De pensioenoplossing? 68 jaar in 2023

Ho! Niet stoppen met lezen, want pensioenen mogen dan hopeloos onsexy zijn, ze zijn wel essentieel. Dus bijt even door.

Emile Roemer, de lijsttrekker van de SP, zei gisteren in een Libelle-debat dat het verhogen van de pensioenleeftijd voor hem geen breekpunt bij de vorming van een nieuw kabinet. Dat is goed om te weten, maar het is in werkelijkheid niet eens een keuze meer. Het is bittere noodzaak.

De pensioenleeftijd moet simpelweg omhoog, en snel ook. Het Lenteakkoord dat er nu ligt verhoogt de pensioenleeftijd met een maand per jaar, vanaf 2016 met twee maanden per jaar en vanaf 2019 met drie maanden per jaar, tot in 2023 de leeftijd is opgehoogd tot 67 jaar. Dat is al een hele versnelling ten opzichte van eerdere plannen. Maar is het genoeg?

De betaalbaarheid van de pensioenen wordt uitgehold door twee ontwikkelingen. De eerste is dat mensen ouder worden. Dat weten we wel, maar weten we ook de details? Het Centraal Bureau voor de Statistiek liet eind vorig jaar weten dat de levensverwachting van mannen op hun 65-ste jaar in de afgelopen tien jaar zeer sterk is gestegen. In 2000, toen Roemer nog gemeenteraadslid was te Boxmeer had een man die met pensioen ging gemiddeld nog 15,3 jaar te leven. In 2010, toen Roemer tot lijsttrekker van de SP werd gekozen, was dat 17,6 jaar. In tien jaar tijd kwam er 2,3 jaar bij. Voor vrouwen was dat 1,6 jaar.

Mocht die trend zich voortzetten, en de pensioenleeftijd in 2023 met twee jaar zijn verhoogd, dan is de winst voor de pensioensector in wezen gering. De uitkeringsduur verandert dan niet, maar er zijn wel twee extra werkzame jaren bij gekomen waarin premie is betaald – dit alles in de veronderstelling dat de ouderen ook echt door blijven werken.

Dan is er die twee ontwikkeling: het verwachte rendement. Nog niet zo lang geleden was een lange rente van 4 procent gangbaar. Daarna zakte die tot 3 procent, en tijdens de eurocrisis langzamerhand naar 2,5 procent. Dat is inmiddels 1,6 procent geworden. Wie stoer wil doen over de euro en er rekening mee houdt dat de zaak uit elkaar valt en we ons vervolgens bij Duitsland aansluiten, kan maar beter gaan rekenen met deze extreem lage rentes. En zelfs zonder dit noodscenario kunnen we met zijn alleen nog altijd in een tijdperk van Japanse stijl verzeild raken.

Wat gebeurt er met een ‘rekenrente’ van 2 procent? In één woord: drama. Als de pensioengerechtigde leeftijd per volgend jaar in één klap met twee jaar zou worden verhoogd, dan zal de einduitkering niet hoeven te veranderen – en kan vermoedelijk zelfs iets omhoog. Als de rekenrente onder de 2 procent zakt dan is zelfs dat al snel niet meer genoeg. Dit scenario van lage rentes is, nogmaals, reëel genoeg om rekening mee te moeten houden.

Dan hebben we nog niet ingecalculeerd dat mensen ook de volgende tien jaar nog langer leven. Stel de trend vlakt af, en er komt tot 2023 nog één jaar bij. Samen met het lage rente-scenario komt je dan pas uit als er ook nog een jaar langer wordt gewerkt. Een pensioenleeftijd van 68 dus in 2023, waarvan de verhoging al snel zal moeten beginnen.

‘Geen breekpunt’, zei Roemer. Alsof het hier een daad van goedertierenheid betreft. Het wordt tijd dat hij, en zijn medelijsttrekkers, gewoon de harde noodzaak onder ogen zien. 68, in 2023. Nu te beginnen met drie maanden per jaar, en met vier maanden per jaar vanaf 2017. En als de rentestand tegen die tijd mee blijkt te vallen, dan kunnen we altijd nog zien.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel