De schrik van iedere rechter

Zes mensen hebben waarschijnlijk jaren ten onrechte gezeten wegens het doden van een vrouw in 1993. Magistraten zijn geschokt over de mogelijke dwaling.

Begrafenisceremonie in Jorisstraat voor chinese vrouw Mok-Cheung foto Archief De Stem/Johan van Gurp

Marcel Haenen

De officier van justitie die in 1993 bij het Openbaar Ministerie in Breda leiding gaf aan het onderzoek naar de moord in Chinees restaurant Peacock, Ton van der Schans, werkt sinds 2006 bij justitie op Curaçao. Het is geen ongebruikelijke carrièreswitch onder Nederlandse magistraten. „Het is hier altijd mooi weer, maar we werken hier harder dan in Nederland”, reageerde advocaat-generaal Van der Schans gisteravond per telefoon. „Er zijn hier veel meer moordzaken.”

Ook op ruim zevenduizend kilometer afstand was gisteren doorgedrongen dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad in Den Haag heeft gevraagd om een nieuw proces tegen zes mensen die inmiddels jarenlange gevangenisstraffen hebben uitgezeten. Zij waren veroordeeld wegens het doden van een Chinese vrouw in een restaurant in Breda, in 1993.

Er is mogelijk sprake van de grootste gerechtelijke dwaling uit de Nederlandse rechtsgeschiedenis. In de strafzaak die Van der Schans voor de rechtbank deed, zou ten onrechte waarde zijn toegekend aan bekentenissen van drie vrouwelijke verdachten. Nadere bestudering leert dat sprake is van „inconsistente” verklaringen.

„Ik heb het persbericht van de PG gelezen”, zegt Van der Schans. „Ik kan me echter geen fouten herinneren. Ik was heus niet de enige die destijds dacht dat de zes verdachten schuldig waren. Iedereen, bij rechtbank en hof, was ervan overtuigd dat deze zes de moord op hun geweten hadden.”

Dat ontlastende verklaringen van getuigen destijds niet in de processtukken zouden zijn opgenomen, zoals in nieuw onderzoek is gebleken, kan Van der Schans zich niet herinneren. „Voor zover mij bekend, is er niks achtergehouden. Mijn insteek is altijd om de rechtbank complete dossiers over te leggen.”

Ook Leo de Wit, destijds hoofdofficier van justitie in Breda, heeft „geen bijzondere herinneringen” aan de veroordeling van de ‘zes van Breda’. De Wit, tegenwoordig gepensioneerd aanklager en invaller als politierechter in Rotterdam, zegt dat de kwaliteit van het opsporingsonderzoek er de afgelopen vijftien jaar aanmerkelijk op vooruit is gegaan. Sporenonderzoek, naar bijvoorbeeld DNA-profielen, is veel beter.

Ook controleert het OM volgens De Wit het werk van de politie nadrukkelijker. De verdachten in deze moordzaak werden opgepakt na een vage tip van de Criminele Inlichtingendienst van de politie in Den Haag. „Een meestal betrouwbare informant”, staat in het dossier, had de zes als daders aangewezen. „In die periode was het werk van de inlichtingenofficieren en de officieren die de zaak behandelden compleet gescheiden. Nu is de controle van magistraten en advocaten op de informatievergaring van de politie strikter.”

De baas van het Openbaar Ministerie, procureur-generaal Herman Bolhaar, zegt dat „alle betrokken professionals van het OM enorm geraakt zijn” door de nu aan het licht gekomen kwestie. Hij wijst erop dat „bij het OM tegenwoordig veel aandacht is voor reflectie, tegenspraak en intervisie, juist om te voorkomen dat er fouten worden gemaakt.”

Of de fouten in het onderzoek in Breda nog consequenties hebben voor de betrokken magistraten, wil hij niet zeggen. „Voor evaluatie is het nog te vroeg. De zaak is nu onder de rechter”, zegt Bolhaar, die in 1993 en 1994 ook op het parket Breda werkte.

Rechtspsycholoog Peter van Koppen, die het onderzoek naar de dwaling in Breda initieerde, is er minder van overtuigd dat tegenwoordig alles beter is georganiseerd. „Echte controle door rechter en verdediging op het criminele inlichtingenwerk van de politie is nog steeds onmogelijk.” Van Koppen signaleert dat er weliswaar „steeds meer regels” en „scenario’s” zijn die fouten moeten voorkomen, „maar ik kom nog veel matig politiewerk tegen”.

Hoogleraar Van Koppen denkt dat de vorming van de nationale politie, die eind dit jaar een feit moet zijn, geen verbetering zal betekenen. „De reorganisatie zal leiden tot een enorm geschuif met personeel en dus ook met mensen met ervaring en grote kwaliteiten. Dat leidt vanzelf tot afname van de kwaliteit van het recherchewerk.”

Een woordvoerster van de rechtbank in Breda noemt de mogelijke gerechtelijke dwaling „hartstikke vervelend”. Ze wil niet inhoudelijk reageren, omdat de Hoge Raad zich nu met de zaak bezighoudt.

De Raad voor de Rechtspraak, bestuursorgaan van de rechters, noemt de mogelijke dwaling „een heftige gebeurtenis: het is het schrikbeeld van iedere rechter dat een veroordeling achteraf niet juist blijkt te zijn”, zegt een woordvoerder. „De mogelijkheid dat onschuldigen zijn veroordeeld en onterecht hebben vastgezeten, raakt de rechtspraak diep. Ook moet het voor de nabestaanden van het slachtoffer en andere betrokkenen pijnlijk zijn na jaren weer met deze ingrijpende gebeurtenis geconfronteerd te worden.”

Een woordvoerder van de politieregio Midden- en West-Brabant kon vanochtend niet reageren. De zes verdachten die inmiddels al jaren hun celstraffen, variërend van een dik jaar tot ruim zeven jaar, achter de rug hebben, willen niet reageren. Een van de drie veroordeelde mannen, die in hoger beroep gevangenisstraffen van tien jaar kregen, heeft nu een koeriersbedrijf in Noord-Brabant.

    • Marcel Haenen