Werkloze immigranten in Nederland Onwaar Ongefundeerd

Nederland, Den Haag, 13-09-10. Foto Roger Dohmen/Hollandse Hoogte. Joel, een werkloze jongere die op het Haagse Werkplein Sorghvliet tijdens de Workshop Jong tracht op te schrijven hoe hij zijn toekomst ziet. De filosofie van WIJ, de Wet Investeren in Jongeren, een van de belangrijkste pijlers van het nationale Actieplan tegen Jeugdwerkloosheid, is dat jongeren tot 27 jaar in principe geen uitkering meer krijgen. Ze moeten aan het werk of terug naar school.Waar (nog) geen inkomsten zijn, geven gemeenten financiele ondersteuning, maar daar moet wel iets tegenover staan, in Den Haag op z’n minst vrijwilligerswerk. Om de jeugdwerkloosheid te bestrijden kwam het kabinet in het najaar 2009 met het nationale Actieplan en de ’WIJ’. De jeugdwerkloosheid is sindsdien gedaald tot 11,2 procent in mei. Toen waren officieel – in totaal – 130.000 jongeren werkloos. Omdat er schoolverlaters zijn bijgekomen, is het percentage waarschijnlijk gestegen. Er melden zich ook meer jonge werkzoekenden. Nu de economie aantrekt, komen jongeren makkelijker aan het werk – via het Werkplein inmiddels 68.000 en velen op eigen houtje. Maar leeftijdgenoten met onvoldoende opleiding (onder mbo-2) en allochtonen (24 procent werkloos) profiteren nauwelijks. En dan zijn er nog naar schatting 100.000 ’niet-participanten’ zonder werk en niet op school, die niet in bestanden voorkomen. Foto Roger Dohmen/Hollandse Hoogte. Roger Dohmen/Hollandse Hoogte

De aanleiding

Journalist Joost Niemöller publiceerde onlangs Het immigratietaboe. In het boek betoogt hij dat er in Nederland nog steeds, ondanks Fortuyn en Wilders, een taboe rust op het voeren van immigratiebeleid. De meeste politieke partijen zouden het uit politieke correctheid niet aandurven „tot een zelfstandig en onderbouwd immigratiestandpunt te komen”. Daarom heeft Nederland volgens Niemöller nooit een eigen immigratiebeleid kunnen ontwikkelen. „Wel zijn er heel veel regels en wetten gekomen. Maar de samenhang ontbreekt en de effectiviteit is nauwelijks onderzocht. Inmiddels wordt stukje bij beetje ook nog eens alles doorgeschoven naar Europees niveau”, schreef Niemöller anderhalve week geleden in een opinieartikel in de Volkskrant.

Volgens Niemöller is immigratie een zware last voor de verzorgingsstaat. Daarom zouden vooral linkse politici zich meer moeten verdiepen in de gevolgen van immigratie. Zonder een beleidswijziging zou die verzorgingsstaat, met de Afrikaanse immigratiegolven die Niemöller verwacht, onbetaalbaar worden. Om zijn betoog kracht bij te zetten, stelt hij: „De helft van de niet-westerse allochtonen leeft in Nederland van een bijstandsuitkering, ongeveer zeven keer zoveel als de autochtonen.” Twee dagen eerder zei Niemöller hetzelfde in tv-programma Knevel & Van den Brink, met als toevoeging: „Dat zijn gewoon feiten.” Meerdere lezers vroegen ons om te bekijken of dit waar is. In het Volkskrant-artikel staat ook dat eenvijfde van de Oost-Europeanen in Nederland werkloos is. Een lezer vroeg ons om dit ook te controleren.

‘De helft van de niet-westerse allochtonen leeft in Nederland van een bijstandsuitkering.’

En, klopt het?

Bij navraag erkent Niemöller direct dat dit niet klopt. Hij zegt een rectificatie naar de Volkskrant te hebben gestuurd. Uit CBS-cijfers blijkt dat vorig jaar 209.390 niet-westerse allochtonen, op een totaal van 1.899.245, een bijstandsuitkering ontvingen. Dat betekent dat niet de helft, maar 11 procent vorig jaar in de bijstand zat. Niemöller zegt dat de fout is ontstaan doordat hij een uitspraak van Hans Roodenburg, voormalig onderzoeker bij het Centraal Planbureau, verkeerd heeft ‘vertaald’. Roodenburg zegt in Niemöllers boek: „We zien nu al dat bijna de helft van de bijstand ten goede komt aan niet-westerse allochtonen”. (In werkelijkheid gaat het om meer dan de helft. In 2011 kregen 186.460 autochtonen een bijstandsuitkering tegen, zoals gezegd, 209.390 niet-westerse allochtonen.) Daarom beoordelen wij de bewering „De helft van de niet-westerse allochtonen leeft in Nederland van een bijstandsuitkering, ongeveer zeven keer zoveel als de autochtonen”, als onwaar.

‘Eenvijfde van de Oost-Europeanen in Nederland is werkloos.’

En, klopt het?

Niemöller zegt dat deze uitspraak een schatting is. Die maakte hij op basis van verschillende gegevens. Zo schreef het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2007 dat 13 procent van de onlangs gearriveerde Polen werkloos was. „En dat was nog voor de crisis”, aldus Niemöller. Eind vorig jaar zei minister Henk Kamp (Sociale Zaken, VVD) in de Tweede Kamer dat zo’n 12.000 Polen en andere arbeidsmigranten uit de nieuwe EU-lidstaten een uitkering kregen. Kamp sprak van een zorgelijke toename met meer dan 50 procent in drie jaar tijd als het ging om ww- en bijstandsuitkeringen.

Niemöller spreekt in een reactie zelfs van „een vervijfvoudiging van het aantal Oost-Europese immigranten met een uitkering van 2010 naar 2011”. Hij vergeet daarbij dat van die 12.000 Oost-Europeanen in Nederland met een uitkering 33 procent volgens Kamp een uitkering voor arbeidsongeschiktheid kreeg. Hoeveel dat er in 2010 waren, zei Kamp er niet bij. Niemöller kijkt bij zijn „vervijfvoudiging” alleen naar de ww- en bijstandstrekkers in 2010 (2.597) en vergelijkt die met de 12.000 Oost-Europese uitkeringstrekkers in 2011, waarvan 33 procent een arbeidsongeschiktheidsuitkering kreeg. Van een vervijfvoudiging van het aantal uitkeringstrekkers is dan ook geen sprake. Maar deze veronderstelling bracht hem mede tot de schatting dat eenvijfde van de Oost-Europeanen in Nederland werkloos is.

Uit CBS-cijfers blijkt dat vorig jaar 7,2 procent van de ‘Moe-landers’ in Nederland werkloos was. ‘Moe-landers’ zijn allochtonen van wie het land van herkomst in Midden- of Oost Europa ligt. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat het CBS kijkt naar Moe-landers die ingeschreven staan in de gemeentelijke basisadministratie. Het werkelijke aantal Moe-landers in Nederland kan flink hoger zijn. Door een gebrek aan gegevens is het onmogelijk te bepalen welk percentage van hen zonder werk zit. Daarom maakte Niemöller een schatting. De CBS-cijfers suggereren dat het percentage werkloosheid flink lager is dan de 20 procent die Niemöller noemt. Maar omdat het daadwerkelijke werkloosheidspercentage onder deze groep onbekend is, beoordelen wij de bewering dat eenvijfde van de Oost-Europeanen in Nederland werkloos is als ongefundeerd.

    • Wilmer Heck