Proeven met je vingers

Annemarie Mol is hoogleraar antropologie van het lichaam. Ze kijkt met de bril van een antropoloog naar de manier waarop we met ons lijf omgaan. Twee jaar geleden kreeg ze daarvoor al een vijfjarige Europese onderzoekssubsidie.

Mol: „Samen met promovendi en postdocs bestudeer ik kwesties rond eten – van proeven tot mondiale honger. Op drie lagen. De eerste is die van alledaagse praktijken. Wij doen daar onderzoek naar in West-Europa. Antropologen die vreemde volkeren bestuderen, laten aan westerse lezers zien dat het vreemde gewoner is dan je denkt. Een antropoloog van westerse praktijken probeert juist te laten zien hoe verbazingwekkend onze alledaagse praktijken zijn. Soms mengen we vertrouwd en vreemd.”

Bijvoorbeeld?

„Een van mijn promovendi doet onderzoek naar proeven. In de westerse traditie is dat iets wat je met je tong doet. Op ons instituut werken ook mensen uit India en Indonesië. Die zeiden: als je met je vingers eet, smaakt het anders. We hebben toen een antropologisch experiment gedaan: warm eten met je vingers. Hoe beschrijf je dat? Kun je zeggen dat je vingers proeven?”

Even later mailt Mol de publicatie ‘Mixing methods, tasting fingers. Notes on an ethnographic experiment’, vorig jaar verschenen in het open access tijdschrift HAU: Journal of Ethnographic Theory.

En de tweede en derde laag?

„De tweede laag is de theorievorming over eten. Daarbij verdient de sociale dimensie van biologische kennis meer nadruk. Neem kennis over de caloriebehoefte van lichamen. Die is ontwikkeld in een context van schaarste. De vraag was hoeveel eten mee te geven aan soldaten. Maar dat wil niet zeggen dat calorieën tellen in een context van overvloed een goede manier is om niet dik te worden. Aandachtiger genieten werkt waarschijnlijk beter.

„De derde laag is die van de filosofische theorievorming. Als het in de filosofie over ‘kennen’ gaat, staat ‘zien’ daarvoor model, niet ‘proeven’. Ons begrip ‘handelen’ is gekoppeld aan ‘maken’, niet aan ‘verteren’. In de filosofie zijn metaforen en modellen van belang en ik probeer om niet vanuit het zenuwstelsel en de spieren, maar vanuit ‘stofwisselen’ te denken. Wie kijkt of maakt, blijft zelf op afstand. Wie proeft en verteert, maakt deel uit van de wereld.”

Waarom doet u dit onderzoek?

„Om de sociale dimensie in de biologie in te brengen, en het lichaam in de sociale theorie. Niet als verklarende factor, maar als element van onze alledaagse praktijken.”

Welke ontwikkeling in uw carrière leverde u een Spinozapremie op?

„De kracht van mijn werk is dat ik disciplines combineer en steeds zelfstandig, zo nodig tegen de klippen op, mijn eigen onderzoekslijn heb bepaald. Daarnaast heb ik een manier weten te vinden om in Nederland te wonen en toch internationaal samen te werken. Ik heb maatjes in andere Europese landen die ik meestal één of twee keer per jaar zie. Gezamenlijk ontwikkelen we nieuwe ideeën. Dat is nodig, want je kunt niet in je eentje afwijkend zijn.”

Wat gaat u met het geld doen?

„Ik kan nu langer en met meer promovendi en postdocs werken aan onderzoek naar ‘het etende lichaam in de Westerse praktijk en theorie’. ”

Wim Köhler

    • Wim Köhler