Opinie

    • Frits Abrahams

Binnenblijven

Het wordt er ’s zomers niet gemakkelijker op als je van de natuur wilt genieten. Daarom ben ik in mijn hart altijd blij als het guur, regenachtig weer is, zodat ik zonder gewetenswroeging borstrok en trui mag aantrekken en binnen kan blijven. Want heus, de natuur is de vijand.

Steeds vaker krijg ik de waarschuwing dat ik na een bezoek aan bos of hei mijn lichaam uitvoerig moet inspecteren op de aanwezigheid van teken, gemene overbrengertjes van de geheimzinnige ziekte van Lyme. Lyme kan je infectieziekten en aandoeningen aan gewrichten en het zenuwstelsel bezorgen.

Dit leidt tot onoplosbare situaties. Wie bijvoorbeeld reuma heeft, moet blijven bewegen, maar doet hij dat in de buitenlucht, dan kan een teek in zijn lichaam infiltreren en hem nóg meer reuma bezorgen. Wat te doen? Toch maar binnenblijven?

En hoe moeten alleenwonende mensen hun lichaam na afloop van een wandeling door de bossen volledig onderzoeken? Zij hebben al problemen genoeg met het wassen van hun rug. Moeten ze nu ook nog de buren lastigvallen met het verzoek om hen uitgebreid te visiteren („Nee, ik bedoel geen gewone visite”)?

Om je tegen teken te wapenen, moet je waar mogelijk huidbedekkende kleding dragen. Dat komt in zekere zin goed uit, want er wacht je buiten een nog veel grotere vijand: de zon. Daar moeten we het, ik kan het ook niet helpen, vooral even over hebben. Ik wil niemand ontmoedigen, maar ik kan er niet omheen sinds ik in Reader’s Digest een artikel over huidkanker las.

Het artikel kwam uiterst ongelegen, want ik zat net op een terrasje in de blakende zon. Mijn voorganger had het blad op het tafeltje achtergelaten, alsof hij wilde zeggen: doe er je voordeel mee nu het nog kan.

Hier zijn alvast de belangrijkste aanbevelingen uit het artikel: 1. Ga niet in de zon tussen 12 en 15 uur. 2. Smeer een breedspectrum-zonnefilter factor 30+ op de blootgestelde huid. 3. Ga in de schaduw zitten. 4. Draag een hoed, beschermende kleding en een zonnebril. 5. Ga niet op de zonnebank.

Het verband tussen de zon en een melanoom (pigmentgezwel) zou sterker zijn dan tussen roken en longkanker. Hoe meer zon, hoe groter het risico. „Neem geen enkel risico”, zegt een Australische hoogleraar, „op welke leeftijd dan ook.” Elk jaar wordt bij ongeveer 4.000 Nederlanders een melanoom ontdekt.

Er kwamen nogal wat Australische deskundigen in het artikel voor, en bij hen schijnt de zon veel feller dan bij ons, maar toch zocht ik voor de zekerheid snel een belommerd plekje op dat terras op. Voorzichtig liet ik mijn hand over mijn bovenlichaam glijden. Voelde ik al wat verdachts? Zo suggestibel is de mens.

Ik moest denken aan de hoogbejaarde filmactrice Joan Collins die onlangs aan Ivo Niehe trots uitlegde waarom ze zo weinig rimpels had. Ze was haar hele leven zoveel mogelijk uit de zon gebleven. „Dat maakt een mens maar lelijk.” Toen ik het een vrouwelijk familielid, gezegend met een roomblanke huid, vertelde, zei ze meteen: „Natuurlijk, wist je dat niet? Ik ga nooit meer in de zon. Je huid verdroogt en je kunt er kanker van krijgen.”

Ik bekeek haar nog eens goed. Inderdaad, geen rimpeltje, hoewel ze nu toch ook al tegen de veertig liep. Ik geef het maar even door, opdat u later niet zegt: waarom heb je niet eerder gewaarschuwd?

Mijn medisch advies zou ik als volgt willen samenvatten: zoveel mogelijk binnenblijven en de krant lezen, vooral deze rubriek.

    • Frits Abrahams