De SP blijft links maar wil warm en fijn zijn

De SP zou de grootste partij kunnen worden. Wat willen de socialisten? Huurders ontzien, Europa op afstand en bescherming van het Papiaments.

De SP benadert de verkiezingen liever optimistisch. Nieuw vertrouwen heet het verkiezingsprogramma waarmee de SP de komende maanden de campagne voert.

Vertrouwen van de bevolking in de politiek, bedoelt de partij.

En vertrouwen van de bevolking in de economie.

En ook: vertrouwen van de bevolking in de samenleving.

Maar misschien slaat het begrip nog wel het meeste op de partij zelf. Want de SP hoopt zélf ook op vertrouwen van de kiezer. Die moet de partij op 12 september zoveel stemmen opleveren dat regeren met de socialisten onvermijdelijk wordt. De wrange nasmaak uit 2006, toen de SP groeide van 9 naar 25 zetels maar buiten het kabinet bleef, moet worden weggespoeld.

Na het CDA presenteert de SP vandaag als tweede grote politieke partij het verkiezingsprogramma. De leden spreken zich er op 30 juni over uit. De SP wil niet alleen bezuinigen, maar ook drie miljard investeren. Dat geld gaat onder meer naar het stimuleren van duurzame energie, onderhoud aan het spoor, en investeringen in kleinere onderwijs- en zorginstellingen.

De partij heeft de afgelopen dagen overal verkondigd dat ze bereid is tot compromissen. De ideeën van de SP zullen goed aansluiten bij die van de andere partijen, verwacht Kamerlid en mede-auteur Ronald van Raak. „Dit is gewoon een ontzettend goed programma.”

Welke voorstellen in het SP-program hadden we kunnen verwachten?

Klassieke thema’s als het beschermen van het wettelijk minimumloon. En dat bestuurders in de publieke sector niet meer mogen verdienen dan een minister. Bonussen bij banken worden „volledig uitgebannen”. Gemeenten krijgen meer geld om te voorkomen dat „kinderen opgroeien in armoede”. De NS en spoorbeheerder ProRail moeten samengaan in één overheidsbedrijf.

Wat bemoeilijkt een samenwerking met rechtse partijen?

Het programma van de SP staat vol met maatregelen die hogere inkomens raken, een gruwel voor de VVD. De SP wil bijvoorbeeld over inkomens boven 150.000 euro 65 procent belasting laten betalen. De kinderbijslag en zorgpremie worden inkomensafhankelijk. De hypotheekrenteaftrek voor mensen die een woning bezitten, wordt beperkt. Boven 350.000 euro vervalt de hypotheekrenteaftrek, onder dat bedrag wordt de aftrek beperkt tot 42 procent. De SP wil ook geld weghalen bij bedrijven, ook al pijnlijk voor de VVD. Bedrijven met een winst boven de twee ton betalen winstbelasting. De bankenbelasting wordt verhoogd. En de ontslagbescherming blijft zoals die nu is. De SP biedt wel een opening bij de marktwerking in de zorg. Die moet nog steeds worden gestopt, maar pas „op termijn” worden teruggedraaid. Dus niet al deze kabinetsperiode.

Wat bemoeilijkt een samenwerking met andere linkse partijen?

Op papier wordt de SP toeschietelijker. Op 65-jarige leeftijd met pensioen gaan is vanaf 2020 niet heilig meer, „behalve voor mensen met zwaar werk of een lang arbeidsverleden”. Europa is niet langer de boeman, mits het zich vooral richt op „behoud van vrede, de bescherming van veiligheid en de bevordering van welvaart en welzijn voor iedereen”. Maar de SP blijft de meest extreme partij op links. Neem de huren. Daar waar de PvdA deze beperkt wil laten stijgen als tegelijkertijd de koopsector wordt aangepakt, wil de SP huurders helemaal ontzien. Huren mogen met de inflatie stijgen, maar extra huurverhogingen komen er niet. Aangekondigde en ingevoerde huurverhogingen worden teruggedraaid.

En wat zijn opvallende voorstellen?

De talen Fries en het Papiaments worden grondwettelijk beschermd, als het aan de SP ligt. En musea moeten een dag per week gratis de deuren openen. Wel zo aardig.

Oscar Vermeer

    • Oscar Vermeer