En nu nog olympisch goud

Het beachvolleybal zit in de lift. Sanne Keizer en Marleen van Iersel behaalden dit weekend in Scheveningen de Europese titel. De vrouwen gaan als medaillefavoriet naar de Spelen in Londen.

Sanne Keizer (aan het net) en Marleen van Iersel zaterdag in de kwartfinale tegen de Belgen Liesbeth Mouha en Katrien Gielen. Foto Floren van Olden

Het mulle zand in Scheveningen voelt vertrouwd aan voor de beachvolleybalsters Sanne Keizer (27) en Marleen van Iersel (24). Tijdens de lange voorbereiding op de Spelen trainen ze regelmatig onder moeilijke omstandigheden. Geen strakke bikini’s deze finalezondag, maar een degelijke wetsuit. Die blijkt prima te functioneren: de vrouwen behalen de Europese titel en gaan vol vertrouwen op jacht naar olympisch goud.

Keizer en Van Iersel kwamen gisteren in de finale geen moment in moeilijkheden tegen de Griekse duo Maria Tsiartsiani en Vasiliki Arvaniti. Ze wonnen met klinkende cijfers: 21-17 en 21-11. „Een makkelijke wedstrijd”, meent Keizer. „Sinds de kwartfinales halen we het niveau dat we straks nodig hebben in Londen. Dit is onze eerste grote titel, maar ik vind het nu al reëel dat wij goud pakken in Londen”, zegt ze vol zelfvertrouwen.

Op de prachtige binnenplaats aan de Horse Guards Parade in Londen moet het over twee maanden gebeuren. Keizer en Van Iersel weten al maanden dat ze naar de Spelen mogen. Voor het mannenkoppel Emiel Boersma en Daan Spijkers is dat anders: voor hen was het Europees kampioenschap een van de laatste mogelijkheden kwalificatiepunten te verdienen.

Boersma (31) en Spijkers (25) verliezen deze zondag de finale in twee sets van de Duitse oud-wereldkampioenen Julius Brink en Jonas Reckermann. Niet veel later kunnen ze alweer lachen. Ze weten dat de finaleplaats hun beste prestatie ooit is. Door hun zilveren medaille maken ze nog altijd kans op olympische kwalificatie. „We verdienen een bak punten”, zegt Spijkers, die weet dat een plek bij de beste zestien op de geschoonde wereldranglijst volstaat. „We kruipen dichterbij. Een jaar geleden had ik dit nooit kunnen denken. We moeten nog één, twee plekken stijgen. Daarvoor hebben we nog twee wedstrijden. Ik geef ons 51 procent kans het te halen.”

De kwalificatieprocedure blijft een doorn in het oog van de spelers. In theorie kunnen ze zich via de Continental Cup begin juli ook nog plaatsen. Volgens Boersma heeft de bond een foutje gemaakt in de puntentelling. „Het is allemaal erg onduidelijk. Bizar dat we zolang moeten wachten op zekerheid.”

Tijdens de EK in Scheveningen is duidelijk dat de Nederlanders zich kunnen meten met de toplanden. Zes Nederlandse koppels bereiken de kwartfinales, waarvan twee zelfs de finale. De eerder voor Londen geplaatste routiniers Richard Schuil (39) en Reinder Nummerdor (35) vliegen er in de kwartfinales uit. Ze verliezen van hun trainingsgenoten Boersma en Spijkers. „Fysiek kwamen we tekort”, zegt Nummerdor. „Maar ik vrees nergens voor. Wij pieken in Londen.”

De goede prestaties van de Nederlanders zorgen ervoor dat het Beach Stadium in Scheveningen het hele weekend goed gevuld is. Dat is geen verrassing voor Michel Everaert, directeur beachvolleybal bij de Nederlandse volleybalbond. „De sport maakt in ons land een spectaculaire groei door. Acht jaar geleden waren er slechts vier verenigingen. Nu 150. Uit onderzoek blijkt niet voor niets dat beachvolleybal bij de Spelen de best gewaardeerde televisiesport is”, aldus Everaert.

De ambities van de bond gaan verder dan Londen. In 2015 organiseert Nederland de WK. De speellocaties noemt Everaert spectaculair: de Dam in Amsterdam, voor het Centraal Station in Rotterdam, de Markt in Apeldoorn en natuurlijk het strand van Scheveningen. „we willen tegen die tijd de grootste zomersport van Nederland zijn. Olympisch goud zou ons daarbij enorm helpen.”

Voor Keizer en Van Iersel is het nog even wennen, zo’n eerste grote titel. Uit enthousiasme gooien ze hun zojuist gewonnen beker van het podium. Dat was iets te uitbundig. „We genieten hier enorm van”, zegt Keizer, een biertje drinkend. „Dat heb ik wel verdiend. En het is ook nog eens handig. Ik hoop dat de dopingcontroleur hierdoor minder lang op ons hoeft te wachten.”

    • Jens Pauw