Kunstenaarsuitkering stopt over drie weken - overgangsregeling blijft

Over drie weken stopt de aparte uitkering voor kunstenaars. Kunstenaars met onvoldoende inkomsten worden dan net zo behandeld als anderen, en moeten bijstand aanvragen. Foto Hollandse Hoogte / Caro Honink

Kunstenaars krijgen per 1 juli definitief geen aparte uitkering meer. Dan eindigt de WWIK, de overgangsregeling Wet werk en inkomen kunstenaars (wiki) en worden kunstenaars met onvoldoende inkomsten net zo behandeld als anderen. Dat heeft het gerechtshof van Den Haag vandaag bepaald.

De staat kan nog in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Eigenlijk wilde demissionair staatssecretaris van Sociale Zaken Paul de Krom (VVD) dat de regeling per 1 januari werd afgeschaft. De Haagse voorzieningenrechter oordeelde begin januari echter dat een overgangsregeling noodzakelijk was. Hiertegen stelde De Krom hoger beroep in.

‘Hof geeft De Krom tik op de vingers’

FNV Kiem voelt zich gesterkt door de uitspraak, laat bondsbestuurder Inger Minnesma weten:

“Het hof geeft staatsecretaris De Krom toch even een lelijke tik op de vingers. Het plompverloren op het allerlaatste moment kunstenaars verrassen met het afschaffen van een stimuleringsregeling is geen fatsoenlijk bestuur. Een overgangsregeling is een zorgvuldige noodzakelijkheid, zo vindt ook het hof.”

‘Afschaffen WWIK leidt tot groter beroep op bijstand’

Een meerderheid van de fracties in de Tweede Kamer stemde in oktober vorig jaar in met het voorstel van het kabinet om de WWIK af te schaffen. PvdA, SP, GroenLinks en D66 waren tegen. Zij waarschuwden dat dit zal leiden tot een groter beroep op de bijstandsuitkering.

De overgangsregeling die de rechter noodzakelijk achtte geeft kunstenaars de mogelijkheid om gratis deel te nemen aan trainingen, loopbaangesprekken en begeleidingstrajecten. Vakbond FNV Kiem en de Beroepsvereniging van Beeldend Kunstenaars hadden voor het hof geëist dat de overgangsregeling met nog een halfjaar zou worden verlengd om kunstenaars meer tijd te geven.

Beginnende kunstenaars met te weinig inkomsten konden tot eind vorig jaar een beroep doen op een Wwik-uitkering. Zij kregen de eerste tien jaar maximaal vier jaar een aanvulling op hun inkomen die hun de tijd gaf een eigen bedrijf op te zetten. Ook hadden ze geen sollicitatieplicht. Het kabinet vond dat voor kunstenaars geen andere regels moeten gelden dan voor anderen en zette een streep door de regeling.