mark Rutte. Beiden staan bekend om hun jongensachtigheid en hun onverslijtbare lach. Maar slechts één van hen kreeg een staande ovatie: Robbert Dijkgraaf. Tijdens Dijkgraafs laatste jaarrede, zijn jaarlijkse toespraak als KNAW-president, hing iedereen aan zijn lippen alsof het om een van zijn optredens bij De Wereld Draait Door ging – optredens die ook voortdurend geprezen werden door de andere sprekers.

Om te beginnen door de demissionair premier. Robbert Dijkgraaf koppelt publieksgerichtheid aan „een overzichtelijk ego”, sprak Rutte trefzeker, waarna hij aankondigde dat het Hare Majesteit behaagd had om Dijkgraaf te benoemen tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Even daarvoor had Rutte het vertrek van Robbert Dijkgraaf naar de Verenigde Staten – om directeur te worden van het Institute for Advanced Study in Princeton – „een aderlating” genoemd, „niet alleen voor de KNAW en De Wereld Draait Door, maar ook persoonlijk”. Want hij had altijd zulke prettige gesprekken met Dijkgraaf over de vraag hoe de wetenschappelijke „cultuur van kwaliteit” in Nederland te behouden. Daarop klonk wel weer wat schamper gelach. Het was Dijkgraaf zelf die in zijn afscheidsrede de elephant in the room bij de naam noemde: een „lange traditie” van 0 procent groei voor het Nederlandse wetenschapsbudget. „Ik wens mijn opvolger toe dat hij dat kan doorbreken.”

Die opvolger, de Utrechtse moleculair bioloog Hans Clevers, bleek intussen nog met een andere onzichtbare olifant in gevecht: de strijd om de waardering van de alfa- en gammawetenschappers. Bij zijn benoeming, eind maart, stemde eenderde van de Akademieleden blanco, uit protest. Clevers zou niet genoeg met niet-bètawetenschap hebben. Nu leek hij wel erg zijn best te doen om zich alfa-gamma op te stellen: hij zei graag boeken te lezen over cognitie, taal en geschiedenis, „zoals biografieën”. En na een grapje over het wetenschapsbudget, dat dit jaar waarschijnlijk daalt tot minder dan 0,7 procent van het bnp, „een daling die slechts voorkomen kan worden door verdere krimp van de economie”, sprak hij: „Ik beloof dat ik geen bètagrappen meer zal maken.” Pijnlijk diep door de knieën – alsof alfa’s en gamma’s dit niet zouden begrijpen.

Op de receptie na afloop roezemoesde het door. Had Clevers de geesteswetenschappen wel vaak genoeg genoemd? Toch bleef het vooral het feest van Robbert Dijkgraaf, de man die als geen ander mensen voor wetenschap weet te interesseren.

    • Ellen de Bruin