Buffon: ik mag met mijn geld doen wat ik wil

Het Italiaanse voetbal is opnieuw in de ban van een omkoopschandaal. Ook international Gianluigi Buffon wordt nu genoemd. Hoe een voetbalgek land naar de afgrond glijdt.

‘We zijn een land zonder zelfvertrouwen’, schreef de Italiaanse krant La Repubblica zaterdag, een dag na de 3-0 nederlaag van Italië tegen Rusland in Zürich.

Die zin had niet zozeer betrekking op het matige spel van La Squadra Azzurra als wel op de teleurstelling dat Italië (61 miljoen inwoners) opnieuw in de ban is van een omkoopschandaal, namelijk: Calcioscommesse (voetbalweddenschappen).

Na de omkoopschandalen Totonero (begin jaren tachtig) en Calciopoli (2006) is opnieuw gebleken dat sportieve fraude en corruptie dieper in het Italiaanse voetbal geworteld zit dan menigeen had gedacht. Dat wekt teleurstelling. Want het lijkt erop dat Calcioscommesse nóg groter is dan alle voorgaande schandalen.

Dit keer dringt het zelfs door tot de nationale ploeg, waar Juventus-doelman Gianluigi Buffon ervan wordt verdacht anderhalf miljoen euro te hebben ingezet op voetbalwedstrijden. Voor beroepsvoetballers in Italië is dat verboden. Buffon zou veertien cheques hebben ingeleverd bij een tabakszaak in Parma, dat eigendom is van een vriend.

Na de nederlaag tegen Rusland reageerde Buffon (34) laconiek op de verdachtmakingen. „Ik hoef me niet te verdedigen. Ik mag met mijn geld doen wat ik wil.” Zijn advocaat had kort daarvoor gezegd dat de cheques zijn benut voor de aanschaf van twintig Rolex-horloges. „Die aankoop past bij zijn inkomen, daar is niets vreemds aan”, zei hij.

Maar het houdt niet op bij Buffon. Ook verdediger Leonardo Bonucci (Juventus) zou zich schuldig hebben gemaakt aan illegale gokpraktijken. Domenico Criscito (Zenit Sint Petersburg) werd door bondscoach Cesare Prandelli zelfs naar huis gestuurd toen er meerdere aanwijzingen voor omkoping tegen hem waren.

Inmiddels zijn twintig Italiaanse voetbalclubs direct of indirect betrokken bij het onderzoek New Last Bet, waarmee het de voorgaande schandalen overtreft. Het speurwerk begon vorig seizoen, nadat de doelman van Cremonese (Serie C) zijn medespelers had geprobeerd te drogeren via drinkwater. Direct sloegen alle alarmbellen aan. Een nieuw, omvangrijk onderzoek volgde, waarna vijftien clubs uit de lagere divisies en één uit de Serie A (Atalanta Bergamo) gestraft werden.

Maar waar het vorige zomer nog relatief kleine namen betrof, lijkt het nu ook door te sijpelen tot de top van het Italiaanse voetbal. Trainer Antonio Conte, dit seizoen landskampioen met Juventus, kreeg te horen dat een officieel onderzoek is ingesteld ten tijde van zijn dienstverband bij Siena, een club die serieus wordt verdacht van matchfixing. Stefano Mauri, aanvoerder van Lazio Roma, is gearresteerd op verdenking van gokken op wedstrijden. Vorig zomer werd al duidelijk dat ook bekende spelers als Cristiano Doni (Atalanta) en voormalig international Giuseppe Signori vuile handen hebben.

Het ongeloof is (opnieuw) groot in Italië. Maar een tikje hypocriet is dat wel. Wie de geschiedenis er op naleest, weet dat omkoopschandalen vervlochten zijn met het Italiaanse voetbal. ‘Gigi’ Buffon zei het laatst nog in al zijn onschuld. „Als twee ploegen gelijk willen spelen, is dat hun zaak. Soms zegt men: twee gewonden is beter dan één dode.”

Vandaar ook dat de krachtige taal vanuit de Italiaanse politiek nogal ongeloofwaardig overkwam. De Italiaanse premier Mario Monti, die op alle denkbare manieren wil afrekenen met het tijdperk van voorganger, Silvio Berlusconi, schokte de voetbalgekke Italianen door voor te stellen „de voetbalcompetitie twee of drie jaar stil te leggen”, zodat deze ‘ziekte’ met wortel en tak uitgeroeid kan worden. Veel steun kreeg hij niet. „Als dat gebeurt, kunnen we het parlement ook net zo goed twee, drie jaar sluiten”, reageerde Palermo-voorzitter Maurizio Zamparini, waarmee hij bedoelde dat fraude en corruptie verder reiken dan de voetbalvelden.

Serieuzer waren de woorden van bondscoach Prandelli, die, na herhaaldelijke vragen over Calcioscommesse, zei: „Als men vindt dat we in het belang van het voetbal niet mee moeten doen, dan accepteer ik dat.” Volgens hem wordt het Italiaanse voetbal geteisterd door veertig, vijftig idioten. Zij brengen het Italiaanse voetbal naar het randje van de afgrond.

Onderzoek van Italiaanse economen wees uit dat er na Calciopoli (2006) twintig procent minder bezoekers naar de betrokken clubs kwamen. Ook het aantal tv-kijkers liep terug.

Alleen de grootste optimisten beweren nu nog dat Italië (in een poule met Spanje, Kroatië en Ierland) kans maakt op het EK in Polen en Oekraïne. Waarop dat gebaseerd is? Misschien wel op het verleden. Want bij de eerder schandalen, Totonero en Calciopoli, toen de hele wereld zich tegen de Azzurri keerde, gaf uiteindelijk de onderlinge verbondenheid en wilskracht de doorslag; Italië werd wereldkampioen in 1982 en 2006. Maar triomf of niet, zeker is dat het Italiaanse voetbal nog een hete zomer te wachten staat met Calcioscommesse.

    • Jan Cees Butter