Bloed op het Plein van de Hemelse Vrede

Op de vroege ochtend van zondag 4 juni 1989 rukten duizenden Chinese militairen op naar het Tiananmenplein in het centrum van Peking om de laatste studenten te verdrijven, die daar al weken hardnekkig campagne voerden voor meer vrijheid en democratie. Het vormde het dramatische sluitstuk van een periode waarin China even een meer liberale richting uit leek te kunnen gaan.

NRC Handelsblad-correspondent Willem van Kemenade zat op dat moment door omstandigheden in Hongkong. Toch had de krant op 5 juni een eigen ooggetuigenverslag, van fotograaf Vincent Mentzel die toevallig in Peking zat. De enige keer dat hij wel een artikel maar geen foto in de krant had, want het seinen van foto’s was mislukt.

Mentzel zag die nacht hoe een konvooi vrachtauto’s met „boerensoldaten” zich een weg baande naar het centrum. „Burgers zitten aan legervoertuigen of zitten erop en zij proberen de over het algemeen zwijgende soldaten, die bijna beschaamd en verlegen lachen, uit te leggen wat er in de stad aan de hand is”, schreef hij. „De golvende mensenmenigte beweegt zich met fiets en al luid klingelend en duwend van vrachtwagen naar vrachtwagen.”

Even later staat hij tussen een menigte die met flessen en stenen naar de soldaten gooit. „De soldaten staan met angst in de ogen tussen de uitzinnige, dampende menigte.”

Nog later wordt er met scherp geschoten, niet bij het Plein van de Hemelse Vrede, waar het relatief rustig blijft, maar in de omgeving daarvan. Hoeveel doden er vielen staat niet vast. Schattingen lopen uiteen van honderden tot duizenden.

Nog altijd is er veel duister rond de legeractie, bij voorbeeld of de opperste leider Deng Xiaoping daar zelf opdracht toe gaf. Maar de kans op meer politieke vrijheid was hoe dan ook voor langere tijd verkeken.

    • Floris van Straaten