Ik vind jou echt zo'n kanjer

Een pleaser wil door iedereen aardig gevonden worden. Dus maakt hij of zij de hele dag complimentjes, zegt nooit ‘nee’, cijfert zichzelf weg. Schrijfster Sophie van der Stap legt uit waarom.

01 Jan 1950 --- 1950s 1960s happy smiling blond woman gesturing with hands showing size of something looking at camera --- Image by © ClassicStock/Corbis © ClassicStock/Corbis

Niemand had zin in de opwarmmaaltijd die in een Tupperware doosje op tafel lag. Guillaume had ‘niet zo’n honger’ en Marie, die er die middag twee uur voor in de keuken had gestaan, had eigenlijk meer zin in kiwi. Omdat ik me hiermee om acht uur ’s avonds in mijn keuken niet zo goed raad wist, stelde ik voorzichtig voor om met de overgebleven resten van de lunch te beginnen, dan zouden we de opwarmmaaltijd (een brandade de morue) altijd daarna nog kunnen opeten. Dat vond iedereen een goed idee. De resten van de lunch waren voldoende om niet meer naar de brandade om te kijken; ze is om tien uur ’s avonds onaangeroerd weer samen met Marie terug naar huis gegaan, en daar waarschijnlijk met Tupperware en al in de prullenbak gekieperd. Of, erger, ergens achterin de diepvries terechtgekomen om bij een volgend diner op tafel te komen.

In bed dacht ik aan het ongelukkige lot van deze kabeljauw die, na uit eigen habitat weggevist te zijn, misschien wel urenlang onder een berg andere vissen lucht had liggen happen om later met een handvol gekookte aardappels, room en kaas te verdwijnen in een ovenschotel in het keukentje van Marie om weer later te eindigen in een Tupperware doosje, bij mij op de keukentafel.

Begrijp me niet verkeerd, langer dan dit heb ik niet stilgestaan bij het leven van deze kabeljauw; waar ik wel langer bij stilsta, is Marie die toch een behoorlijke poos bezig is geweest in de keuken, omdat zij vond dat ze na alle uitnodigingen niet met lege handen aan kon komen, ja zij zou dit keer koken, eigenlijk nodigde zij Guillaume en mij uit, alleen dan in mijn keuken (omdat ze op dezelfde vierkante meters slaapt als dat ze doucht als dat ze kookt).Toen ze Guillaume die dag aan de lijn had, durfde hij haar niet te zeggen dat hij eigenlijk nooit een brandade in een restaurant zou bestellen. Toen Guillaume mij dit allemaal weer later vertelde en ik hem vroeg wat we met een brandade moesten, vroeg hij zich hardop af of hij dan toch maar niet alsnog Marie moest bellen om haar te zeggen dat ze echt heus niet een brandade hoefde te maken, waarop ik zei, ja dat is nu te laat, nu staat die verdomde brandade waarschijnlijk al in de oven. Zeg maar niks, we eten het wel op. En daar lag ze dus, op tafel, de uit beleefdheid gestorven en geprakte bedreigde zoutwatervis.

Welkom in een allergewoonste situatie uit het leven van een pleaser. Je kent hem vast wel: altijd een aardig woordje over je stropdassencollectie, je met zorg uitgekozen behang in de hal en je ovenschotels van zondagmiddag. Nooit te beroerd om je te bedanken, het liefste twee keer. Bij een begroeting meteen op zoek naar je ogen voor die ene bevestigende blik. Goede manieren? Een aardig karakter? Welnee. Zonder le regard des autres van Sartre, besta je niet. (En val je pas na uren gepieker – Heb ik de gastheer wel bedankt? – in slaap). Alles voor een blik. Je behaagt en je verleidt, overal waar je kan, want daar ben je nou eenmaal goed in en iemand die behaagt, betaalt niet alleen de rekeningen, maar vertelt ook leuke verhalen, en zeker geen verhalen over vieze brandades. Dat past niet in een spik-en-spanhumeur. Op de vraag hoe het je vergaat, antwoord je dus steevast goed, niet een binnensmonds goed om er gemakkelijk van af te komen, maar een dikke – iedereen mag het horen – ‘Uitstekend!’, want dat is een vereiste van je personage. Voor de pleaser kan het nooit genoeg zijn. Alles, zolang de ander maar tevreden is. Ik raad je dan ook ten zeerste aan om je met zoveel mogelijk pleasers te omringen.

Waar wordt de pleaser geboren? In de schoot van een moeder die je heeft verlaten? Een vader voor wie je nooit genoeg was? Hoewel geboren pleasers doorgaans mensen zijn die te weinig aandacht en bevestiging hebben gekregen in hun jeugd, zoals dat bij de psycholoog op de bank heet, hoeft het zover niet eens te komen. Er zijn ook andere manieren om je narcisme te ontwikkelen. We leven in een individualistische maatschappij, ook wel bekend als The culture of personality (met hier tegenover The culture of character). Een cultuur waarin onze status zich ontleent aan een persoonlijkheid, en niet aan daden. Je wordt beoordeeld op je cover, niet op de binnenkant. Andy Warhol had de Facebook-cultuur al voorspeld met zijn 15 minutes of fame en ook de fictieve Margaret Thatcher gespeeld door Meryl Streep refereert eraan in The iron Lady. Misschien wel de mooiste scene van de film is die waarin een bejaarde Thatcher uitvalt tegen haar dokter die haar vraagt hoe ze zich voelt. „How do I feel?’ I don’t care how I feel, all I’m interested in is what people think. Today its all about being someone rather than doing something.”

Pleasing hangt dus niet zo nauw samen met filantropie als wel met narcisme. Wijlen Harriet Braiker, een Amerikaanse psychologe met Dynastie-uiterlijk, heeft er een paar boeken over geschreven. The disease to please. Curing the people-pleasing syndrome. People-pleasers herken je aan de volgende gedragssymptomen: Ze zijn het zelden oneens met belangrijke mensen. Ze zeggen meteen sorry als jij op hun tenen staat. Ze weten beter hoe het met jouw problemen zit dan met hun eigen ongesteldheid. Ze zijn je voor met de rekening, want ze vinden het echt niet erg om drie dagen crackers achter gesloten gordijnen te eten. Ze voelen zich verantwoordelijk voor jouw verjaardagsfeestje dat niet zo lekker liep. Ze staan klaar bij iedere verhuizing. Verder vertelt iedere pleaser je dat, ondanks de zakken van wallen die boven op je wangen plakken, je er echt nog heel jong uitziet. Daarbij kook je ook veel beter, heb je toffere vrienden, eigenlijk ben je gewoon veel leuker. Ten slotte, maar dat geldt alleen voor de rasechte pleasers: ook zij hebben zo genoten van Oorlog en Vrede. (Je kunt er gif op innemen dat de meeste fenomenologie-studenten geboren pleasers zijn, hun moeders hadden het zo graag willen studeren, maar hebben de kans niet gehad).

Nu denk je misschien, ach als Oorlog en Vrede en een Tupperware-brandade het ergste zijn wat je als pleaser kan overkomen… Maar nee, dat is niet het ergste: een pleaser kan het zichzelf zo lastig maken dat hij zijn hele leven aan anderen geeft. Je kunt jezelf een leven lang als een echte bonne dienstbaar maken voor anderen, met het enige verschil dat je geen schort omgeknoopt hebt en aan het einde van de maand geen envelop toegeschoven krijgt. Geen probleem als er echt een filantropisch belang achter zit, maar dat is het probleem: de menslievendheid ontbreekt volledig.

Maar, tegenover al deze offers – de lege huishoudportemonnee, die fenomenologiestudie, dat dictatoriale huwelijk in denkbeeldig schort, Oorlog en Vrede met meer namen dan gebeurtenissen – staat een grote beloning; altijd een tafel waar je kunt aanschuiven, altijd een zomerhuis met opgemaakte logeerkamer waar je kunt komen aanwaaien, altijd iemand die je vertelt dat jullie zo boffen omdat het leven hem ook zo goed gaat. Echt, het vergaat je uitstekend. En jawel, altijd weer een Tupperware-brandade, opgevist uit een volle vriezer. Of had je ‘nee, dank je’ moeten zeggen? Ik hoop dat ik vanavond de laatste heb verorberd.