‘Hopelijk zijn alle offers in Afghanistan niet voor niets’

Na een periode van veel geweld maakt de stad Kunduz een begin met de opbouw. De burgemeester ziet echter met grote zorg de periode na 2014 tegemoet.

‘Leiderschap in ruwe tijden’ luidt het thema van de bijeenkomst op het jubileumcongres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in Den Haag, waar Najibullah Omar Khel vandaag spreekt. De pas 28-jarige burgemeester van de Noord-Afghaanse stad Kunduz, door de politiemissie inmiddels een begrip in Nederland, kan uit eigen ervaring putten.

Hoewel het de laatste maanden rustiger is, werd Kunduz tot voor kort dikwijls opgeschrikt door explosies. Vaak het werk van de Talibaan, die veelal opereerden vanuit naburige districten. „Vorig jaar nog waren er veel districten waar je niet naar toe kon zonder je leven te riskeren”, zegt de in een Westers pak en das gestoken burgemeester. „Nu zijn die vrijwel vrij van de Talibaan. Het gaat eindelijk de goede kant op.”

Dat is goed nieuws volgens Omar Khel, telg van een vanouds rijke en invloedrijke familie die veel grond en bedrijven bezit in Kunduz en omgeving. „De mensen zijn het vechten meer dan moe, ze willen hun stad weer opbouwen”, zegt hij.

De burgemeester, die eerder een opleiding journalistiek volgde in Kabul, weet waarover hij het heeft. „Hij wandelt veel en knoopt steevast praatjes aan met bewoners”, zegt een inwoner, die anoniem wil blijven.

Rechtstreeks gekozen is Omar Khel niet, wel voorgedragen door een raad van lokale stamoudsten. Maar hij heeft zijn post vooral te danken aan de goede betrekkingen van zijn vader met de Afghaanse vicepresident, maarschalk Mohammed Fahim, een machtige Tadzjiekse krijgsheer.

Zulk nepotisme is in Afghanistan vanzelfsprekend, zoals het land ook aan elkaar hangt van corruptie. Maar juist op dat punt hoopt Omar Khel zich te onderscheiden. „Als je zelf niet corrupt bent, kun je anderen ten voorbeeld zijn. Ik heb na mijn aantreden een aantal jongeren te werk gesteld, juist omdat die nog niet waren besmet met corruptie.” Bewoners bevestigen dat de burgemeester zelf een tamelijk schone reputatie geniet maar dat geldt volgens hen niet voor veel van zijn ondergeschikten.

Omar Khel houdt zich in de praktijk niet zoveel met de handhaving van de veiligheid bezig. Dat valt onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij worstelt met andere problemen, onverharde wegen en het lokale afval. „We hebben geen vuilniswagens en zelfs geen vuilstort. Als het even waait, wordt alle viezigheid weer verspreid en dat is uiteraard gevaarlijk voor de volksgezondheid.”

De financiële middelen ontbreken om zaken grondig aan te pakken. Weliswaar zijn de inkomsten sinds zijn aantreden verdubbeld, maar het budget voor de stad met zijn 250.000 inwoners bedraagt nog altijd een schamele 72 miljoen afghani (ruim een miljoen euro). Het grootste deel gaat op aan het salaris van de 160 ambtenaren. „Daarom wil ik de Nederlandse gemeentes hulp vragen bij het afvalprobleem”, zegt Omar Khel.

De Nederlandse hulp beperkt zich tot de training van politiemensen en steun bij het opbouwen van een juridisch apparaat. Ook andere Westerse landen geven maar beperkte civiele hulp volgens de burgemeester.

Met zorg ziet de burgemeester de periode na 2014 tegemoet, wanneer de Westerse militairen weg zullen zijn. Zullen dan de Talibaan terugkeren? ,,Ik hoop niet dat de internationale gemeenschap zijn handen volledig van Afghanistan zal aftrekken. Het zou vreselijk zijn als alle offers die er de laatste tien jaar zijn gebracht voor niets zouden zijn geweest, als alles wat er is verbeterd weer verloren zou gaan.”

    • Floris van Straaten