'Ons protest werd nooit gehoord'

Gerben Hardeveld van voormalige spoorbond FSV ziet NS als raderwerk. „Daar moet je niets uithalen.”

De neiging te juichen kon Gerben Hardeveld nauwelijks onderdrukken toen hij vorige week hoorde dat de NS zelf ook vraagtekens zet bij de splitsing tussen het spoorbedrijf en beheerder ProRail. „Daar hebben we zeventien jaar tegen gevochten, met onder anderen toenmalig topman Rob den Besten”, zegt hij. „Nooit hebben we bij de NS of bij het ministerie gehoor gevonden voor onze protesten.”

Hardeveld trok in de jaren negentig de aandacht toen hij als voorzitter van spoorbond FSV ten strijde trok tegen de marktwerking op het spoor. De discussie over de marktwerking kreeg in 1994 een forse impuls toen oud-Rabo-bestuurder Herman Wijffels in een rapport onder meer voorstelde de NS te splitsen in een spoorbedrijf en in een beheerder van het netwerk.

„Dat was ook een gevolg van Europese druk. Nederland wilde het beste jongetje van de klas zijn, ook bijvoorbeeld bij het losweken van de vrachtafdeling [Cargo]. De ministers Jorritsma en Netelenbos liepen veel te hard met Brussel mee. Een Franse minister zei ooit tegen mij: een heel, heel goed idee, maar niet voor Frankrijk.”

Hardeveld is duidelijk over de splitsing. „De NS moet je zien als een raderwerk; als je daar een onderdeel uithaalt, werkt het niet meer. Of dat nu de vrachtafdeling of de verkeersleiding of het onderhoud is.”

Het argument dat de verzelfstandiging van de NS misschien ook positieve effecten heeft gehad, is niet aan Hardeveld besteed. „Wij moesten toezien hoe het mooie spoorbedrijf waar we allemaal trots op waren door de overheid naar de knoppen werd geholpen.”

Hardeveld heeft als werknemer bij NS gezien hoe belangrijk het was om zelf problemen te kunnen verhelpen. „Als manager van het gebied rond Geldermalsen stuurde ik bij vorst de perronwachter met een brander naar de wissels. Na de komst van ProRail gebeurde dat niet meer.”

Zelf zag Hardeveld als voorzitter van de FSV zijn bond fuseren met de grotere spoorbond van de FNV. Dat had nog heel wat voeten in de aarde, omdat de bonden in de conflicten met de NS geregeld tegenover elkaar stonden. „We werden altijd een militante bond genoemd, maar dat waren we in de praktijk helemaal niet”, zegt de huidige FNV’er.

Volgens Hardeveld zat de NS in een onmogelijke positie ten opzichte van de overheid. „Ik heb me altijd afgevraagd waarom de leiding van de Spoorwegen niet feller gereageerd heeft tegenover de overheid. Maar ja, wiens brood men eet, diens woord men spreekt. De overheid levert de NS ook de vergunning en de financiële middelen. Dat bracht het bedrijf in een moeilijke positie.”

De vergelijking met bijvoorbeeld de telecomwereld gaat niet op, zegt Hardeveld. In die sector heeft de liberalisering voor veel aanbieders en lagere tarieven gezorgd. „Nederland is veel te klein om op grote schaal meerdere aanbieders op het spoor toe te laten. Je kan rails buigen, maar niet veel, zeg ik altijd.” Ook bij het rendement van liberalisering van de spoorsector in grotere landen zet Hardeveld vraagtekens . „Ik reed onlangs een half uurtje in Engeland met de trein. Daar is het netwerk geliberaliseerd en zijn verschillende aanbieders. Ik moest 50 pond betalen.”

    • Erik van der Walle