'We beseffen dat we deel zijn van Europa'

CDA’er en demissionair staatssecretaris Ben Knapen begrijpt het chagrijn bij de kiezer over Europa wel. Maar hij verkiest feiten boven emoties. Dus: Europa moet verder integreren, dat is het Nederlandse belang. ‘Wij verdienen de kost in Europa’.

Nederland, Tilburg, 25-01-2012 Staatsecretaris Ben Knapen word geinterviewd door studenten van de Universiteit van Tilburg in een editie van Food For Thought, het debateer evenement van de ASSET, de faculteits associatie van de School of Economics and Managment. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

Anti-Europa stemming?„Ik kan niet alleen afgaan op humeuren en weiger me ook over te geven aan fact free politics. Ik moet gewoon verder werken en er voor zorgen dat we van de constructie Europa, waar wij allemaal onderdeel van zijn, iets moois te maken.”

Terwijl Griekenland de eurozone dreigt te verlaten, terwijl Spanje wankelt, terwijl de Europese Commissie waarschuwt voor ‘desintegratie’ van de euro en terwijl het er steeds meer op begint te lijken dat Europa als een donderwolk boven de Nederlandse verkiezingscampagne komt te hangen, schetst Ben Knapen voor datzelfde Europa een wenkend perspectief.

„Je moet je eens voorstellen dat we erin slagen de boel weer op orde te krijgen, en we zijn een paar jaar verder, met een krachtige eurozone. Dan wordt de euro plotseling een munt die de positie kan innemen die de dollar nu heeft”, zegt de demissionair staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken in zijn werkkamer in Den Haag. „Als China, Rusland of Brazilië hun risico’s willen spreiden kunnen ze even makkelijk terecht bij de euro als bij de dollar. Moet je eens kijken wat dat betekent voor de kracht die je ontwikkelt.”

Zijn optimisme werkt haast bevreemdend, te midden van alle onheilstijdingen over een rampzalige zomer voor de euro. Maar de historicus Knapen blijft ook als politicus vooral een lange termijndenker, een analist.

Hij wil het hebben over de „feiten” en de „werkelijkheid”, in een tijd van „emoties” en groeiend „chagrijn” over Europa, zeker in Nederland. „Europa is gewoon onze werkelijkheid”, zegt Knapen. „Negatief geformuleerd: een beetje zoals in dat nummer van The Eagles: You can check out any time, but you can never leave. Positief geformuleerd: als wij onderdeel zijn van Europa, dan heb je de taak om er iets goeds van te maken.”

Knapen is bereid het debat over Europa volop te voeren. „Beter scherp dan omfloerst en via jargon.”

Hoe slecht gaat het nu met de euro ?

„We zitten al langere tijd in een fase van soms wat meer, soms wat minder onzekerheid. Eind vorig jaar, begin dit jaar, keerde een zekere rust terug. Maar we zitten nog steeds met nervositeit op de markten en met hoge schulden. De Griekse verkiezingen hebben natuurlijk bijgedragen aan nieuwe onzekerheid.”

Het woord ‘desintegratie’ valt.

„Ik doe niet aan speculaties. De financiële crisis heeft ons wel met de neus op een paar feiten gedrukt. De constructie van de euro was er destijds een met serieuze tekortkomingen, terwijl de onderlinge economische en financiële verwevenheid in Europa nog groter blijkt dan gedacht.

„Stap voor stap wordt door ons en door andere landen gewerkt aan een remedie. We werken aan het terugbrengen van vertrouwen, door hervormingen. Er ligt nu een reeks bestuurlijke afspraken, zodat landen verplicht rekening met elkaar houden. En we hebben een noodfonds, als vangnet voor als er wat misgaat. Maar er is tijd nodig voor iedereen om zich te realiseren hoe onderling verweven we zijn. Het tempo van de financiële markten is anders dan dat van de democratie. Het gaat stap voor stap”.

U zegt: ‘stap voor stap’. Maar de situatie in Griekenland en Spanje is acuut.

„Wij willen dit allemaal morgen opgelost hebben. Dat gaat niet. De geschiedenis leert dat het lang duurt om in grote crises alles te repareren. Vergeet niet: in de jaren ’80 had je rentes van 12, 13 procent en de huizenprijzen daalden met 30, 35 procent. Men had het over ‘eurosclerose’. Het duurde een hele tijd voordat de consequenties van de oliecrisis – want dat was het in feite – verwerkt waren.

„Eerlijk gezegd denk ik ook wel dat er een discrepantie is tussen de dagelijkse werkelijkheid en het crisissentiment waar je de krant mee vult. Dat noodfonds heet niet voor niet noodfonds. Het is voor een noodsituatie. En daar heb je dan een fonds voor. De suggestie dat steeds de wereld instort, heeft geen relatie tot de wereld waarin wij leven.”

Steeds blijkt in de eurocrisis ‘meer Europa’ nodig. De man in de straat, zeker ook in Nederland, zegt: ik wil minder Europa.

„Het chagrijn van deze crisis fixeert zich op Europa. En dat begrijp ik wel. Maar het zijn de feiten die tellen. Uiteindelijk weten de meeste mensen: Wij zijn de zesde goederenexporteur ter wereld en de tiende dienstenexporteur. 80 procent van wat we verhandelen gaat naar Europa, zo’n 700.000 mensen werken in Nederland bij een buitenlands bedrijf. Op de Tweede Maasvlakte werken 25.000 mensen. Chinezen en Brazilianen zetten daar hun terminals niet neer wanneer wij niet de gateway to Europe zijn. Wij verdienen de kost in Europa. Als wij handelsverdragen willen sluiten, dan kunnen we dat alleen als samengebalde kracht. Niet in ons eentje.”

De laatste tijd vat juist het idee post dat Europese landen best alleen in de wereld kunnen opereren. In Nederland wordt Zwitserland, dat geen EU-lid is, als voorbeeld genoemd. En Duitsland handelt gewoon in z’n eentje met China en Brazilië.

„Zwitserland, da’s een aardig voorbeeld. Zwitserland was in 2010 twintig miljard kwijt voor het ondersteunen van zijn munt. Het neemt alle Europese richtlijnen over. Het zit in ‘Schengen’, omdat het die open grenzen nodig heeft. Zwitserland had nog één specifiek ding, het bankgeheim. Maar door alle conflicten daarover met bijvoorbeeld Duitsland komt dat steeds verder onder druk. Ik zie niet hoe Zwitserland een voorbeeld kan zijn.

„En wat betreft Duitsland: Het is niet zo dat Duitsland een Alleingang propageert. Ik zie ook wel dat daar de export naar buiten Europa groeit, door het karakter van de industrie daar. Maar nog steeds gaat de meeste export naar binnen Europa. Praktisch alle Duitse politieke partijen hebben hun koers juist versterkt naar verdere Europese integratie.”

Knapen probeert zijn eigen partij, het CDA, ook in deze richting te bewegen. Hij heeft misschien geen sterk politiek profiel, maar geldt wel als een effectief netwerker achter de schermen. De uitgesproken pro-Europese koers die de christen-democraten vorig jaar inzetten, nadat de partij bij de Europese verkiezingen een ambivalente houding had aangenomen, is voor een belangrijk deel het resultaat van het overtuigwerk van Knapen, zeggen partijgenoten.

Knapen blijft zijn partij een stapje voor. Hij is voorstander van verdere stappen in de integratie van de muntunie, inclusief – „aan het eind van de rit” – euro-obligaties. Het omstreden idee staat niet genoemd in het vorige week verschenen CDA-verkiezingsprogramma, maar Knapen voelt er op de langere termijn wel voor. „Niet nu, want dat zet je de deur open voor perverse prikkels.” Zuid-Europese landen moeten eerst hervormen en de begrotingen op orde krijgen. „Maar dan zijn volgende structurele stappen wel de moeite waard om naar te kijken. Uiteindelijk hebben we een stabiele eurozone nodig.”

Gaan de verkiezingen straks over Europa?

„Het zal een belangrijk onderdeel zijn. Toch gaan verkiezingen uiteindelijk altijd over iets dat dicht bij mensen zit. Houd ik mijn baan, hoe zit het met de voorzieningen op school? Maar uiteraard schampt de schaduw van Europa een aantal onderwerpen. ”

Meer dan in het verleden?

„Ja. Maar dat is goed. Na het referendum [van 2005, red.] werd gezegd dat Europa een eliteproject was en te weinig politiek. Intussen heeft de kastelein op de hoek veel meer verstand van Griekenland en de monetaire verhoudingen tussen dat land en eurozone dan je zeven jaar geleden in je stoutste dromen had kunnen vermoeden. Dus het leeft enorm.

„Natuurlijk zit daar wat onbehagen bij, maar ik heb de indruk dat we het klassieke discours van grote liefde voor Europa versus je bent ertegen achter ons aan het laten zijn. We realiseren ons dat we er onderdeel van zijn.”

Maar nu zegt de PVV juist dat er wél een alternatief is: uit de EU gaan.

„Als een partij zegt: we moeten uit Europa, dan kan dat: dat staat in artikel 50 [van het Lissabon-verdrag, red]. Maar het kan toch niet, want je kan dit land niet verplaatsen. De suggestie dat je van dit land een drijvende bok maakt en voor Singapore parkeert, is niet te realiseren.”

    • Mark Beunderman
    • Mark Kranenburg