Senaat op zoek naar waarheid en naar oplossingen marktwerking

Vandaag beginnen in de Eerste Kamer de hoorzittingen over de liberalisering van sectoren en privatisering van ex-staatsbedrijven. Het is het eerste, eigen parlementaire onderzoek van de Eerste Kamer. Critici zeggen dat alles al bekend is over de liberalisering. Zij vrezen een politieke afrekening.

Zenuwachtig? Nee, dat niet, zegt senator Roel Kuiper (ChristenUnie). Maar voor de zekerheid werd afgelopen vrijdag in de Eerste Kamer toch even een generale repetitie ingepland. Kuiper: „Het is een bijzonder moment. We zijn echt aan het pionieren.”

Nooit eerder haalde een voorstel tot een parlementair onderzoek een meerderheid in de Eerste Kamer. Tot nu. De senaat onderzoekt de privatisering en verzelfstandiging van overheidsbedrijven in de afgelopen twintig jaar. Vanmorgen begon de commissie-Kuiper aan de openbare hoorzittingen.

Er hangt voor de senatoren veel vanaf. Er zal media-aandacht zijn – ongebruikelijk voor de Eerste Kamer waar je zelden een journalist tegenkomt. Er komt een reeks aan oud-bewindslieden en oud-parlementariërs langs. En het is een mooie kans voor de senatoren om zich te profileren. Niet voor niets telt de commissie klinkende namen. Frank de Grave (VVD), oud-minister van Defensie en oud-staatssecretaris van Sociale Zaken. Guusje ter Horst (PvdA), oud-minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Marijke Vos (GroenLinks), oud-voorzitter van haar partij, en voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie naar de bouwfraude in de Tweede Kamer.

De senaat staat zich er al jaren op voor een chambre de réflexion te zijn. Senatoren beoordelen de kwaliteit van wetgeving op uitvoerbaarheid, doelmatigheid en mogelijke strijdigheid met de Grondwet. En dat doen ze in rustige, diepgravende debatten, één dag in de week – op dinsdag.

Maar senatoren zijn steeds zelfbewuster geworden, constateerde Eerste-Kamerkenner Bert van den Braak van de Universiteit Leiden enkele jaren geleden. Senatoren die al langer meegaan, spreken over „de groeiende status” van het instituut. In augustus 2010 klaagden ze in deze krant dat ze „geen stempelautomaat” van de regering wensten te zijn.

Een eigen parlementair onderzoek past prima in die ontwikkeling. Roel Kuiper: „Ik ben er blij mee. Het Nederlandse volk mag best weleens weten wat er allemaal gebeurt in de senaat. Dit is een mooie manier.” Maar, benadrukt Kuiper, het gaat nadrukkelijk niet om het beoordelen van de bewindslieden, maar op een inhoudelijk onderzoek: hoe is het parlementaire besluitvormingsproces precies gegaan, en wat zijn de gevolgen voor de samenleving geweest? Het blijft tenslotte de senaat.

Verzelfstandigde en geprivatiseerde staatsbedrijven zijn keer op keer onderwerp van maatschappelijk en politiek debat. Neem de woningcorporaties met de uitwassen en hoge salarissen. Of de problemen op het spoor waarbij NS en spoorbeheerder ProRail vooral naar elkaar wijzen. Kuiper: „Het heeft maatschappelijk veel teweeggebracht en er is veel kritiek van burgers op gekomen, zeker de laatste jaren. Een goed moment om eens terug te blikken.”

Maar dat vindt niet iedereen. Een overbodig onderzoek, concludeert bijvoorbeeld Barbara Baarsma, hoogleraar marktwerking- en mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam. Volgens haar is er al „ongelooflijk veel onderzoek” gedaan. „Niet alleen in de wetenschap, maar bijvoorbeeld ook door de SER en het ministerie van Economische Zaken, een doorwrocht werk.”

De conclusies uit al het onderzoek zijn redelijk eenduidig, zegt Baarsma. Dankzij privatisering worden bedrijven efficiënter, winstgevender en innovatiever. Voor burgers wordt het goedkoper en klantvriendelijker. Baarsma: „Als je maar zorgt dat er voldoende concurrentie is. Dat is de crux.” Baarsma vreest dat het onderzoek vooral een gevolg is van „anti-marktwerking-politici die niet blij zijn met de uitkomsten van eerdere onderzoeken”. Ze zegt: „Volgens mij kan de Eerste Kamer zich beter op de financiële crisis richten, de lessen uit de privatiseringen van de jaren ’90 zijn genoegzaam bekend.”

Roel Kuiper is het daar natuurlijk niet mee eens. „Het valt juist tegen wat er aan onderzoek is”, zegt hij. „Neem de politieke besluitvorming, of de perceptie van burgers.” Hij rekent er dan ook op dat het eindrapport, klaar in het najaar, zal leiden tot debatten in de Eerste en in de Tweede Kamer.

Al moet het onderzoek zelf wel allemaal een beetje gemoedelijk verlopen. Speciaal voor de verhoren is midden in de Oude Zaal een grote ovale tafel neergezet, waar de ondervraagden en de ondervragers gezamenlijk aanschuiven. De hoorzittingen worden door de senatoren ‘gesprekken’ genoemd. Kuiper: „We willen geen mensen in een streng verhoorbankje ondervragen. Het gaat erom dat we uiteindelijk samen oplossingen vinden.”

Zo is de senaat dan ook wel weer.

    • Oscar Vermeer