Afwezig in de plannen, maar nog altijd kansrijk

De besluitvorming over het omstreden reiskostenplan van de Lentepartijen wordt over de verkiezingen heen getild. Goed nieuws voor de forens?

De politicus die het belasten van de reiskostenvergoeding wil tegenhouden, heeft tot vlak voor Kerst de tijd. Dan stemt de Eerste Kamer over het Belastingplan 2013 en komt de lastenverzwaring in de wet. Zodat de Belastingdienst op 1 januari belasting kan heffen.

Gisteren bleek dat het ministerie van Financiën allerlei fiscale maatregelen uit het Lenteakkoord voor behandeling naar de Tweede Kamer had gestuurd. Opvallend afwezig was de voorgenomen belasting van de reiskostenvergoedingen. De uitwerking komt pas na de verkiezingen. En kan dan alsnog in het Belastingplan worden opgenomen. Het Belastingplan wordt samen met de Miljoenennota gepresenteerd op de derde dinsdag van september.

Zou dat een teken zijn dat de lastenverzwaring wordt losgelaten? Vier van de vijf partijen van het Lenteakkoord maakten de afgelopen dagen al terugtrekkende bewegingen. Maar nee, bezweren ze bij het ministerie van Financiën. De vertraging komt door techniek: als je woon-werkverkeer gaat belasten, moet je het kunnen onderscheiden van werkverkeer, dat nog wel onbelast kan worden vergoed. En soms is dat lastig – neem de loodgieter die op weg naar huis nog even langs een klant rijdt. Zorgvuldige wetten schrijven kost tijd.

De tweede vraag die zich opdringt: gaat de Europese Commissie moeilijk doen omdat de wetgeving over het belasten van het woon-werkverkeer (opbrengst 1,3 miljard euro) pas na de verkiezingen tot stand komt? Bij Financiën kunnen ze zich dat niet voorstellen.

Want wat theoretisch mogelijk is, hoeft namelijk nog niet praktisch haalbaar te zijn. Dat lijkt het geval bij de reiskostenvergoeding: de Lentepartijen zijn niet zomaar van de impopulaire lastenverzwaring af, als zij tenminste op een begrotingstekort van 3 procent in 2013 willen uitkomen. En dat willen ze, want dat was het hele punt van het Lenteakkoord.

Het eerste praktische probleem: de belasting op reiskostenvergoeding is bedoeld om de verlaging van de overdrachtsbelasting te betalen. Die lagere overdrachtsbelasting gaat al op 1 juli in, en slaat structureel een gat van 1,2 miljard in de rijksbegroting. Dat gat vulden de Lentevijf op met de belasting van de reiskostenvergoeding. Willen ze daarvan af, dan moeten ze ergens anders een bedrag van een dergelijke omvang vinden.

Het tweede probleem: het gat moet in 2013 al worden gevuld. Lastig, want als het snel moet, vallen veel bezuinigingsopties af: met ambtenaren ontslaan kom je bijvoorbeeld te langzaam op gang. Dan blijft eigenlijk alleen belastingverhoging over. Niet voor niets willen de vijf Lentepartijen ook de btw voor 2013 verhogen. Dat levert binnen één jaar 4 miljard euro op.

Het derde probleem: het Centraal Planbureau gaat er gewoon van uit dat de belasting van de reiskostenvergoeding in de begroting voor 2013 komt, en houdt er in al zijn plannen rekening mee. Dat betekent dat het CPB de lastenverzwaring in het ‘basispad’ opneemt, het begrotingsscenario waarmee bijvoorbeeld de verkiezingsprogramma’s van alle partijen worden vergeleken. In de parlementaire praktijk betekent dit dat ook de partijen die tegen het Lenteakkoord waren, een ‘alternatieve’ bezuiniging moeten vinden als ze van de belasting van de reiskostenvergoeding af willen.

Maar waar een wil is is een weg. Tenminste, als je een Kamermeerderheid hebt. En daar ligt het vierde probleem.

Niemand voorziet in het huidige versplinterde en gepolariseerde politieke landschap een snelle formatie.

Dat betekent dat het Belastingplan 2013 hoogstwaarschijnlijk verdedigd zal worden door demissionair minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA), in een Tweede Kamer die vooral bezig is met de formatie en de geheime onderhandelingen die daarbij horen.

De minister heeft er veel belang bij de 3 procent te halen, en de lastenverzwaring voor forenzen is daarvan een belangrijk onderdeel. Hij bevindt zich dus in een goede positie om het plan er toch door te krijgen.