Nooit meer "gááán"in dit rothok

De sportschool? Geef mij liever de mindfulness van het voetbalveld, vindt Coen Vaessen.

Een hardnekkige liesblessure: voorlopig niet voetballen, oordeelt de fysio. Maar probeer de sportschool eens, adviseert hij: daar kan je ook je energie kwijt! Dus ik naar de sportschool op IJburg voor een proefles ‘spinnen’. Ik geef de docente een hand, stel mijn zadel op de juiste hoogte en ga zitten wachten op het begin van de les. Benauwde zaal, zwarte muren met spiegels, geen raam te bekennen. Misschien maar goed ook, want buiten schijnt de zon volop.

De docente plaatst een microfoon voor haar mond, zet de muziek aan en vertelt ons dat we vandaag „alles gaan geven, zodat we straks tevreden een welverdiend kopje koffie kunnen drinken”. Dan wordt het licht gedimd en komen de benen in beweging. Boem boem boem en een zangeres die herhaaldelijk iets over ‘feel the rhythm’ zingt. Af en toe knippert er een rode lamp met schijnbaar de bedoeling om ons in hogere sportieve sferen te brengen. Wat op mij vooralsnog niet het juiste effect heeft.

Na de warming up gaan we ‘klimmen’: geef een draai aan de weerstandsknop en dan „gaan we stááán op die pedalen”, want „we fietsen nu een berg op, gó gó gó, zien jullie de hooibalen langs de weg?!” Nee, die zie ik niet, mevrouw, zelfs met mijn beste bedoelingen zie ik nergens ook maar een klein baaltje hooi in dit zuurstofarme zweethok. De docente wel, die is los aan het gaan, als een ware legercommandante maakt ze hysterisch blèrend door de pompende muziek heen duidelijk dat we alles moeten geven, „gáááááán”, „gó gó gó”.

Ik probeer haar enthousiasme tot me door te laten dringen, maar het wil niet lukken. Oh, wat mis ik de spontane, natuurlijke mindfulness van het voetbalveld, met zijn speelsheid, onredelijkheid, adrenaline, woede, vreugde, kinderachtigheid, impulsiviteit, creativiteit, regen, modder en kameraadschap... alles wat sporten zo mooi maakt.

Na afloop komt de docente naar me toe. Ze vindt dat ik het „heel goed gedaan heb voor een eerste keer”. Ze „komt misschien wat hysterisch over, maar daar gaan mensen echter harder van fietsen, hoor”. Ik neem snel een douche en loop naar buiten, naar de echte wereld waar de zon schijnt.

Tot zo ver het sportschoolexperiment. Je kan je er lekker in het zweet werken door netjes de opdrachten uit te voeren die docenten en schema’s je voorschrijven, ondertussen denkend aan het welverdiende kopje koffie dat je straks gaat drinken. Een functionele, emotieloze, effectieve manier om fit te blijven. Met sport, om met Hans Teeuwen te spreken, heeft het helemaal níéts te maken.

Coen Vaessen (1976) is maatschappelijk werker in de psychiatrie (en groot sportfan).

    • Coen Vaessen