De nummer één heeft het altijd lastig in Parijs

Voor de nummer één van de wereld is spelen op gravel bijna altijd een nadeel. Ook Djokovic werd bijna uitgeschakeld op Roland Garros.

France's Jo-Wilfried Tsonga Serbia's reacts after losing to Novak Djokovicduring their Men's Singles Quaterfinals tennis match of the French Open tennis tournament at the Roland Garros stadium, on June 5, 2012 in Paris. AFP PHOTO / KENZO TRIBOUILLARD AFP

Redacteur Sport

Rotterdam. Kijk, ze zwoegen en ploeteren op het rode gravel in Parijs, de huidige nummer één van de wereld Novak Djokovic en voormalig nummer één Roger Federer. Gisteren, laat op de dag. Eindeloze rally’s vanaf de baseline. Op bijna elke mokerslag heeft de tegenstander antwoord. Het druilerige weer in Parijs (16 graden) zorgt voor zware ballen en een vochtige, langzame baan. Geen omstandigheden voor spelers die van aanvallend tennis houden, zoals Federer en Djokovic. Ze kunnen weinig ‘snelle’ punten maken. Beide toppers kwamen zwaar in de problemen, maar wonnen uiteindelijk na vijf sets.

Djokovic won in de kwartfinales in een thriller van de Franse hoop Jo-Wilfried Tsonga. De Serviër kreeg liefst vier matchpoints tegen, het volle Court Philippe Chatrier ontplofte bijna. Djokovic bleef koel en won de partij na een slopende strijd: 6-1, 5-7, 5-7, 7-6 en 6-1. In de halve finales speelt Djokovic vrijdag tegen de Zwitser Federer, die na een stroef begin de Argentijn Juan Martin Del Potro versloeg: 3-6, 6-7, 6-2, 6-0 en 6-3.

Ook in de vorige ronde worstelden Djokovic en Federer met hun spel. Gravel is niet hun favoriete ondergrond. Federer won het grandslamtoernooi in Parijs slechts eenmaal, Djokovic nog nooit. Ook dit jaar is de Djoker geen favoriet voor de titel – gezien zijn huidige vorm.

Roland Garros en de nummer één van de wereld, het is nooit een goede combinatie geweest. Er zijn veel legendarische lijstaanvoerders geweest die net als Djokovic zowel de Australian Open, Wimbledon en de US Open wonnen, maar nooit triomfeerden op Roland Garros: de Amerikaan Arthur Ashe (jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw), de Australiër John Newcombe (jaren zeventig en tachtig), de Amerikaan Jimmy Connors (jaren zeventig en tachtig), de Zweed Stefan Edberg (jaren tachtig en negentig), de Duitser Boris Becker (jaren tachtig en negentig) en de Amerikaan Pete Sampras (jaren negentig en begin deze eeuw). Er rust een vloek op, zo lijkt het: de nummer één van de wereld die alleen ‘Parijs’ niet wint.

Hoe kan dat? De nummer één van de wereld is vaak een speler met een aanvallende speelstijl. In een tennisseizoen worden veel meer toernooien op hardcourt gespeeld dan op gravel. Het grasseizoen duurt één maand, het gravelseizoen ruim twee maanden, en de rest van het jaar wordt op hardcourt gespeeld (indoor en outdoor). Kort door de bocht: je wordt nummer één van de wereld door het hele jaar goed te presteren op hardcourtbanen.

Spelers met een aanvallend speltype zijn op gravel vaak in het nadeel. Op gravel moet je enorm veel geduld hebben. Wachten op je kansen in een rally, en dan toeslaan. Zuid-Amerikanen en Spanjaarden beheersen dit als de besten. Zij spelen al van jongs af aan op gravel en zijn gewend om zich op de baseline op te stellen, en als een ‘lopende muur’ alles terug te spelen.

Er zijn grote verschillen tussen het spelen op gravel en het snellere hardcourt en gras. Het voetenwerk is anders: op gravel kun je glijden, op hardcourt en gras niet. De bal stuitert op gravel hoger op en springt soms weg. Het tempo ligt veel lager op gravel. De rally’s duren langer, waardoor het fysiek vaak een slijtageslag is. En op gravel moet je met topspin spelen: de bal zo raken dat hij een roterende beweging maakt waardoor hij na het neerkomen harder doorschiet. Djokovic speelt met veel minder topspin dan het Spaanse krachtmens Rafael Nadal, de grote favoriet voor de titel zondag.

Roland Garros is het laatste grandslamtoernooi voor specialisten. Het is een toernooi waar pure gravelbijters als de Braziliaan Gustavo Kuerten (drie keer winnaar in Parijs rond de eeuwwisseling), de Argentijn Gastón Gaudio (2004) en de Spanjaarden Albert Costa (winnaar 2002) en Juan Carlos Ferrero (2003) kunnen toeslaan.

Wimbledon was tot het begin van deze eeuw ook een toernooi voor specialisten. Aanvallende spelers (Sampras) en servicekanonnen (Richard Krajicek, Goran Ivaniševic) waren lang aan de macht in Londen. Maar sinds zo’n tien jaar wordt in Londen op langzamer gras gespeeld. Bovendien zijn de ballen groter en het spel trager geworden. Gras is daardoor nu toegankelijker voor baselinespelers.

Maar het gaat in Londen nog altijd veel sneller dan in Parijs. Djokovic en Federer zullen blij zijn dat ze vanaf volgende week weer op gras kunnen spelen. Veel korte punten en domineren vanaf de baseline.

    • Steven Verseput