Gewild: onafhankelijke rechters als zandzakken

Laatst zag ik een man die was gebeten door een genetisch gemanipuleerde libelle. Dat zat zo. ’s Avonds laat zat ik thuis op de bank televisie te kijken in het kader van het wijsgerige onderzoek dat altijd ten grondslag ligt aan deze rubriek, en ik zapte langs een film die Superhero Movie heette.

Het verhaal ging over een nerd: de bètawetenschappelijke versie van een sukkel. Het leven van deze schoolgaande nerd veranderde ingrijpend, las ik in de informatie, op het moment dat hij werd gebeten door een genetisch gemanipuleerde libelle. „Hij ontwikkelt opeens superkrachten en wil hiermee misdaad bestrijden.”

Ik wist genoeg. Ik deed de televisie uit en paste het nieuwe inzicht toe op teksten die in mijn werkkamer lagen te wachten. Ik paste het bijvoorbeeld toe op de excuusmail van een bedrijf dat per ongeluk alle gegevens van zijn klanten naar het gehele adressenbestand had gestuurd. Sukkels, zou je zeggen. Maar nee, het bedrijf wees met nadruk op zijn ‘zorgvuldigheid’. En verzekerde me dat het nooit weer zou gebeuren. Fantastisch! Niet alleen zorgvuldig, in de toekomst ook nog onfeilbaar, het bedrijf moest wel over superkrachten beschikken. Inmiddels begreep ik hoe dat kon. Gebeten natuurlijk. Door een genetisch gemanipuleerde libelle.

Laat ik eerst iets uitleggen. Anders begrijpt niemand waar ik heen wil. Het was namelijk zo dat ik was blijven hangen bij die film over die nerd, omdat ik een paar uur eerder een mooi stuk in de krant had gelezen van Joris Luyendijk over zogenaamde quants. Dat zijn wiskundigen die opereren in het hart van de financiële wereld. Deze quants zijn een soort nerds, ze hebben dezelfde beperkte sociale vaardigheden, een sterke behoefte aan structuur en ordening en ze leiden vaak aan milde vormen van Asperger.

Een vak als ethiek, zei een hoogleraar wiskundige financiën tegen Joris Luyendijk, is voor zijn studenten daarom te lastig. Ze zijn niet in staat op basis van empathie allerlei complexe morele vraagstukken te bespreken in een sociaal debat, en dus zouden ze voor het examen allemaal zakken. Dan maar geen ethiek.

Hier had ik die middag, bij het lezen van de krant, verbaasd van opgekeken. Want als er nou één vak geschikt is voor mensen met milde vormen van Asperger, dan is het wel ethiek. De reflectie op morele vraagstukken vraagt immers om argumentatieanalyse, om het aanbrengen van patronen en structuren, en niet noodzakelijkerwijs om sociale vaardigheden. De beste studenten ethiek zouden net als quants onverbiddelijk zakken bij het bespreken van complexe vraagstukken in een sociaal debat. Complexe vraagstukken moet je ook niet bespreken, daar moet je over nadenken.

Dus. Wat had ik nu zelf in mijn gereedschapskistje zitten, zo laat op de avond alleen in mijn werkkamer? Ik had allereerst een indeling tussen twee groepen. Aan de ene kant quants, nerds en ethici. Aan de andere kant mensen die sociaal vaardig debatteren vanuit empathie en overige mooie gevoelens. Daarnaast had ik het nieuwe inzicht dat sommige mensen opeens worden gebeten door iets hogers – een libelle – en dan veranderen in een superheld die naar het goede streeft.

Dit instrumentarium paste ik nu toe op een tweede tekst die op mijn werktafel lag, het raadselachtige stuk dat twintig intellectuelen een dag eerder samen in de krant hadden geschreven. „Wij zijn allen Griekse joden”, schreven ze, uit solidariteit met Griekse joden bij de opkomst van Grieks neonazisme. (Om daaronder meteen te laten weten dat ze geen Griekse joden waren, maar ‘een Italiaanse winnaar van de Nobelprijs’ en ‘een Amerikaanse winnaar van de Nobelprijs’. Je moet solidariteit niet overdrijven.)

De twintig intellectuelen waren duidelijk gebeten door iets hogers: de Europese droom. Een droom van saamhorigheid, democratie, sociale vooruitgang en gelijkheid. Daar waren ze voor. Ze waren tegen uitroeiing, dodelijke aanslagen, terreur en ongelijkheid. En daarom moest er in Europa niet langer bezuinigd worden. Tot zover de inbreng van de morele superhelden bij het bespreken van complexe vraagstukken in een sociaal debat.

De nerd in mij begon te sputteren. Een beetje ethicus heeft niets op met zulke mooie gevoelens en verheven gedachten. Wil je een tweede Holocaust voorkomen, dan zul je moeten kijken wat daar praktisch voor nodig is. Het heeft geen zin boze pamfletten te schrijven omdat het water stijgt, je zult met zandzakken moeten slepen. Om de boel overeind te houden is er niet alleen dringend behoefte aan verstandig financieel beleid, maar ook aan robuuste rechtssystemen met onafhankelijke rechters die niet worden genegeerd door politici en bestuurders. Behoefte aan een betrouwbare administratie, die niet in het wilde weg beweert dat ze ‘zorgvuldig’ is en dat het rondstrooien van privégegevens van burgers ‘nooit’ zal gebeuren.

Zo besloot ik maar weer eens te schrijven over mijn grote zorgen omtrent rechtssysteem en registraties. Saai? Ja, saai! Ik zou genadeloos zakken voor een examen sociaal vaardig debatteren, ik weet het. Dat is ook de reden waarom niemand ooit zin heeft in ethiek: typisch een vak voor nerds.

    • Marjolijn Februari