De vaagheden van politici

Wie leest er nog verkiezingsprogramma’s? Tweede Kamerleden niet altijd, zo bleek tijdens de formatie tussen VVD, CDA en PVV in 2010. CDA-Kamerleden die bij de leiding klaagden dat het regeerakkoord hier en daar wel erg harde teksten bevatte, werden fijntjes naar hun eigen verkiezingsprogramma verwezen. Daar stond het ook al in, ontdekten Kamerleden tot hun verrassing.

We moeten onderscheid maken tussen verkiezingsprogramma’s en de doorrekening van het CPB.

In de programma’s zelf proberen partijen de teksten vaak genuanceerd te houden: de vriendelijke verklaring voor het soms onnavolgbare proza. Een voorbeeld uit Iedereen, het vorige week onthulde CDA-programma. „Het CDA kiest voor één kaderstellend budget voor de eerste en tweede lijn, zodat verzekeraars en zorgverleners de zorg op de meest doelmatige wijze kunnen leveren.” Alleen de schrijver weet wat hij hier bedoelde. Voor de journalist een reden om het CDA te bellen. En de geïnteresseerde burger? Die moet een gokje wagen.

Bij het CPB zijn dat soort vaagheden niet toegestaan. Wie een doorrekening van het programma wil – en aan die curieuze traditie houdt zelfs de PVV zich – moet het CPB vertellen wat hij van plan is. Anders mag je er geen bezuinigingsbedrag aan vastplakken. En in deze crisistijden is dat de essentie van de programma’s: wie bezuinigt hoeveel waarop?

Vaak zit er wat tijd tussen de presentatie van het programma en de doorrekeningen. Handig voor de partijen. Zo kunnen ze eerst de mooie verhalen uit het programma aan de man brengen. Vervolgens gaan ze in conclaaf met het CPB. Daar draaien ze aan de knoppen van de rekenmodellen om een mooi begrotingstekort tevoorschijn te toveren. Dat levert een dik pakket op waaruit elke vaagheid is verdwenen. Maar dat zijn de kleine letters van het contract met de kiezer. En wie leest de kleine letters?

Deze rubriek gaat over de relatie tussen media en politiek