Maak van verkiezingen een generatieconflict. Grijs ontwricht samenleving

Demonstranten Occupy. Foto AFP

‘Beloofd is beloofd’, buldert de politieke partij 50plus. ‘Vóór de toekomst’, piept jongerenbeweging G500. De samenleving zou er bij gebaat zijn als de laatste eens invloed krijgt, want de economische crisis laat demografische sporen na. Jongeren emigreren of stellen hun gezinsplannen uit.

Kinderen hebben de toekomst, luidt het gezegde. Maar in landen die het hardst getroffen zijn door de crisis, zoals Italië, Griekenland en Spanje, zakt het geboortecijfer ineen. Ondertussen houden ouderen de arbeidsmarkt voor jongeren op slot. Zij beschermen hun pensioenen ten koste van een nageslacht dat de schaapjes nog op het droge moet krijgen. Hypotheekrenteaftrek vinden zij belangrijker dan betaalbare starterswoningen.

Deze crisis is niet cyclisch, maar definitieve stap terug

Joel Kotkin, demograaf en expert in stedelijke toekomst, beschrijft jongeren en jongvolwassenen in Newsweek als “de verpeste generatie,  slachtoffers van omvangrijke verzorgingsstaten en immense, permanente schulden van hun ouders”. De ‘verworven rechten’, waar ouderen zo mee schermen, ontregelen volgens hem de bevolkingssamenstelling. Krantenberichten die Kotkin aanhaalt liegen er niet om. ‘Wekelijks verlaten duizend mensen Ierland, vooral net afgestudeerden’ (The Telegraph), ‘Jonge Europeanen besluiten geen gezin te starten’ (Helsingin Sanomat), ‘Aantal geboortes Spanje op niveau achttiende eeuw’ (boek El Suicidio Demográfico de España), ‘Meerderheid werklozen heeft gestudeerd’ (Investors Business Daily), ‘Dertigers werken als stagiairs’ (Esquire). Vooral in Europa laat de crisis haar sporen na in bevolkingsopbouw en levensplanning, weet Kotkin. Maar ook zijn thuisland heeft zo zijn indicatoren. “Ongeveer één op de vijf Amerikaanse 25- tot 34-jarigen woont bij de ouders in - een verdubbeling ten opzichte van dertig jaar geleden.”

Volgens Kotkin toont het aan dat de crisis niet cyclisch, maar een definitieve verlaging van het welvaartsniveau is. Arbeidsmarkten die niet meer aansluiten op afgestudeerden, serveersters en taxichauffeurs met een universiteitsdiploma - allemaal tekenen aan de wand. Maar het meest maakt de demograaf zich zorgen over de geboortecijfers. Jonge mensen die niet aan kinderen beginnen, dat getuigt volgens hem van een samenleving die niet meer in haar toekomst gelooft. “Deze demografische implosie is logisch, gezien de erfenis van babyboomers - zij die vasthielden aan goedbetaalde banen en privileges, maar weinig kans lieten aan hun kinderen.”

Generaties moeten zich tegen elkaar durven uitspreken

Het populaire tijdschrift Esquire spreekt zelfs van een “oorlog tegen de jeugd”. Toch is het volgens auteur Stephen Marche nog een taboe om de ongelijke verdeling van kansen tot generatieconflict te verheffen. “Wie durft hardop te zeggen dat ouderen nemen wat jongeren toekomt? Hoe maak je dat punt tegenover je baas? En als politicus, hoe leg je dat uit aan degenen die je steunen? Zelfs de Occupy-demonstranten, die de gebruiken en hulp van progressieve babyboomers afwezen, schrokken terug voor het beeld jong-tegen-oud.”

Marche heeft gelijk als het om traditionele partijen en instituties gaat, maar in Nederland geven twee organisaties nu wel degelijk smoel aan wat je een oplaaiend generatieconflict zou kunnen noemen. De politieke partij 50plus en de jongerenbeweging G500. Beiden beweren er onevenredig op achteruit te gaan. De eerste schrijft in haar puntenplan ‘beloofd is beloofd’, doelend op pensioenen en andere levensloopregelingen. De tweede heeft als slagzin ‘vóór de toekomst’ en pleit voor betaalbare starterswoningen en spreiding van welvaart. Voor het electoraat een duidelijke keuze. En winst voor de politiek als dit conflict in de Tweede Kamer uitgevochten wordt. Maar dan moeten generaties zich wel tegen elkaar durven uitspreken.

    • Steven de Jong