Boodschap van een kosmopoliet

Van de eerste reis naar Azië, een kwart eeuw geleden, kwam hij mee terug: een Indonesische schoolkaart van de wereld. Dunia staat er boven – ‘wereld’. Hij hangt nog steeds in de werkkamer, en met een goede reden. Azië ligt hier in het midden, zoals de bewoners van het continent de wereld zien.

Helemaal rechts, aan gene zijde van de Stille Oceaan, liggen de Amerika’s. Linksboven, een beetje weggestopt door de vertekenende hoeken van de projectie, ligt Europa. Het ziet er zo eigenlijk meer uit als een land dan een werelddeel. En dat is ook zoals veel Aziaten het inmiddels zien.

Vraag het een Amerikaan, en West-Europa is, afgezien misschien van Groot-Brittannië, een land – zij het nog zonder telefoonnummer. Culturele verschillen bestaan er. Maar hoe groot zijn ze? Kijk naar vier films van de Coen Brothers en je ziet vier verschillende Amerika’s. Westkust: The Big Lebowski, Oostkust: Burn After Reading. Het hoge noorden: Fargo. Het diepe zuiden: No Country for Old Men.

De Midi, Berlijn, Scandinavië, Sicilië.

Er zijn de talen in Europa, er is het verleden. Er zijn lokale belangen. In Nederland zouden de Groningers en Drenten kunnen zeggen: dit is ons gas. De Rotterdammers kunnen antwoorden: hier wordt het geld verdiend. De West-Brabanders kunnen je dan vertellen bij hun nog dingen worden gemaakt, in plaats van verhandeld. En de Amsterdammers zullen stellen dat zonder cultureel centrum er niets van komt – en er toch ook iemand moet zijn die het allemaal opmaakt.

Vandaag presenteert eurocommissaris Michel Barnier een plan voor een gezamenlijke aanpak van het Europese bankenprobleem. Voor de volgende top werkt europresident Herman Van Rompuy aan een ‘masterplan’. Het delen van een gezamenlijk lot, het opkomen voor elkaars schulden, het idee van een gedeelde voor- en tegenspoed vergt een vergaand verlies van soevereiniteit. Financieel, economisch en alles wat er daarna noodzakelijkerwijs komt. De kans is groot dat dit de enige duurzame oplossing is voor de Europese crisis.

Het verhaal over de Amerikaanse eenwording circuleert in dit verband al een tijdje, maar het blijft de moeite van het vertellen waard. Na de onafhankelijkheidsoorlog tilde Alexander Hamilton, de eerste Amerikaanse minister van Financiën, in 1790 de (oorlogs-)schulden van de verschillende Amerikaanse deelstaten naar het niveau van de federale staat. Daar was evenveel verzet tegen als in Europa nu, want het was voor veel deelstaten even oneerlijk als het nu hier zou zijn.

Maar het bleek wel het startsein voor een succesvolle ontwikkeling van de Verenigde Staten. Wie zou bijvoorbeeld de Louisiana Purchase, de grondverkoop door de Fransen waarbij het Amerikaanse grondgebied met een derde werd vergroot tot aan de Stille Oceaan, anders hebben kunnen ophoesten?

Het heeft in die jaren herhaaldelijk maar weinig gescheeld of er waren geen Verenigde Staten geweest, maar een verzameling soevereine deelstaten. Een Amerikaans Duitsland, een Amerikaans Portugal, een Amerikaans Italië, en wie weet, ergens in het noordoosten, een Amerikaans Nederland.

Zouden ze, manoeuvrerend, bekvechtend en zonder gezamenlijk telefoonnummer, óók zijn geland in Normandië in 1944, vandaag precies 68 jaar geleden?

Het europlan, masterplan of hoe Hamiltons moderne, Europese equivalent ook heten zal, stuit uiteraard op bezwaren. En veel daarvan snijden hout. Maar de kernvraag blijft: is Europa een land, of is het dat niet? Die vraag wordt nu gesteld, en vergt een antwoord. Is dat antwoord nee, dan leidt de crisis onherroepelijk tot fragmentatie. Is het ja, dan komen we er uit. De rest, hoe ingewikkeld ook, is dan eigenlijk alleen maar techniek. En verbluffend overkomelijk, daar ver linksboven op mijn wereldkaart.

Maarten Schinkel