Snoozen is lekker, maar is het eigenlijk wel gezond?

nrc.next-stagiair Thomas Rueb houdt van snoozen. Iedere ochtend zet hij zijn wekker telkens negen minuten later om nog drie kwartier te kunnen genieten in bed. Rueb: „Je hoeft nog even niet op te staan, je bent je halfbewust van je slaaptoestand, maar tegelijk voelt het juist alsof je heel diep slaapt.” Toch maakt Rueb zich zorgen, want hij kent spookverhalen die vertellen dat snoozen ongezond is. Klopt dat, of zijn het inderdaad maar spookverhalen?

Of snoozen ongezond is, hangt ervan af hoe je het doet, zegt Ysbrand van der Werf. Bij het Nederlands instituut voor neurowetenschappen onderzoekt hij de invloed van slapen op het functioneren van de hersenen.

Ieder mens heeft volgens Van der Werf zijn eigen slaapbehoefte. Die ligt meestal tussen de vijf en negen uur per nacht. „Iedereen moet naar zijn eigen lichaam luisteren om te bepalen welk aantal uren hem past.”

Van der Werf: „Je kunt dus prima snoozen, als je dat maar doet in de rafelranden van je nachtrust. Dus nadat je je benodigde aantal slaapuren al hebt gehad. Dan zorgt snoozen niet voor slaapverstoring.”

Maar daar zit precies het probleem zegt Hans Hamburger, hoofd van het Waakslaapcentrum in het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis. Snoozen wordt volgens hem vooral gedaan door avondmensen die ’s ochtends moeilijk hun bed uit komen. Zij gaan te laat naar bed, slapen daardoor te weinig uren en kunnen moeilijk opstaan als de wekker gaat.

„Dan zetten ze die wekker extra vroeg, zodat ze met snoozen langzaam wakker kunnen worden. Maar de wakkere momenten in die snoozeperiode gaan nog eens af van de toch al te korte nachtrust.”

In die gevallen is snoozen volgens Hamburger wel ongezond. Mensen die te weinig slapen zijn overdag niet scherp en maken sneller fouten in het verkeer. Onderzoek heeft ook aangetoond dat mensen met een structureel slaaptekort vatbaarder zijn voor hart- en vaatziekten en gemiddeld zelfs eerder overlijden.

Wilmer Heck

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl