Soldaat drie meldt zich via Skype

Twee Zwitserse architecten ontwierpen samen met de Chinese kunstenaar Ai Weiwei een paviljoen in het Londense Hyde Park. Onder de grond.

Bovenzijde van het Serpentine Pavilion in Hyde park, Londen, ontworpen door architecten Herzog & De Meuron en kunstenaar Ai Weiwei. Foto Iwan Baan

Het liefst hadden de architecten Herzog en De Meuron het Serpentine Pavilion in het Londense Hyde Park onzichtbaar onder de grond gebouwd, als een kelder of een grot, met slechts een kleine deur als een geheime toegang. Maar dat mocht niet. „Voor de Britten is dit heilige grond”, zegt Pierre de Meuron met een klein lachje. „En bovendien zit je al snel op het grondwater.”

Vandaag gaat het Serpentine Pavilion voor het publiek open. Het is ontworpen door de Zwitserse architecten Herzog en De Meuron samen met de Chinese kunstenaar Ai Weiwei. Het is een geheimzinnige plek, in de grond verzonken onder een plat dak van staal dat maar anderhalve meter boven de grond hangt. Van binnen is het met kurk bekleed, een materiaal dat bijna de kleur van aarde heeft, de akoestiek verzacht en ook een heel eigen geur heeft.

Dit is de twaalfde keer dat de Serpentine Gallery een buitenlandse architect samen met een kunstenaar uitnodigt om naast de galerie een tijdelijk paviljoen voor drie maanden te bouwen. Daarvoor vragen ze architecten van internationale faam die nog niet in het Verenigd Koninkrijk hebben gebouwd. In eerdere jaren waren dat onder anderen Zaha Hadid, Oscar Niemeyer, Alvaro Siza, Rem Koolhaas, Frank Gehry, Jean Nouvel. Vorig jaar werden de Zwitser Peter Zumthor en de Nederlandse tuinontwerper Piet Oudolf benaderd.

Dat dit jaar De Meuron, Herzog en Weiwei werden gevraagd heeft te maken met de Olympische Spelen die deze zomer in Londen worden gehouden. Zij werkten al eerder samen aan het ‘Vogelnest’, het stadion dat vier jaar geleden werd gebouwd voor de Olympische spelen in Peking. Hun prachtige Allianz-stadion in München is onlangs nog in miljoenen huiskamers te zien geweest tijdens de finale van de Champions League. Herzog en De Meuron zijn geen onbekenden in Londen: eerder renoveerden ze Tate Modern.

Ai Weiwei mag vanwege zijn conflict met de autoriteiten China niet uit, dus ging de communicatie per sms en Skype. Dat was geen probleem, zegt Ai Weiwei in een videoboodschap: „Wij trekken samen op, drie soldaten in een oorlog.”

Het Serpentine Pavilion ligt dit jaar dus niet onder de grond, maar erin verzonken. „We waren het er meteen over eens dat we niet weer zomaar een object hier uit de hemel wilden laten neerdalen”, zegt De Meuron. „We besloten niet iets nieuws toe te voegen, maar te kijken wat er al is op deze plek.”

Daarom legden ze de plattegronden van alle voorgaande elf paviljoens over elkaar heen. Daaruit ontstond een patroon van cirkels, lijnen, trappen en balken dat de vorm van het interieur heeft bepaald. Van binnen lijkt het nog het meeste op een archeologische opgraving. „Dit is niet achteruitkijken”, zegt De Meuron, „dit is blootleggen wat er al is.” Architectuur, met andere woorden, is meer dan de jacht op de zoveelste nieuwe vorm of materiaal. „Het kan ook een reflectie zijn op wat er al is – op ons geheugen.”

Opmerkelijk aan dit jaarlijkse Britse prestigeproject, en relevant voor Nederland nu er naar een ander businessmodel voor de kunsten wordt gezocht, is de manier waarop het project wordt gefinancierd. Vooraf is er geen geld voor; ieder jaar „moeten we weer met onze vrienden praten”, zoals directeur Julia Peyton-Jones het formuleert. Het paviljoen wordt verkocht, meestal al voordat het opengaat, waarmee 40 procent van de kosten worden gedekt. Dit jaar kochten de Indiase staalmagnaat Lakshmi Mittal en zijn vrouw Usha het paviljoen. Wat ze ermee gaan doen, is nog onbekend.

Inl: serpentinegallery.org

    • Tracy Metz