Na crisisberaad: uitstel nieuwe FNV

Drie weken voor het oprichtingscongres van een nieuwe vakbeweging is de top van de FNV nog steeds intern verdeeld. Oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) is nu – weer – aan zet.

Geen oprichtingscongres en voorlopig geen opvolger voor FNV-voorzitter Agnes Jongerius. De top van de vakcentrale FNV kwam gisteren in Amsterdam bijeen voor crisisberaad – en opnieuw leverde dat geen consensus op over de vraag hoe de nieuwe vakbeweging gestalte moet krijgen.

Het door ex-staatssecretaris Jetta Klijnsma voorgestelde oprichtingscongres op 23 juni, gaat vooralsnog niet door. Tot zover waren de voorzitters van de bij de FNV aangesloten bonden het gisteren wel met elkaar eens. Er komt hooguit een klein congres, waarin intenties worden vastgelegd voor de vorming van die nieuwe bond. Zonder de zekerheid dat alle bonden dat convenant ook gaan ondersteunen.

De procedure om op het juni-congres ook een opvolger voor Jongerius te benoemen – een interim-voorzitter die de vakbeweging moet leiden totdat die in 2013 definitief in de steigers staat – is door de voorzitters on hold gezet, vrij vertaald: op de lange baan geschoven. Tot maart 2013 blijft de huidige topstructuur van de vakcentrale gehandhaafd.

Op 1 mei presenteerde Klijnsma haar contouren voor een nieuwe vakbeweging. Een bond waar de leden het voor het zeggen hebben. Met een rechtstreeks gekozen voorzitter en een bondsparlement waar de voorzitter verantwoording aan moet afleggen. Om te voorkomen dat de twee grootste bonden, FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV, in dat parlement de dienst uitmaken, stelde Klijnsma een bovengrens voor: elke bond mag in dat parlement niet meer dan 16 procent van het totale FNV-ledental vertegenwoordigen: met andere woorden, niet meer dan ruim 200.000 leden per bond in dat parlement vertegenwoordigen. Grotere bonden, zoals Bondgenoten en Abvakabo, moeten zich opsplitsen om aan dat criterium te voldoen.

Het scenario van Klijnsma was direct na de presentatie al omstreden bij bijna alle bonden. De twee grootste bonden vreesden versplintering van hun macht en invloed als zij zich moeten opsplitsen. De kleinere bonden zijn beducht voor hun autonomie en identiteit als de groten geen macht zouden inleveren. Eind vorige maand dreigde scheuring, nadat de kleinere bonden zich in een manifest hadden afgezet tegen Bondgenoten en Abvakabo. Op initiatief van Klijnsma werd besloten tot een werkgroep van direct betrokken bondsbestuurders die binnen tien dagen een compromis moesten uitwerken.

Dat compromis lag er gisteren, maar de aanwezige voorzitters slaagden er opnieuw niet in, daar overeenstemming over te bereiken. Dat is niet verwonderlijk, de bovengrens van ruim 200.000 leden voor vertegenwoordiging in dat bondsparlement, werd in dat voorstel verdubbeld naar 33 procent (oftewel meer dan 400.000 leden). De machtsvraag, vorig jaar de directe aanleiding voor de vertrouwenscrisis in de FNV, zou dan niet opgelost zijn. Net als overigens de kwestie rond de contributieafdracht van alle bonden die nodig is om centrale actie- en wervingscampagnes te financieren.

Klijnsma presenteerde op 1 mei haar contouren voor een nieuwe vakbeweging die op 23 april 2013 gestalte moest krijgen in dat oprichtingscongres. Maar enkele weken voor die deadline wordt zij geconfronteerd met een hopeloos verdeelde FNV-top, zonder overeenstemming over de contourennota en zonder consensus over de aangedragen alternatieven. In plaats van een ambitieus oprichtingscongres ligt er nu het voorstel voor „een klein FNV-congres met genodigden” waar gesproken kan worden over „een groeimodel, waarbij de FNV van binnen uit wordt vernieuwd”. En om toch effectief en slagvaardig te kunnen werken zijn „een goede cultuur en prettige omgangsvormen essentieel”.

Klijnsma heeft formeel het mandaat om die clichés te herschrijven tot een stuk waar de bondsvoorzitters volgende week ‘ja of nee’ tegen kunnen zeggen. Ze heeft ook het mandaat om toch een oprichtingscongres uit te schrijven en met een voordracht te komen voor een interim-voorzitter die de nieuwe vakbeweging verder moet uitbouwen. Maar de kans dat ze daar alle 19 bonden in mee krijgt, is inmiddels klein.

Het ziet er eerder naar uit dat Jongerius voorlopig aanblijft. Want die stapt, naar eigen zeggen, pas op na ‘onomkeerbare’ besluitvorming over opheffing van de bestaande FNV en de oprichting van een nieuwe vakbeweging.

Ze maakt volgens haar woordvoerder zelf de inschatting wanneer die vernieuwing voldoende van de grond is gekomen. Maar het is de vraag wanneer die duidelijkheid er is: „Er moet jaarlijks een moment van evaluatie worden ingebouwd om stil te staan bij de vraag of er voldoende vooruitgang wordt gemaakt bij de beoogde vernieuwing”, luidt de laatste aanbeveling in het compromis van die werkgroep.