Een koe met haar tweelingzus

Nergens zag ik in steden zoveel zwerfrunderen als in India. Ze maken er deel uit van de stadsnatuur. Een beetje schaduw onder een boom en een paar pollen gras bieden hun een leefgebiedje waarin ze onverstoorbaar kunnen vegeteren. Voorbijrazend verkeer, herrie, mensenmassa’s – het deert hen niet. Groenteverkopers gooien hun wat afsnijdsels toe, verder bemoeit niemand zich met deze voor hindoes heilige dieren. Het viel me daarom op toen ik in het centrum van de stad Bangalore een koe zag die door een man aan een touw door de straten geleid werd. De man zag eruit alsof hij in de Efteling werkte: gekleed in felblauwe en rode lappen van velours, compleet met tulband en halvemaanschoenen. Hij blies op een fluit en droeg een geldkistje aan zijn riem. Zijn koe was ook versierd, met belletjes, een bloemenkrans en een zadeltas. Het bleek een bezienswaardigheid waarmee hij geld verdiende. Voor een paar roepies mocht je er een foto van maken. Pas toen ik de koe van links bekeek, zag ik waarom iedereen zijn mobieltje liet klikken: ze had zes poten. Het extra paar hing ter hoogte van de schouder naadloos aan haar rug. Een van de extra ledematen was aan de voet versierd met een kettinkje, de nagels waren opvallend puntig. De koe zag er gezond uit en leek geen last te hebben van haar extra bagage.

Het is overduidelijk een aangeboren afwijking, maar welke? Thuis vond ik het antwoord in een publicatie van Erwin Kompanje uit 2002, met de titel Asymmetrische parasitaire dubbelmonsters bij mens en dier (Straatgras 14[1]: 4-9). Bij de koe van Bangalore blijkt sprake te zijn van een ongelijkvormig parasitair dubbelmonster, met een aan de rug gehechte parasiet, in vaktermen een ‘rachipagus parasiticus’. Aangezien dubbelmonsters zich altijd uit één eicel ontwikkelen, loopt de koe dus rond met de achterste extremiteiten van haar tweelingzus als aanhangsel. Bij een dergelijke misgeboorte is een deel van de tweeling normaal en mobiel, terwijl het andere deel (de parasiet) incompleet en bewegingloos aan de ‘grote’ zus of broer hangt. Bij de koe van Bangalore gaat het slechts om de achterpoten, er zijn echter ook parasieten die uit een volledig bovenlichaam met of zonder kop bestaan. Zowel bij mensen als dieren is die afwijking uiterst zeldzaam. De bekendste is Lazarus Colloredo (1617-1646?) Hij had Joannes Baptista, zijn halve tweelingbroer – compleet met hoofd en linkerbeen – aan zijn buik hangen. Ook zij waren een bezienswaardigheid.

    • Kees Moeliker