Meer sancties graag!

Iran is trots op zijn grootse verleden en het atoomprogramma is bedoeld om de status van vroeger weer te bereiken. Maar veel Iraniërs hebben er nu genoeg van.

Nationale drama’s beginnen altijd met zelfoverschatting. Keizer Wilhelm stuurde Duitslands zonen de loopgraven in voor een majestueuze oorlog, de Verenigde Staten zouden de ‘gooks’ in Vietnam wel eens laten zien wie de supermacht is en de Iraanse leiders willen een atoomprogramma om het glorieuze verleden te laten terugkeren.

Dat atoomprogramma, volgens de Iraniërs alleen voor vreedzame kernenergie, is na bijna tien jaar van dreigementen en onderhandelingen een fundament van de staatsideologie geworden. President Ahmadinejad spreekt graag menigtes toe met teksten als „wij geven geen jota toe” en „nucleaire energie is ons grondrecht”.

De sancties, ingesteld door het Westen en de Verenigde Naties om Iran te dwingen in te binden, doen pijn, zo geeft hij toe. „Maar ze brengen ons dichter bij zelfvoorzienendheid. We verwelkomen meer sancties”, zegt Ahmadinejad ook vaak.

De wens om zelf een atoomprogramma te hebben en zelf daarvoor nucleaire brandstof te maken, is sterk verbonden met Irans grootse verleden. Aan het begin van de moderne geschiedenis strekte het Perzische rijk zich uit van Egypte tot aan China en die glorieuze tijd is niemand vergeten.

De (nucleaire) wetenschap is de manier om die status weer te bereiken, vindt het leiderschap hier. Dat is overigens niets nieuws, de in 1979 verdreven sjah zag kernenergie ook als de manier om het land te verheffen. Het huidige Iran heeft als doel om zich nog in dit decennium te kunnen meten met de machtigste landen ter wereld.

Opperste leider ayatollah Ali Khamenei onderstreept dikwijls dat Iran het hoogste aantal wetenschappelijke publicaties ter wereld heeft. Daarnaast is Iran zeer actief op het gebied van nanotechnologie en nog deze maand zal een raket de Iraanse versie van de Russische ruimtehond Laika de wereld insturen, namelijk een nog naamloze aap.

„De horizon van de toekomst glimlacht naar het Iraanse volk”, verzekerde Khamenei onlangs in een toespraak.

Lange tijd steunde vrijwel iedereen de nucleaire ambities. Als het om hun land gaat, die eenzame staat ingeklemd tussen de Arabische wereld en Azië, kunnen Iraniërs heel slecht tegen onrecht. De hele wereld heeft kernenergie, argumenteerden veel mensen, dus waarom wij niet?

Maar het tij is gekeerd, onvrede over de economie, de sancties, het isolement hebben veel mensen van gedachten doen veranderen. Al deze druk, voor een reactor die nog niet eens een halve provincie van stroom kan voorzien?

„Dit is hun strijd geworden, maar niet langer de onze”, vertelde een verkoopster in een kledingzaak onlangs. „Ik snak naar een normaal leven, zonder strijd.”

Onafhankelijkheid en trots zijn sterke drijfveren om een volk te mobiliseren. Maar als de beloftes niet worden waargemaakt verandert de nationale zaak in een gevaarlijke molensteen voor diegenen die haar hebben bepleit.

Op 18 juni spreekt Iran voor de derde keer over zijn nucleaire programma met die wereldmachten, Amerika, Rusland, China, Groot-Brittanië, Frankrijk en Duitsland. Het doel is een compromis te vinden, en vrijwel iedereen in Iran hoopt daarop. „Ik zal biddend voor de televisie zitten”, zegt Ali, een kunstenaar. De teleurstelling en wanhoop zullen groot zijn als er geen oplossing komt.

Maar na jaren van politiek ingraven is het moeilijk, zo niet onmogelijk voor de leiders om hun standpunten op te geven zonder gezichtsverlies. En dat is gevaarlijk in een land vol ontevredenen.

Daarnaast hebben ze zichzelf ervan overtuigd dat het Westen – de vijand – op het punt van instorten staat. Alsof je een tapijt wil kopen van een handelaar die bijna failliet is; het is beter om te wachten en dan je slag te slaan.Het Iraanse volk moet geduld hebben, zeggen de leiders, men moet volhouden, standvastig zijn. Nog even, de overwinning is echt nabij.