De massa overtuigt me met haar gevaarlijke schoonheid

Nederland, Amsterdam, 03-06-2012. Voorstelling C(h)oeurs van regisseur Alain Platel in Carre op het Holland Festival in Amsterdam. Foto: Olivier Middendorp

C(h)oeurs v s C(h)oeurs

Het Holland Festival is geopend met ‘C(h)oeurs’. Theatermaker Alain Platel combineert theater, dans en opera. Theatercriticus Herien Wensink vindt het prachtig. Muziekcriticus Mischa Spel heeft zo haar bedenkingen.

Het is een even droef als tergend beeld: de kleine jochies die in C(h)oeurs op de klanken van Patria oppressa uit Verdi’s Macbeth op de handen van het koor worden afgevoerd, ruggelings, de ogen gesloten. Als minimartelaar, zoals we dat zo vaak zien op tv-beelden uit oorlogsgebieden. Gemengde gevoelens overvallen je: verdriet om de dode jongens; woede om hoe zij als propagandamiddel worden gebruikt. Choreograaf Alain Platel maakt een hemeltergende paradox mooi zichtbaar: hier wordt een emotie die alle mensen verbindt, verdriet, ingezet als instrument van strijd. Zijn C(h)oeurs onderzoekt zo het conflict tussen individu en collectief: wat maakt ons uniek, wat juist gelijk? Wat verdeelt ons, wat verbindt ons?

Platel had intellectuele aspiraties: over hedendaags populisme en kuddegedrag moest zijn voorstelling gaan. Teksten van Stéphane Hessel, Marguerite Duras en Jonathan Littell dienden als inspiratie. Maar de gebruikte tekstfragmenten (‘Simplisme is fascisme’) liggen ergerlijk voor de hand. C(h)oeurs overtuigt vooral in beelden, en vooral op emotioneel niveau. Platel plaatst de tien dansers van zijn les Ballets C de la B, gekleed in rood en wit, tegenover de amorfe, kleurloze massa van het 74-koppige koor. Schelle, valse kreten van de dansers doorbreken de perfecte harmonie van de koorzang. Als het koor in één uniforme beweging over het toneel rent, rennen de twee jochies en twee dansers in tegengestelde richting. Wie gaat er tegen de stroom in? Kinderen. Gekken. Kunstenaars. Eenzaam is dat, maar noodzakelijk.

Het koor, de massa, lijkt aanvankelijk verdacht. Hooligans zijn het, stadionjoelers, agressief tegen de afwijkende eenling in de veilige geborgenheid van de groep. Een danser op toneel, gevangen in een lichtspot en kwetsbaar in een witte jurk, wordt dreigend toegezongen door het koor vanuit de zaal. Het is tegelijk intimiderend en verrukkelijk, zoals dat vocaal geweld losbarst achter je rug, en je bijkans uit je stoel blaast. Die paradox is bewust: deze meute is bedreigend, maar het is ook de groep die de magnifieke Wagner- en Verdi-fragmenten ten gehore brengt. De gevaarlijke schoonheid van de massa, ook daar gaat C(h)oeurs over.

Gaandeweg toont Platel de diversiteit binnen het collectief. Individuele koorleden stellen zich voor. Sommigen dansen mee, anderen kleden zich samen met de dansers uit – een ontroerend beeld: met al onze verschillen zijn we naakt toch gelijk. De dansers lijken de zangers nieuwe theatrale middelen te bieden. Zelden was een koor zo levendig, dansant en dynamisch op toneel. Ook onthult de choreografie geheime diepten in de muziek. De bevende, amelodieuze bewegingen brengen nieuwe accenten aan. De dansers tonen klanken die hiervoor verborgen waren. Ze dansen in stilte op onzichtbare noten.

Terwijl het koor uiteenvalt in individuen, ontstaat meer één geheel met de dansers. Nu zien we een groep: allemaal eigen, en toch één. C(h)oeurs eindigt met een vertederend liefdesduet, op de hoopvolle ouverture van Verdi’s La Traviata, waarna 84 mensen op toneel simultaan de handen bewegen op het ritme van een hartenklop. Want de liefde, dat is wat al deze mensen verbindt. Op toneel, in de zaal en overal ter wereld.

    • Herien Wensink