Begroten à la Den Uyl was zo gek nog niet

Midden in de eurocrisis maken politieke partijen zich op voor een harde verkiezingscampagne. Belangrijkste thema’s: de economie en de overheidsfinanciën. Onderzoek leert dat bestaande beelden over wie de beste hoeder van de schatkist is, niet door feiten worden gestaafd.

Het is verkiezingstijd, de economische crisis – die ook een crisis van overheidsfinanciën is – grijpt om zich heen. Logische vraag van de kiezer: welke partij past het beste op de schatkist? Het antwoord is al jaren: VVD en CDA. Dat blijkt ook telkens uit kiezersonderzoek. De partijen weten dat en zullen tijdens de campagne gretig gebruik maken van hun reputatie van behoedzaam boekhouden.

Dat was ook zichtbaar bij het recente Kamerdebat over de 12 miljard bezuinigingen voor 2013 in het Lenteakkoord. Daarin waarschuwde CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma voor de spilzucht van de PvdA. „Hoed je als de socialisten het woord gratis in de mond nemen, want je weet één ding: ooit wordt de rekening betaald. Het is niks anders dan het oude potverteren. Joop den Uyl was de meester, Diederik Samsom is een goede leerling.”

Buma legde ook aan SP-leider Emile Roemer uit hoe een politicus naar de overheidsfinanciën zou móéten kijken: „We hebben ook een historie waarin het soms economisch heel goed ging. Dat zouden dan die jaren zijn waarin u in het verleden meer afbetaald moest hebben.” Met andere woorden: de overheid moet economische groei gebruiken om met begrotingsoverschotten de staatsschuld af te lossen.

Maar zelf heeft het CDA dat weinig gedaan. Van de 52 jaar dat het CDA of een van haar voorgangers in de laatste zes decennia in de regering zat, werden er 41 afgesloten met een overheidstekort. In bijna 90 procent van die jaren was er sprake van economische groei. Dat valt op te maken uit een analyse van deze krant op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Om de effecten van de Tweede Wereldoorlog op de cijfers te vermijden werd niet verder teruggekeken dan zestig jaar.

CDA-leider Buma wilde vanochtend niet inhoudelijk reageren, omdat er – volgens zijn woordvoerder – „veel meer over valt te zeggen dan alleen de cijfers”.

Voor de PvdA zijn de cijfers iets minder slecht: de sociaal-democraten regeerden het minst van de oude middenpartijen, 29 van de zestig jaar. Daarvan sloten ze er driekwart af met een begrotingstekort, in iets meer dan 80 procent van de gevallen in jaren van economische groei.

De langstzittende premier ooit, CDA’er Ruud Lubbers, stond bekend als een harde bezuiniger. Maar de twaalf jaar onder zijn leiding leverden hoge begrotingstekorten op. En dat terwijl Nederlandse economie in de jaren van Lubbers’ bewind stevig groeide. Slechts in twee jaar was het tekort lager dan het maximum van 3 procent dat de Europese Unie tegenwoordig eist.

De lange reeks met begrotingstekorten vertelt zeker niet alles over het financiële beheer van partijen. Beleid van een voorafgaand kabinet heeft gevolgen voor de handelingsvrijheid van een volgende coalitie. Niet beïnvloedbare factoren, zoals hoge bevolkingsgroei of recentelijk een Amerikaanse bankencrisis, hebben ook hun effect. En in de jaren negentig veranderde het traditionele financieringstekort in het zogeheten EMU-saldo. Door de definitieverandering kan bijvoorbeeld de verkoop van staatsdeelnemingen niet meer voor een lager tekort zorgen.

Maar het overzicht van de saldi zet sommige (voor)oordelen wel in een ander daglicht. Dat het kabinet Den Uyl zeer verkwistend was, de Paarse kabinetten alleen maar spaarzaam waren en dat onder Lubbers ’s rijks financiën op orde werden gebracht, blijkt in elk geval niet uit de cijfers. Gemiddeld waren de begrotingstekorten van het kabinet-Den Uyl lager dan in alle kabinetten daarna.

Een ander beeld: de VVD staat garant voor een spaarzame overheid. VVD-fractievoorzitter Stef Blok maakt daar vaak een punt van. Zo zei hij onlangs tegen PvdA-leider Diederik Samsom in het tv-programma Knevel & Van den Brink: „Het is altijd lastig aan een socialist uit te leggen waarom je niet meer geld moet uitgeven dan je binnenkrijgt.”

En over voormalig minister van Financiën en PvdA-leider Wouter Bos zei Blok in een Kamerdebat vorige week: „Toen in 2007 het laatste kabinet-Balkenende aantrad, is er bewust de keuze gemaakt om dat overschot voor een belangrijk deel uit te geven, om niet, toen de zon scheen, het dak te repareren.”

Meer uitgeven dan je binnenkrijgt deed de VVD zelf 29 van de 38 jaar dat de partij deelnam aan een regering. In al die jaren, 1981 uitgezonderd, groeide de Nederlandse economie.

In een reactie op deze cijfers zegt Blok: „Het is onredelijk om zo terug te kijken. Dat is the benefit of hindsight. In de jaren Paars is onder leiding van minister van Financiën Gerrit Zalm de staatsschuld teruggelopen.”

Over de kabinetten in de jaren voor Paars, waarin de VVD ook vaak mee regeerde, wil Blok niet uitwijden: „Alle kabinetten daarvoor zijn geschiedenisboekjes.” Over de hoge tekorten van de kabinetten Lubbers zegt Blok in een reactie: „Die hadden internationaal gezien het imago van keiharde saneerders, en ook in de Nederlandse beleving werd er heel hard ingegrepen. Het Malieveld stroomde vol, jaar in, jaar uit.”