Opinie

    • Ernest van der Kwast

Espresso met Bashar al-Assad

Afgelopen weekend sprak de Syrische president Bashar al-Assad het parlement toe. Het was zijn eerste publieke optreden sinds de slachting in Houla, waar vorige week 108 mensen op brute wijze werden omgebracht.

Foto AP/Sana

Chirurg

Afgelopen weekend sprak de Syrische president Bashar al-Assad het parlement toe. Het was zijn eerste publieke optreden sinds de slachting in Houla, waar vorige week 108 mensen op brute wijze werden omgebracht. ‘Als we geen pijn voelen, zoals ik die voelde, om de slachtoffers van deze gruweldaden - de kinderen in het bijzonder - dan zijn we niet menselijk,’ zegt Assad bij een espresso. ‘Zelfs monsters zouden geen slachtpartij aanrichten zoals die in Houla. Er bestaan geen Arabische of überhaupt menselijke woorden om het te beschrijven.’ Ik vraag hem wie hij verantwoordelijk acht voor het bloedbad in Houla. ‘Terroristen,’ antwoordt Assad. ‘Wie anders?’ Volgens de VN zijn er sterke aanwijzingen dat de moordpartij door regeringsgezinde strijders is aangericht. De Syrische president schudt zijn hoofd. ‘Als een chirurg in een operatiekamer snijdt en amputeert, zeggen we dan dat hij bloed aan zijn handen heeft?’ vraagt hij. ‘Of bedanken we hem dat hij de patiënt heeft gered?’ Zou het Syrische volk hem moeten danken? ‘De meeste chirurgen krijgen bonbons of bloemen,’ zegt Assad. ‘Ook als ze een borst of een neus amputeren.’ Voelt hij zich miskend? ‘Ik ken een chirurg die een gouden horloge heeft gekregen voor de amputatie van de verkeerde onderarm!’ zegt de Syrische president. ‘De patiënt vond dat de arts meer aan zijn Rolex had.’

    • Ernest van der Kwast