Vega rukt op, maar echt ‘hip’ is het niet

Nog maar een vijfde deel van de Neder- landers eet elke dag vlees. Het aantal vegetariërs en flexitariërs stijgt. Toch daalt de totale consumptie van vlees niet. Hoe dat te verklaren?

Assortiment bij de Vegetarische Slager in Den Haag, gemaakt uit een combinatie van soja- en lupinebonen. Foto Thomas Bokeloh

Er was een tijd dat een vegetariër wat had uit te leggen – voor je het wist, werd je weggezet als geitenwollensokkendrager. Tegenwoordig kijkt geen mens meer vreemd op als iemand zegt dat hij geen of minder vlees eet. Ruim driekwart van de Nederlanders kiest één keer per week voor een vleesloze hoofdmaaltijd. En bijna 43 procent eet drie of vier keer in de week geen vlees, zo blijkt uit onderzoek van het instituut LEI van de Wageningen Universiteit dat binnenkort verschijnt.

Het Nederlands is zelfs verrijkt met nieuwe woorden, zoals flexitariër, vleesminderaar en vleesverlater, waarmee mensen worden aangeduid die minder vlees eten. Het worden er steeds meer en het gaat snel. Mensen die elke dag vlees eten, vormen nu een minderheid van ruim 18 procent, terwijl dat in 2009 nog op 27 procent lag.

„We leven in een vleesminderende tijdsgeest’’, zegt onderzoeker Hans Dagevos (zelf ook vleesminderaar). BN’ers gaan er tegenwoordig prat op dat ze vegetariër zijn. CDA-coryfee Herman Wijffels liet weten zich goed te voelen bij een vegetarisch dieet. Een hoogtepunt was de coming-out van oud-president Bill Clinton, bekend om zijn liefde voor hamburgers, als veganist.

Vorig jaar kwam Vega, een blad dat zich afficheert als de eerste vegetarische lifestyle-glossy, op de markt. Bedrijven die vleesvervangers produceren, doen goede zaken. Hun assortiment wordt steeds groter.

43 kilo vlees per jaar

Maar er is wel iets geks aan de hand met dat vleesminderen. Ondanks het groeiende aantal vege- en flexitariërs is de totale vleesconsumptie in Nederland niet verminderd. De Nederlander eet gemiddeld 43 kilo vlees per jaar en daar is in vijftien jaar niets aan veranderd. Hans Dagevos, die voor zijn onderzoek meer dan 1.200 mensen ondervroeg, heeft er geen sluitende verklaring voor. „Het is goed mogelijk dat de mensen die nog wel vlees eten meer en grotere porties zijn gaan eten. Het kan ook zijn dat onze respondenten hebben gezegd dat ze minder vlees eten dan ze in werkelijkheid doen. Maar met deze twee mogelijke oorzaken verklaren we het mysterie niet helemaal.”

Hoe dan ook: niet te negeren valt dat er iets aan de hand is met de vleesconsumptie in Nederland. Een groeiende groep mensen, die een aantal keer per week geen vlees eet bij het avondeten, geeft als hun belangrijkste motieven aan: gezondheid, dierenwelzijn en duurzaamheid.

Met die 43 kilo per jaar is Nederland trouwens nog heilig vergeleken bij Denemarken, waar het gemiddelde op zo’n zeventig kilo ligt, of Luxemburg, waar per persoon jaarlijks circa 68 kilo vlees wordt weggewerkt. In de VS ligt de vleesconsumptie per jaar op gemiddeld zestig kilo per persoon.

Nederland is geen gidsland op antivleesgebied. De tijd dat het terugdringen van vleesconsumptie was verheven tot kabinetsbeleid ligt achter ons; voor het huidige kabinet is het geen thema meer. De Belgen doen daarentegen wél pogingen minder vlees te eten. De donderdag is er uitgeroepen tot ‘veggiedag’. Een gesubsidieerd bureau probeert, met allerlei publicaties en evenementen, minder vlees eten een beter imago te geven.

Levensgenieters

Ondanks de vleesminderende trend is er in Nederland nog genoeg ruimte voor verbetering van dat imago. Uit het LEI-onderzoek blijkt dat de meeste Nederlanders het niet als ‘hip’ beschouwen minder vlees te eten. ‘Nog steeds zijn veel mensen het eens met de stelling dat vlees eten ‘natuurlijk’ is, evenals met de stelling dat vleeseters levensgenieters zijn. En je ziet dat vlees zowel in sterrenrestaurants als fastfoodketens nog steeds centraal staat’, valt in het rapport te lezen.

Maar ook dat is aan het veranderen. Onlangs werd ‘Ik DurV!’ gelanceerd, een initiatief van de organisatie Natuur & Milieu, dat koks een gratis proefpakket aanbiedt waarmee ze vegetarische maaltijden kunnen bereiden. Dit omdat volgens een onderzoek van marketingbureau Motivaction uit 2011 slechts 28 procent van de flexitariërs vindt er voor hen voldoende keuze is in restaurants.

Welke toekomst wacht de vleeseter? Wordt hij ooit, net als de roker, naar een speciale ruimte verbannen, een sleets hokje, waar hij zijn onhebbelijke gewoonte mag botvieren, blootgesteld aan meewarige blikken van mensen met correctere eetgewoontes? „Dat zal nog wel even duren’’, zegt Dagevos. „Maar anderzijds: de heilige drieëenheid van vlees, aardappelen en groente stamt echt niet uit de tijd van de Batavieren. De gewoonte elke dag vlees te eten is pas in de jaren vijftig ontstaan. Dus het is goed mogelijk dat we over een halve eeuw weer heel anders eten.’’