Obama als Sarkozy

Barack Obama moet vechten voor zijn herverkiezing. De glans van zijn presidentschap is eraf en hij dreigt slachtoffer te worden van dezelfde ‘beloftekloof’ die zijn vroegere Franse collega Nicolas Sarkozy heeft genekt. Beiden begonnen met grote verwachtingen voor verandering; Sarkozy in 2007 en Obama in 2009. Beide presidentschappen vallen op door glamour and glitter; een politiek sterrendom. Franse kiezers stemden niet voor Hollande, maar tegen Sarkozy. De verkiezing was een referendum over hem. Kan Obama verliezen? Yes, he can.

Obama scoorde opmerkelijk slecht onder zijn eigen Democraten in enkele voorverkiezingen die in wezen pro forma waren. In Arkansas, thuisstaat van ex-president Bill Clinton, kreeg hij 58 procent, in Kentucky ongeveer hetzelfde. In Oklahoma ging 43 procent naar spontane tegenkandidaten, West Virginia was ontluisterend. Als tegenkandidaat trad een zekere Keith Russell Judd op, een fantast die in Texas een gevangenisstraf uitzit van 17 jaar wegens afpersing en bedreiging. Obama kreeg 59 procent en Judd 41 procent.

Nu zijn dit deelstaten die Obama tijdens de presidentsverkiezingen niet zal winnen, maar het is een graadmeter voor het gebrekkige enthousiasme onder zijn Democratische aanhang. Democraten in New York, Californië en Illinois staan pal achter Obama; daar heeft hij niets te vrezen. Maar in de swing states die de doorslag geven, wordt de race tegen zijn Republikeinse uitdager Mitt Romney nek aan nek. Volgens peilingen leidt Romney in Florida en Obama in Ohio. Pennsylvania is nog Obamaland, maar North Carolina koerst de Republikeinse kant op. Missouri neigt naar Romney, Virginia nog naar Obama. In Colorado en Iowa staan ze gelijk. Ongeveer 48 procent van de Amerikanen keurt het werk van Obama goed. Zijn persoonlijke populariteitsniveau lag altijd veel hoger, rond 60 procent. Veel Amerikanen vinden hem sympathiek maar dat percentage daalde naar ongeveer 50.

Na de maandenlange Republikeinse voorverkiezingen schuift Romney langzaam langszij. De slopende primary, vooral de tweestrijd met Rick Santorum, verdwijnt naar de achtergrond. Romney kwam gesterkt uit de bus en richt zich op Obama. Onder vrouwelijke kiezers had Obama aanvankelijk een grote voorsprong op Romney, maar die is inmiddels gehalveerd. Romney leidt in economische onderwerpen, bepalend voor de presidentsverkiezingen begin november. Kiezers dichten hem meer economische stuurmanskunst toe dan Obama.

Net als voor Sarkozy is het probleem voor Obama dat hij als hervormer weinig heeft gepresteerd. De herziening van het zorgverzekeringsstelsel – de zogenoemde Obamacare – is niet populair bij de meerderheid van de kiezers. Ongeveer 75 procent van de Amerikanen is tevreden met de huidige zorgverzekering en de meesten vrezen een achteruitgang. Het Obamaplan voor de stimulering van de economie, voor een bedrag van 800 miljard dollar, heeft weinig opgeleverd, behalve een hogere schuld. Obama beloofde een snelle vermindering van de werkloosheid, maar die staat op 8,2 procent. De banengroei stagneert; mei was een rampmaand. Amerikanen die uit arrenmoede gelegenheidsbaantjes aannemen of niet meer naar werk zoeken, worden niet meegeteld in de werkloosheidsstatistieken. Doet men dat wél dan ligt de werkloosheid op 14,8 procent. Bij Obama’s aantreden was de arbeidsmarktparticipatie 65,7 procent; in april 2012 63,6 procent. Dat is het laagste percentage sinds 1981.

Obama speelt verstoppertje en doet of hij niets met het regeringsbeleid te maken heeft. Hij geeft de schuld aan de Republikeinen, hoewel hij de eerste twee jaar regeerde met een absolute meerderheid in het Congres. Hij geeft de schuld aan de eurocrisis, de Arabische lente of de gepensioneerde George Bush. Hij beschuldigt Mitt Romney ervan een ‘superrijke’ te zijn die als hoofd van het investeringsfonds Bain Capital werkgelegenheid vernietigde.

In werkelijkheid kocht Romney bedrijven in moeilijkheden, maakte ze gezond en verkocht ze. Hij creëerde als zakenman meer banen dan Obama als straathoekwerker. Romney riposteert daarom: ‘Obama heeft nooit in de particuliere sector gewerkt, hij heeft nog nooit een baan gehad die banen creëerde.’ Bill Clinton noemt Obama’s campagnestrategie averechts en kwalificeert Romney’s ondernemersactiviteit als ‘eersteklas’.

De agressieve toon versus magere prestatie tast Obama’s populariteit aan. Meer economische uitdagingen komen op hem af. De Amerikaanse publieke schuld staat op een recordhoogte van 15,7 biljoen dollar. Het wettelijke schuldenplafond ligt op 16,4 biljoen en het debat over verhoging komt weer op gang. John Boehner, Republikein en voorzitter van het Congres, wil dat alleen toestaan als er bezuinigingen tegenover staan. Obama wil echter vooral de belastingen verhogen, wat funest zou zijn voor de economie. Vorig jaar verloor Amerika al zijn triple A-status. En dan is er, nog urgenter, Griekenland. Een Grieks faillissement fnuikt niet alleen de eurozone, maar ook het Amerikaans herstel. De grootste pleitbezorger van het aanblijven van Griekenland in de eurozone is... Obama!

Romney kan de presidentsverkiezingen winnen zoals Hollande, omdat Obama ze kan verliezen zoals Sarkozy.