‘Dankbaarheid en verdriet mengen niet’

„Je deelt het verdriet om prins Friso. Die mama, Beatrix – ik had zo met haar te doen.”

Vervolg van pagina 5

In een interview van kort voor het ongeluk, te vinden op uw blog, komt u over als een uitgesproken gelukkig mens. Was dat levensgevoel in één klap weg?

„Mijn eerste paniek was dat ik mijn vrouw nooit meer zou zien lachen. Zij lacht heel mooi. Mijn tweede angst was dat ik de gave dankbaar te zijn kwijt was, de gave om ‘het nu’ als het grootste goed te waarderen. Het kan vreemd klinken maar diezelfde dag nog heb ik mijn vrouw zien lachen. Diezelfde dag was ik dankbaar dat de zon er stond. Ik heb het geluk niet verloren. Tegelijk is dat heel verwarrend natuurlijk. Je veronderstelt van jezelf dat je volledig kapot bent.

„Zes jaar geleden was er in Antwerpen een racistische moord. Een kindje werd gedood, omdat de babysit zwart was. Ze was het dochtertje van goede vrienden. Zij stonden er alle-twee onmiddellijk. Ze zeiden op dat ogenblik belangrijke dingen. Verdriet is niet een dikke grijze lucht. Zelfs in het begin zijn er blauwe plekjes. Voel je niet schuldig als de zon door zo’n gat schijnt. Je hebt dat nodig. De depressies die je ook meemaakt, geven telkens het gevoel: hier kom ik nooit meer uit.”

Kunt u nog vreugde ervaren?

„Er zijn twee gevoelens die niet mengen. Dankbaarheid voor wat je gehad hebt en verdriet over wat je kwijt bent. Twee vloeistoffen, waarvan er steeds een bovenkomt.

„Ik was een gedreven mens. Ik moet nu gedrevenheid forceren. Elke dag. Zit ik een stukje te schrijven op het terras van het café van mijn dochter, dan verdwijn ik daarin. Een uur later is het een uur later. Een uur geen pijn gehad. Zoals het vroeger altijd was. Het is alsof je stukjes mag proeven van hoe het vroeger was. Daarna stopt dat weer.”

Hoe beleeft u andere ‘publieke’ sterfgevallen van kinderen?

„We hebben hard zitten huilen bij de afscheidsviering van de kinderen van het bus-ongeluk in Zwitserland. Je deelt het verdriet van die ouders fysiek. Hetzelfde met prins Friso. Die mama, Beatrix – alleen in dat artificiële milieu. Ik had zo met haar te doen. Zijn daar buurvrouwen, zussen? Friso zat ook met jongens in de klas. Het zou goed zijn als die even zouden langsgaan. Om een zoen te geven, een knuffel. Dingen over hem te vertellen.

„In het begin hoorde ik allemaal dingen die ik niet wist. Het gaf mij even het gevoel dat ik een waardeloze vader was geweest. Zo een die nooit thuis is, niet luistert. Later draagt het bij aan een nieuw, rijker beeld.”

Las u Tonio, het boek van A.F.Th. van der Heijden over zijn verongelukte zoon?

„Mijn vrouw las Tonio. Ik kon haar lof niet goed horen. Ik dacht: vraag mij wat je wilt weten over een vader met een dode zoon. Zij dacht dat ik jaloers was op het succes van een boek dat ik zelf had willen schrijven.”

Welke boek was voor u belangrijk?

De troost van de filosofie van Alain de Botton. Een ex-medewerker stuurde me twee exemplaren. Hij dacht: dit is zo erg, je hebt er twee nodig. Dat is ook zo. Een voor onderweg en een voor naast je bed. Toevallig had ik een paar maanden eerder Datumloze dagen gelezen van Jeroen Brouwers. Dat begon na te zinderen. Ik had nooit echt begrepen dat het een afscheid van zijn zoon was. Hoe belangrijk het kan zijn door het bos te lopen, langs bomen te lopen. Alleen om nog eens langs die bomen te lopen.”

Kunt u dit verdriet delen met uw vrouw?

„Ik ben het woord medelijden gaan begrijpen. Jij lijdt, ik lijd mee. Ik kan bijna verdrietiger zijn om wat zij meemaakt dan om wat ik meemaak. Omgekeerd ook. Ik heb haar vaak gezegd: ik help jou hier doorheen. Dat wordt mijn grote werk. Eigenlijk ben ik het wrak geweest.

„Je helpt elkaar erdoor. Twee sukkelaars, elk een been verloren, die samen wandelen. Je kunt elkaar niet loslaten. Dan val je.”