Wolken spotten boven de hoogovens van Charleroi

Na een lange klim bereiken we de top van de Terril des Piges, de hoogste steenkoolberg van deze streek. Beneden ligt Charleroi als een grijze, vormeloze vlek die aan de horizon oplost in de lucht.

De sporen van de Grand Central Belge zijn vanaf hier niet meer te zien. Deze negentiende-eeuwse private spoorlijn verbond de Ardennen met Antwerpen. De lijn was de ruggengraat van de industriële reus België. Maar vandaag de dag loopt het traject langs spookstations door een stervend land. Ik volg de lijn te voet.

In Charleroi krijg ik vandaag gezelschap van Pierre-Yves, een oude Waalse vriend. „C’est un ciel qui écrase tout”, zegt hij. Hij is een wolkenspotter die met kennis van zaken spreekt. Al jaren zwerft hij na zonsopgang langs de kanalen, terrils en spoorwegen om luchten te fotograferen. De top van de Piges is een vaste halte.

„Mijn foto’s zijn een carnet de vie. Een dagboek van de plaats waar ik woon en leef”, zegt hij. „Charleroi heeft een bijzondere schoonheid. Ik ken geen andere plek waar de vier oerelementen zo alom aanwezig zijn. Het water van de Samber. Het vuur van de hoogovens. De aarde. En de luchten.”

Op zijn fotoblog staat een collectie waar je niet op uitgekeken raakt. In de vroege ochtend lijkt de hemel boven het industriegebied van La Providence met pastelverf geschilderd. Maar een paar uur later is hij vlekkerig oranje en bruin, alsof hij opgestookt wordt. En ’s avonds staat hij boven de staalfabrieken in lichterlaaie. Dieprood. Op de zwart-witfoto’s ligt het industriële landschap buiten de tijd. Roerloos. Is het 1880 of 2012? Moet alles nog beginnen? Of is het gedaan?

De afgelopen jaren ging de ene fabriek na de andere langs de Samber dicht. De glorieuze negentiende eeuw van Charleroi loopt nu pas helemaal ten einde.

„Ik denk niet dat er binnenkort nog veel over is”, zegt Pierre-Yves. „Dan zal de stad eindelijk schone lucht hebben. Maar als wandelaar zal ik ze missen, die vermaledijde fabrieken. En de arbeiders die er hun leven sleten. Na tientallen jaren ging hun huidskleur lijken op het metaal van de machines.’

We richten onze blik weer naar boven, naar het grootste IMAX-widescreen van Gods schepping. Duizenden wolken heeft Pierre-Yves hier gefotografeerd, in alle vormen en formaten. Bloemkolen. Watjes. Spoken. Gecoiffeerde poedels. Schapenkuddes. Continenten.

Wolken spotten is een stadstraditie in Charleroi. De twee grootste Belgische luchtenschilders – René Magritte en Pierre Paulus – groeiden op in de straatjes langs de Samber. Django Reinhardt, de schrijver van ‘Nuages’ – het mooiste, woordenloze wolkenlied – kwam op de wereld in een woonwagen aan de rand van de stad. In de film Les convoyeurs attendent van Benoît Mariage zijn de luchten van Charleroi het échte hoofdpersonage, méér dan de immer verrukkelijke Benoît Poelvoorde.

Het wonderlijke van wolken is dat ze geen serienummer of bouwjaar hebben, bedenk ik nu. In tegenstelling tot trein- of vliegtuigspotters hoeft de wolkenspotter geen notitieboekje bij te houden of cijfers uit het hoofd te leren. Kijken is genoeg.

Vandaag hebben we geen geluk. Alleen in het oosten tekenen zich een paar vormelijk oninteressante regenwolken af tegen de grijze lucht. De verrekijker blijft in mijn rugzak.

Over smalle sintelpaadjes, langs dichte begroeiing van bramen en vlinderstruiken, dalen we de Piges weer af, de straten van Dampremie in. Café Chez Angelina is onze laatste halte. Een luidruchtig gezelschap mannen zit te kaarten onder de buislampen. Twee tafeltjes verder houdt een jonge moeder een peuter op haar schoot achter een zak chips. Het is half vier ’s middags. Op de jukebox speelt Dean Martin: „When the moon hits your eye like a big pizza pie, that’s… amore.”

We bladeren nog wat in The Cloudspotter’s Guide, de onvolprezen wolkenencyclopedie van de zeer Britse Gavin Pretor-Pinney. Met honderden drijven de wolken voorbij, bladzijde na bladzijde, geordend volgens geslacht en soort. Mijn oog valt op een weelderige suikerspin die rechts naar beneden ietwat uitgetrokken is. Het lijkt België wel, getekend door een kinderhand.

Reisboek

Pascal Verbeken: Grand Central Belge. Voetreis door een verdwijnend land

De Bezige Bij, 256 blz € 19,95

    • Pascal Verbeken