Niet klagen, maar fietsen

Ebrahim Hemmatnia vluchtte tien jaar geleden uit Iran naar Nederland. Nu gaat hij de wereld rondfietsen, want grenzen zijn volgens hem achterhaald.

Maite Vermeulen

Galmende voetstappen, holle kamers, kale muren. Het huis van Ebrahim Hemmatnia (35), boven de beddenspeciaalzaak in het centrum van Apeldoorn, is zo goed als leeg. In de woonkamer staan nog een bankstel en een tafel, maar ook die worden vanavond opgehaald door een koper van Marktplaats. Alleen de auto heeft nog geen nieuwe eigenaar. „Alles gaat weg”, lacht Hemmatnia hoog en hard. „Ik ook.”

15 oktober is de rood omcirkelde vertrekdatum in zijn agenda. Dan gaat Hemmatnia – klein maar gespierd, zijn zwarte haar langs de randen al grijzig – de wereld rondfietsen. Letterlijk, want ook de oceanen gaat hij (water)fietsend oversteken. En dat is nog nooit gedaan.

Hemmatnia, die tien jaar geleden uit Iran naar Nederland vluchtte, glundert zichtbaar, elke keer als hij het woord ‘uniek’ in de mond neemt. En dat is vaak. Zijn idee is immers „uniek”, professionals uit de jacht- en fietswereld vinden de amfibiefiets „uniek” en al met al is „deze expeditie gewoon uniek”.

Twee jaar en zes maanden zal de tocht duren. Eerst de Atlantische Oceaan over, van Senegal naar Curaçao. Vervolgens naar Peru, en hop, de Stille Oceaan over. Dan Australië door en via de Indische Oceaan het Afrikaanse continent over, terug naar Senegal. Tachtig procent van het traject is over water. Bang is Hemmatnia niet. „Niemand overleeft het leven.”

Waarom deze reis?

„Ik heb al vaker lange afstanden gefietst, in Japan, in Patagonië, en afgelopen zomer langs de Karakurum Highway in China en Pakistan. Ergens langs de route in Pakistan kwam er een man naar me toe in een restaurant, die vroeg of ik kon helpen met de school in zijn dorp. Het dak moest gerepareerd worden. Ik heb toen geld ingezameld via mijn stichting World With No Borders en dat dak is gerepareerd. Ik heb de schooldirecteur gevraagd wat ze nog meer nodig hadden, en hij noemde een bibliotheek. Toen heb ik thuis in Nederland samen met collega’s een hardloopgroep georganiseerd en zijn we in mei van Luxemburg naar Delfzijl gaan rennen, om geld in te zamelen voor die bibliotheek.”

„Ik wil met deze reis mensen met elkaar in contact brengen. Ik wil overal waar ik kom gaan inventariseren wat mensen nodig hebben en helpen waar kan. Ik wil laten zien dat grenzen niet bestaan. Dat zijn dingen die we bedacht hebben om onszelf te beschermen, maar dat hoeft niet. Want van aard zijn we allemaal hetzelfde, we zijn allemaal mens. We delen dezelfde basisideeën: liegen is niet goed, diefstal is niet goed. Dat vergeten we soms. Door onwetendheid zijn we bang voor anderen.”

Geen grenzen klinkt mooi, maar jouw leven is onlosmakelijk verbonden met grenzen. In Iran was je niet veilig, dus je bent hierheen gevlucht.

„Ja, in Iran was ik studentenleider en werd ik vervolgd door het regime. Ik zeg altijd dat ik na de revolutie terugga… Maar juist mijn vluchten, alleen, zonder mijn familie, heeft me aan het denken gezet. Waarom moeten zoveel mensen in ballingschap wonen? Volgens mij is gebrek aan educatie de bron van het probleem. In Iran zijn veel mensen aan de macht die laagopgeleid zijn – die vroeger niet serieus werden genomen. Nu hebben ze macht en dan ga je hele rare dingen doen om die macht te behouden. Daarom is onderwijs zo belangrijk. Als we daarin investeren, kunnen we oorlogen voorkomen in plaats van de vluchtelingen opvangen.

„Niemand vlucht zomaar uit zijn land. Als je nu iemand in Tokio vraagt of hij voor tien jaar in Apeldoorn wil wonen zegt hij nee, ben je gek geworden! Mensen worden gedwongen om te verhuizen en dat moet je voorkomen door het in het land van herkomst beter te maken.”

En hoe kunnen we dat dan doen?

„We geven nu 4,3 miljard euro per jaar uit aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is veel geld. Maar wat gebeurt daar precies mee? Zelfs premier Rutte geeft toe dat er maar heel weinig concrete resultaten zijn. Dat vereist innovatie. In plaats van het geld in corrupte systemen te pompen, moeten we mensen één op één met elkaar in contact brengen, zoals ik in contact kwam met de schooldirecteur in Pakistan. Dan kunnen we vragen, wat hebben jullie nodig? Nou, jullie hebben bijvoorbeeld water nodig. Oké, dan zamelen wij geld in en leren jullie om een put te bouwen, zodat jullie voortaan altijd water hebben. Dan gaan we geen water kopen bij Albert Heijn en het opsturen, zo werkt dat niet. Als we mensen leren hoe ze hun eigen geld kunnen verdienen, met name door ambachtonderwijs, dan kunnen ze leven zonder afhankelijk te zijn van andere partijen. Dat is mijn ambitie.”

Is dat op grote schaal realistisch, mensen één op één met elkaar in contact brengen?

„Ik denk het wel! Je denkt groot, maar je organiseert het kleinschalig. Meneer Piet heeft in Friesland hulp nodig en meneer Jan heeft in Zuid-Afrika de oplossing. Die twee in contact brengen, dat moet toch kunnen? Onze wereld wordt steeds beter en completer, maar wat we missen is contact. Als dat er is, kun je een win-winsituatie creëren. Die kinderen die in de nieuwe bibliotheek in Pakistan studeren, worden groot, worden ministers, en die zullen altijd denken: mensen uit Holland hebben mij toen geholpen, ik ga iets terug doen. Dat is gewoon een simpele actie-reactieverhouding. Als je iets goeds doet, krijg je iets goeds terug. Echt, de derde wet van Newton geldt ook voor mensen.

„Op mijn LinkedIn profiel heb ik als beroep Wereldverbeteraar staan. Want echt, je kunt dingen verbeteren in de wereld, als je maar actie onderneemt. Als iedereen maar wacht op anderen gaat er niks gebeuren. En als je niks doet, moet je ook niet klagen over onveiligheid en immigratie. Alleen als je mensen in het land van herkomst helpt, kun je massale migratiestromen voorkomen.”

Is dat niet een beetje paternalistisch?

„Nee. Een lokale gemeenschap komt met een vraag en wij helpen – wij leggen niet onze wil op. Dat zijn totaal verschillende dingen. In mijn optiek is er geen wij en zij. Die termen ken ik niet. We zijn allemaal mens.”

Terug naar de reis: je fietst dus de wereld rond om hier aandacht voor te vragen?

„Ja. Ik krijg hopelijk overal waar ik kom media-aandacht omdat de reis uniek is, en die aandacht kan ik dan gebruiken om iets goeds neer te zetten. Want ik heb nu wel een goede baan en een goed huis, maar ik mis een ding – ik kan meer, ik wil iets bijdragen. En als ik dan in plaats van dit huis drie jaar in een kleine fietsboot moet wonen, dan doe ik dat. Ik investeer nu mijn leven, meer kan ik niet doen.”

Hoe bekostig je deze trip?

„Vooral door het enthousiasme van de mensen met wie ik via via in contact ben gekomen. Ik heb nu een team van ongeveer dertig mensen om me heen, die me veelal op vrijwillige basis helpen – met een website, met folders, noem maar op. En het materiaal voor de boot wordt bijvoorbeeld volledig gesponsord door een bedrijf. Dat vind ik bijzonder, maatschappelijk ondernemen.”

Nog laatste voorbereidingen voor vertrek?

„De fiets wordt nu gebouwd in Lelystad, dus dat is spannend. Verder train ik veel. Ik wil vooral zo snel mogelijk weg, want ik wil wel de eerste zijn. Er zijn een miljard Chinezen – daar hoeft maar één gek bij te zitten die me voor is. En dan is deze reis niet meer uniek. Maar dit is een masterplan, wat wil je nog meer in het leven?”

    • Maite Vermeulen