Minder mopperen over Europa graag

CDA’er Ben Knapen begrijpt het chagrijn over Europa wel. ´Maar we kunnen Nederland niet verplaatsen.´

en Mark Kranenburg

Terwijl Griekenland de eurozone dreigt te verlaten, Spanje wankelt en de Europese Commissie waarschuwt voor ‘desintegratie’ van de euro, schetst demissionair staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen een wenkend perspectief. „Stel dat we de boel weer op orde krijgen en we zijn een paar jaar verder, met een krachtige eurozone. Dan kan de euro plotseling de huidige positie van de dollar innemen”, zegt de demissionair staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken in zijn werkkamer in Den Haag. Zijn optimisme werkt haast bevreemdend te midden van alle onheilstijdingen, maar als historicus blijft Knapen ook een langetermijndenker, een analist. Hij wil het hebben over de „feiten” en de „werkelijkheid” in een tijd van „emoties” en groeiend „chagrijn” over Europa, zeker in Nederland. „Europa is onze werkelijkheid. Wij zijn er onderdeel van, dan heb je de taak om er iets goeds van te maken.”

Hoe slecht gaat het met de euro ?

„Eind 2011, begin 2012 keerde een zekere rust terug. Maar we zitten nog steeds met nervositeit op de markten en hoge schulden. De Griekse verkiezingen hebben bijgedragen aan nieuwe onzekerheid. De financiële crisis heeft ons met de neus op een paar feiten gedrukt. De constructie van de euro had destijds serieuze tekortkomingen, terwijl de onderlinge economische en financiële verwevenheid in Europa nog groter blijkt dan gedacht. Nu werken we aan het terugbrengen van vertrouwen, door hervormingen. Een reeks afspraken verplicht landen om rekening met elkaar houden, en er is een noodfonds. Maar er is tijd nodig voor iedereen om zich te realiseren hoe verweven we zijn. In grote crises duurt het altijd lang om alles te repareren. Vergeet niet: in de jaren 80 had je rentes van 12, 13 procent en daalden de huizenprijzen met 30, 35 procent. Men had het over ‘eurosclerose’. Het duurde lang voordat de consequenties van de oliecrisis – want dat was het in feite – verwerkt waren.

„Maar ik denk ook dat er een discrepantie is tussen de dagelijkse werkelijkheid en het crisissentiment waar je de krant mee vult. De suggestie dat de wereld voortdurend instort, klopt niet. ”

Steeds blijkt in de eurocrisis ‘meer Europa’ nodig. De man in de straat, zeker ook in Nederland, zegt: ik wil minder Europa.

„Het chagrijn fixeert zich op Europa, en dat begrijp ik wel. Maar de meeste mensen weten ook dat wij de zesde goederenexporteur ter wereld zijn, en de tiende dienstenexporteur. 80 procent van wat we verhandelen, gaat naar Europa, zo’n 700.000 mensen werken in Nederland bij een buitenlands bedrijf. Op de Tweede Maasvlakte werken 25.000 mensen. Chinezen en Brazilianen zetten daar hun terminals niet neer als wij niet de gateway to Europe zijn. Wij verdienen de kost in Europa. Handelsverdragen sluiten kunnen we niet alleen.”

De laatste tijd vat het idee post dat Europese landen best alleen in de wereld kunnen opereren. In Nederland wordt Zwitserland, dat geen EU-lid is, als voorbeeld genoemd. En Duitsland handelt in z’n eentje met China en Brazilië.

„Zwitserland was in 2010 20 miljard kwijt aan het ondersteunen van zijn munt. Het neemt alle Europese richtlijnen over. Het zit in ‘Schengen’, omdat het die open grenzen nodig heeft. En ook het bankgeheim staat door alle conflicten daarover onder toenemende druk. Zwitserland kan geen voorbeeld zijn.

„En wat betreft Duitsland: het is niet zo dat Duitsland een Alleingang propageert. De export naar buiten Europa groeit wel, door het karakter van de industrie. Maar nog steeds blijft de meeste Duitse export binnen Europa. Praktisch alle politieke partijen hebben hun koers versterkt naar verdere Europese integratie.”

Knapen probeert zijn eigen partij, het CDA, ook in deze richting te bewegen. Hij geldt als een effectief netwerker achter de schermen. De uitgesproken pro-Europese koers die de christen-democraten vorig jaar inzetten, is volgens partijgenoten grotendeels het resultaat van Knapens overredingskracht.

Knapen blijft zijn partij een stapje voor. Hij is voorstander van verdere integratie van de muntunie, inclusief euro-obligaties. Dat omstreden idee staat niet in het vorige week verschenen CDA-verkiezingsprogramma, maar op de langere termijn voelt Knapen er wel voor. Zuid-Europese landen moeten eerst hervormen en de begrotingen op orde krijgen, maar „dan zijn volgende structurele stappen de moeite waard om naar te kijken. Uiteindelijk hebben we een stabiele eurozone nodig.”

Gaan de verkiezingen straks over Europa?

„Verkiezingen gaan uiteindelijk altijd over wat dicht bij mensen staat. Houd ik mijn baan, hoe zit het met de voorzieningen op school? Maar uiteraard schampt de schaduw van Europa een aantal onderwerpen. ”

Meer dan in het verleden?

„Ja. Maar dat is goed. Na het referendum [van 2005, red.] werd gezegd dat Europa een eliteproject was. Intussen weet de kastelein op de hoek meer van Griekenland en de monetaire verhoudingen dan je zeven jaar geleden ooit had kunnen vermoeden. Het leeft enorm. Natuurlijk zit daar wat onbehagen bij, maar ik heb de indruk dat we het klassieke discours van vóór dan wel tegen Europa achter ons aan het laten zijn. We realiseren ons dat we er onderdeel van zijn.”

Maar juist nu zegt de PVV dat er een alternatief is: uit de EU gaan.

„Een partij kan dat zeggen. Het staat in artikel 50 [van het Lissabon-verdrag, red]. Maar het is onmogelijk. Je kunt Nederland niet verplaatsen. De suggestie dat je van dit land een drijvende bok maakt en voor Singapore parkeert, is niet te realiseren.”

    • Mark Beunderman
    • Mark Kranenburg