De lach als machtig wapen van het verzet

De Syrische cartoonist Ali Ferzat spot met Assad, en als straf werden zijn handen gebroken. Ook kunstenaars spelen een grote rol in de opstand. De lach als wapen.

Maart 2012

Het Syrische regime zet zijn artillerie en tanks in tegen zijn opposanten. Maar op hun beurt hebben zij de humor als hun zware wapen. De cartoons van Ali Ferzat die president Bashar al-Assad belachelijk maken. De gefilmde vingerpoppen van het anonieme artiestencollectief Masasit Mati in ‘Top Goon: de dagboeken van een kleine dictator’. Bedenk, een dictator op een vinger. Het is de totale vernedering: jouw vinger laat Bashar bewegen, niet zijn folteraars jou. Miljoenen mensen hebben de dertien afleveringen tot dusverre op YouTube en Facebook bekeken. De lach als massavernietigingswapen.

Ook met posters en graffiti veroveren Syrische kunstenaars met gevaar voor eigen leven de publieke ruimte die eerder alleen van het regime was. De opstand begon vorig jaar maart met de graffiti van een groep jongeren in de stad Deraa, „Het volk wil dat het regime vertrekt!” Ze werden opgepakt en gefolterd en de stad stond op.

„Het is een soort dialoog tussen de makers en het regime”, zegt Christa Meindersma van het Prins Claus Fonds dat de tentoonstelling ‘Culture in Defiance’ aan dit geweldloze verzet heeft gewijd. „Zij brengen hun teksten aan en het regime spuit ze weer over.” „Het spijt ons verschrikkelijk als we u hinderen. We bouwen een vaderland in Syrië”, luidt een van de teksten.

Cartoonist Ali Ferzat was deze week voor de opening van de tentoonstelling in Nederland. In augustus sloegen de uitvoerders van het regime hem in elkaar en braken zijn handen. Dat is wat dit regime doet: de handen van tekenaars breken, een beroemde zanger die de zijde van de revolutie had gekozen, Ibrahim Qashosh, de keel afsnijden.

Maar, zegt Ferzat in een vraaggesprek in Amsterdam, hij heeft nu nog meer energie dan vroeger en hij vindt dat zijn werk sindsdien is verbeterd. „Net zoals het keiharde overheidsgeweld de mensen ertoe aanmoedigt juist weer de straat op te gaan. Aan het begin van de opstand waren er maar een paar plaatsen waar veel werd geprotesteerd. Maar al dat geweld heeft ertoe geleid dat er nu wordt gedemonstreerd op duizend plekken.”

Ferzat (60) publiceert zijn spotprenten al tientallen jaren. Eerst onder het regime van Hafez al-Assad, de even autoritaire en gewelddadige vader van Bashar. In de staatskrant Al-Thawra. „Ik tekende niet de gezichten, maar de kenmerken en symbolen. Bij de lezers kwam de boodschap toch over. De mensen van het regime waren vaak dom. Soms werd ik ontboden bij de uitgever van de krant en de minister die de grap niet begrepen maar onraad roken. Ik bezwoer dan dat er geen verborgen boodschap was.”

Bashar al-Assad leek in 2000 bij zijn aantreden na de dood van zijn vader korte tijd een hervormer. Dissidenten organiseerden ‘salons’, open discussiefora, en Ferzat lanceerde met vrienden de eerste onafhankelijke krant in meer dan twintig jaar, Al-Doumari (Arabisch voor lantaarnaansteker). „Maar al na een maand zagen we dat het allemaal een façade was, een spel van de veiligheidsdiensten, en dat er geen hoop was op verandering.” Al-Doumari hield het nog ruim twee jaar vol. Ferzat publiceert nu op zijn website, Ali-Ferzat.com, en op Facebook.

Drie maanden voor de opstand begon, besloot Ferzat „de muur van angst” te helpen doorbreken en geen symbolen meer te gebruiken in zijn spotprenten, maar de leiders herkenbaar af te beelden. Tot en met de president, het ultieme taboe. „Ik voelde de druk in de maatschappij; ik wist dat het volk dit nodig had.”

„Humor dient nu als instrument van verzet, en het is geen klein verschijnsel. Bij demonstraties worden mijn tekeningen meegedragen. Het regime is duidelijk geraakt. Het was de aanleiding tot de aanval op mij.”

Op het moment dat de muur van angst werd doorbroken, was de revolutie geslaagd, zegt Ferzat. „De rest is minder van belang. Het is onmogelijk dat het in Syrië weer wordt zoals het was. De mensen zien de vrijheid als ze in de loop van het geweer kijken.”

„Wie roekeloos met de natuur omgaat, krijgt een reactie in de vorm van een tsunami of een aardbeving. Wanneer een regime een volk zijn waardigheid ontneemt, krijg je uiteindelijk een tsunami van protesten van betogers en kunstenaars die samen de situatie herstellen zoals die hoort te zijn.”

De culturele opstand heeft vele gezichten. Muzikale tijdbommen: speakers op batterijen die in vuilnisbakken en op andere plekken worden verborgen en opeens hun opstandige boodschap laten horen. Op YouTube zijn filmpjes te zien van agenten die wanhopig naar de bron van het geluid zoeken. Cellphone cinema, filmpjes van vaak anonieme kunstenaars. Maar er zijn ook genoeg artiesten die, zoals Ali Ferzat tot hij voor zijn medische behandeling naar Koeweit uitweek, met naam en toenaam in Syrië actief zijn.

Er wordt niet alleen bloed vergoten, zegt Christa Meindersma. „Het is ook een oorlog van ideeën. Wij proberen hier de stem van de mensen te laten spreken, te versterken wat ze zelf zeggen en de beelden te tonen die er zijn.”

Culture in Defiance. Tot 23 november. Herengracht 603, Amsterdam

    • Carolien Roelants