opinie

    • Frits Abrahams

Cadeaus

Wat mij bij gedrukte uitnodigingen voor bruiloften en partijen in verlegenheid kan brengen, is de (in)discrete vermelding die er tegenwoordig vaak onder staat: het woord ‘cadeautip’ dat met een pijltje verwijst naar de tekening van een gesloten envelop. Dat betekent dat je geld moet meebrengen. Dit doen de mensen om te voorkomen dat ze drieënvijftig keer hetzelfde boek uit de bestsellerslijst krijgen.

Liever cash dus. Maar hoeveel?

20 euro met een biljet van 5 erbij? Dan ben je een kruidenier. Twee biljetten van twintig? Ach, waarom maak je er dan geen vijftig van? Maar als je écht om iemand geeft en je wilt er een stoere gift van maken, zou je toch ook honderd kunnen geven? Dát maakt indruk, dan zeggen ze niet achter je rug: toch een krentenkakker.

Zulke overwegingen kunnen het feestje bij voorbaat een beetje verpesten. Vooral als de ontvanger iemand is van wie je dacht dat hij er toch al warmpjes genoeg bij zat.

Steeds vaker doemen er sympathiekere varianten van de cadeaucultuur op. Sommige mensen laten weten dat ze zelf geen cadeau willen („Ik heb toch al alles”) en adviseren je een gift over te maken aan ‘een goed doel’.

Soms zeggen ze erbij wélk doel, meestal iets met kinderen of dieren. Je knikt dan aangenaam verrast: verstandige mensen, maar je moet vaak een maand later jezelf toegeven dat je nog steeds niets hebt overgemaakt. Als er geen sociale druk is, is de mens geneigd tot vergeten.

Een nuttiger variant is daarom het immateriële cadeau. Daarbij biedt de gever een gunst aan waarvan hij vermoedt of weet dat de ontvanger die op prijs zal stellen. De ontvanger kan er uiteraard ook zelf om vragen. Ik geef enkele bescheiden voorbeelden uit mijn eigen leven.

Mijn vrouw is erg tevreden over een brillenkoker die ze van haar opticien meekreeg na de aankoop van een bril. Het is een sierlijk, kleurig, modern gestroomlijnd geval dat helaas voor mij één groot nadeel heeft: het sluiten ervan gaat gepaard met een droge knal waarvan ik steeds even schrik. Het is geen knal, maar een tik, vindt zij. Ik blijf erbij dat het een knal is – een knal bovendien die ik niet hoor aankomen.

Wat is het verschil tussen een knal en een tik? Daar moet je niet te lang over discussiëren, anders vallen er deuren met een knal (of een tik) in het slot.

Nu ben ik van plan bij mijn eerstvolgende verjaardag – duurt gelukkig niet lang meer – bovenaan mijn verlanglijstje te zetten: ‘Vervanging brillenkoker’.

Daarmee bereik ik het gewenste doel zonder verder gedoe. De potentiële gever staat met de rug tegen de muur: weigering zou een affront zijn met grote gevolgen.

Ik hecht eraan op te merken dat het niet de bedoeling is dat bij de verjaardag van de ánder alles weer wordt teruggedraaid, in dit geval: comeback van de brillenkoker.

Het immateriële cadeau biedt eindeloos veel mogelijkheden. Het kan een aanbod zijn om een maand lang alle boodschappen te doen of de hond uit te laten, maar het kan ook de eis zijn niet langer als een halve dode, liggend op de bank in een ongewassen onderbroek, Pauw & Witteman te bekijken. Ieder kan zo’n cadeau op zijn eigen situatie toesnijden.

De ingewilligde wens moet wel daadwerkelijk worden vervuld. Onlangs vonden wij een oude, zelf gefabriceerde knipkaart van onze kinderen, die beloofd hadden vijf keer zonder geruzie de afwas te doen. De kaart vertoonde maar twee knipjes. Dat is in dertig jaar beslist te weinig.

    • Frits Abrahams