Ken je gasten en, vooral, praat met ze, kok!

Kook je graag? Dikke kans dat jij dan ook foto’s maakt als je met een groep op pad bent. Koks en fotografen zijn duikers, en dat bedoel ik niet onaardig. Heus niet. Ik ben er zelf ook een. Door in pannen te roeren, borden te serveren of je gezicht achter een schermpje te verbergen kun je je onttrekken aan een gezelschap. Je hoeft niet mee te praten. Je doet al wat.

Toch komt op gezette tijden de gedachte op: ‘We moeten die en die weer uitnodigen om te komen eten.’ Dat is gezellig. En leuk. Maar nog los van de vraag wat je dan in hemelsnaam op tafel zet, moet je ook bedenken welke invloed je kan uitoefenen op het slagen van zo’n avond. Je kunt wel met je rug naar je vrienden of familie toe eindeloos met de pollepel rondjes draaien in de pan, uiteindelijk moet jij het ook gezellig maken. Zes tips en één tip voor de disgenoten.

1Ken je gasten. Dat is meteen het grootste probleem, want meestal nodig je juist dat ene stel of die groep mensen uit om hen te leren kennen. Een goede vriend is vertrouwd. Die eet gewoon mee met de pasta-voor-de-kinderen-met-saus-uit-een-potje, terwijl je hem vroeger wellicht driegangendiners voorzette. Goed, als je je gasten niet goed kent: vraag wat ze lusten. Dat is altijd een beetje knullig om te doen, maar het moet. Niets is vervelender dan een exotische tuinbonensalade neer te zetten voor iemand die ervan walgt. En weliswaar weten vegetariërs een goed creatief etentje vaak in één klap in te perken tot drie schrale opties, maar wéét het als iemand geen vlees of vis eet. De vraag ‘er is toevallig toch geen vleesbouillon gebruikt bij deze artisjokkensoep?’ wil je vermijden.

2Laat de visite binnen. De eerste vijf minuten zijn van groot belang. Hoe doe je de deur open? Met z’n tweeën, wat een beetje overenthousiast lijkt maar wel gezellig is, of alleen? Laat je de jassen op het bed gooien of neem je ze restaurant-like aan? Sta je klaar met een drankje? Bedenk, de eerste minuten zijn sfeerbepalend.

3Geef iets te drinken. In een cocktailperiode serveerde ik als welkomstdrankje eens de Zuid-Amerikaanse cocktail pisco sour. De avond kon niet meer stuk. Iedereen was meteen licht tot zwaar beschonken. Toch kan dit ook misgaan. Bij gasten die geen cocktails lusten, geen bubbels, of geen alcohol. Vaak voelen zij zich dan verplicht om het toch op te drinken. Gasten zijn namelijk ook onzeker. Je bent niet de enige.

4Geen parels voor de zwijnen. Geef te eten, maar pas op. Serveer geen oesters aan pizzaboeren, geen wijngaardslak aan viesneuzen. Dat maakt ongemakkelijk. Bedenk bijvoorbeeld dat een traditioneel Italiaans etentje – u weet wel: een eerste gang met pasta (bijvoorbeeld pasta alle vongole) en een tweede gang (zeg, gegrilde tonijn met paprikasaus) – lastig is. Je gasten kunnen zomaar vragen of je ook ketchup hebt, voor bij de pasta.

5Laat los. Sommigen willen een tafelschikking, anderen willen zelfs de gasten tussen de gangen van stoel laten wisselen. Doe het niet, om dezelfde reden als hierboven: het maakt iedereen ongemakkelijk.

6Houd controle. Je moet praten, kok. Soms zie je stellen met een verdeelsleutel: ik kook, jij vermaakt de gasten. Probeer dat te vermijden, het is uiteindelijk onbevredigend. Waar je wel op let: de samenstelling van het gezelschap. Pas op met mensen die elkaar niet kennen. In gedachten kan het ideaal lijken om die en die eens met elkaar in contact te brengen. In je romantische mijmering worden ze op slag vrienden, of verliefd. In werkelijkheid kan het zomaar zijn dat iedereen zich zo opgesloten voelt als vreemden in een ingesneeuwd chalet. En check bij gezelschappen die elkaar wél kennen of er onderling geen spanningen zijn. Als dat zo is, geef dan liever een borrel of een feest. Of niets. Dan hoeven ze niet een hele avond en groupe met elkaar te praten.

7Tip voor de gasten: zeg dat het lekker is. Hoe dan ook. Liefst nog tijdens het eten zelf.