‘Je moet bidden om concurrentie’

Ex-KPN-topman Wim Dik is trots op de liberalisering. „Niet bemoeien is niet de beste kant van Kamer.”

Iedereen moest begin jaren negentig nog een beetje wennen aan een vrijere telecommarkt en de verzelfstandigde PTT. Ook het Tweede Kamerlid dat aan toenmalig minister Neelie Kroes vroeg waarom er op de Markt in Middelburg nog maar één telefooncel stond. In plaats van de drie die er vroeger altijd waren. „Gelukkig hield Kroes zich strikt aan de afspraken, dus ze zei keurig tegen het Kamerlid: daarvoor moet u niet bij mij zijn, maar bij KPN”.

Wim Dik, van 1988 tot 2000 bestuursvoorzitter bij KPN, kijkt met „veel tevredenheid en trots” terug op de verzelfstandiging en latere privatisering van het post- en telecombedrijf. Hij verbaast zich over de berichten in de media waaruit blijkt dat „de markt” steeds minder populair wordt. „Als er even iets misgaat met een poststuk, dan wordt direct geroepen dat het door de privatisering komt”.

Dat is zeker niet het geval, beweert Dik. „Ik denk dat de problemen bij PostNL [postonderdeel van toenmalig KPN] groter zouden zijn geweest als het nog een staatsbedrijf was. Dan had de Kamer bijvoorbeeld het ontslag van postbodes tegengehouden. Inderdaad, soms mensen die dertig jaar lang hard hebben gewerkt. Maar als mensen geen brieven meer schrijven, moet je hard reorganiseren. Met de overheid als aandeelhouder was dat geen haar beter verlopen. Alleen maar slechter.”

Als de D66-oud-staatssecretaris voor Economische Zaken kritiek moet hebben op de privatiseringsgolf in de jaren 90, is het dat het proces niet ver genoeg is doorgevoerd. „Bij de NS is de markt natuurlijk niet geliberaliseerd, het bedrijf niet geprivatiseerd. Dan krijg je dat de minister en de Kamer steeds over de schouder van het bedrijf meekijken. Dat hadden ze bij mij niet moeten doen. Je geeft als overheid een concessie met strenge voorwaarden en als het goed gaat, bemoei je je er niet mee. Maar niet bemoeien is niet de sterkste kant van de Kamer.”

Voor Dik is het simpel: elke markt waar zicht is op forse concurrentie moet je opengooien. „Het is voor een voormalig staatsbedrijf heel goed om de hete adem van een concurrent in de nek te voelen. Ik zei altijd: je moet bidden dat er een goede concurrent komt en als die er eenmaal is, dan sla je hem op zijn gezicht.”

Een van de gevolgen van de privatisering was ook dat KPN in 2001 onder een schuld van 23 miljard gebukt ging, nadat het bedrijf grote overnames had gepleegd. Onder Diks opvolger Paul Smits ging het bedrijf bijna failliet. „Als een staatsorganisatie zich ook zo ondernemend had gedragen, zou het net zo gelopen kunnen zijn. Zeker als men dezelfde beoordelingsfouten had gemaakt als mijn opvolger in het najaar van 2000.”

Voor de mogelijkheid dat het voormalige staatsbedrijf PTT volledig in handen van buitenlandse bedrijven zal komen, is Dik niet bang. Hij ziet het probleem niet. „Misschien zou ik het jammer vinden als er morgen op de gevel bij KPN een bord van Móvil [potentiële Mexicaanse koper] zou staan. Maar meer ook niet.”

Als voordeel ziet Dik dat bij telecom en bij post de activiteit niet uit Nederland kan worden gehaald. „Dat kan bij wijze van spreken wel gebeuren bij de overname van een koffiefabriek. Maar bij een telefoongesprek moet de verbinding tussen u en mij toch echt in Nederland worden gelegd.”