Een ode aan een jubilerende koningin met oordoppen

Queen Elizabeth II greets US-Jamaican singer, actress and model Grace Jones and British comedian Rob Brydon (C) backstage during the Diamond Jubilee Concert outside Buckingham Palace in London, on June 4, 20112. A chain of more than 4,200 beacons began to flare across the globe Monday to mark Queen Elizabeth II's diamond jubilee, with the last to be lit by the monarch at a star-studded concert at Buckingham Palace. AFP PHOTO / Dave Thompson /POOL AFP

The Diamond Jubilee Concert. Gezien: 4/6, Londen. ***

Muziek uit de hele regeerperiode van de Britse koningin, was de intentie. Het Diamond Jubilee Concert, onder regie van voormalig Take That-zanger Gary Barlow, was daarom groots aangepakt. Live op televisie, voor 20.000 ticketwinnaars rond het podium en naar schatting 250.000 mensen die het optreden volgden op videoschermen, kwam een bonte popcollage voorbij, voor een stoïcijns ogende, met oordoppen uitgeruste Elizabeth. Zij was er niet vanaf het begin bij maar sloot zich halverwege de show aan bij haar familie, vlak voor de kirrende discomedley van Kylie Minoque.

Het sprak voor zich: dit zou een braaf feestje worden zonder rebellie of wanklank, met vooral odes van de Britse popadel. Muzikaal gerijpte sterren zongen medleys van hun bekendste nummers.

Met een vet aangezet Let me Entertain You trapte Robbie Williams af op het indrukwekkende podium bij het standbeeld van koningin Victoria voor Buckingham Palace. Via een naar adem happende Cliff Richard in een pastelkleurige pastiche met overdreven dansjes, ging het naar een zich ook al overschreeuwende Sir Elton John. Annie Lennox kwam als krachtig gevallen engel (There Must Be an Angel) en daar was de vertrouwde popgalm van Tom Jones – nog immer groot bij de Britse oldtimers en tevens omarmd door een nieuwe generatie sinds zijn waardige juryschap in The Voice.

Een knipoog naar het verleden kwam van Shirley Bassey met een in stijl gebracht Diamonds Are Forever. De impliciete swing met jeu van Robbie Williams in Mack the Knife was prettig. En ook de balkonscène bij het paleis van sopraan Renee Fleming en tenor Alfie Boe, Somewhere, was raak en stijlvol.

Het was een heus heerlijke muziekparade, maar wat joegen de artiesten zich weinig stemvast en nerveus door de liedjes. Een hoogtepunt moest het lied van Gary Barlow en Andrew Lloyd Webber worden, gezongen door tweehonderd mensen uit het Gemenebest. Het werd een wat zwemmerige vertoning.

Grace Jones glorieerde in al haar excentriciteit, al hoelahoepend tijdens haar hit Slave to the Rhythm. Stevie Wonder bracht warmte en soul op het plein.

Een afsluiter met aantrekkingskracht was Sir Paul McCartney. Hij verenigde de massa losjes met oude nummers als Magical Mystery Tour, All My Loving, Ob-La-Di, Ob-La-Da en Live and Let Die. Ze waren voorzien van een machtig vuurwerk.

Echt memorabel was de show van Madness, in een lichtbundel op het dak van Buckingham Palace. Terwijl het paleis door projecties in kamers was verdeeld, zong de band zijn hit Our House. Die melodie bleef goed overeind in de avondkoude.