Als de aandacht maar blijft

Peter R. de Vries is gestopt met zijn misdaadprogramma. De mensen die hem schrijven, blijven achter met hun cold case. Hoe houd je een zaak warm, die door de politie al lang opgegeven is?

Een paragnost schuifelt geblinddoekt de huiskamer van Wil Vreeburg in Vught binnen. Hij betast een half vergaan jasje. „Aaaagghhh”, zegt hij terwijl hij naar zijn keel grijpt. „Ik weet zeker dat-ie er twee vermoord heeft.”

De 24-jarige Caroline Pino werd in 1996 gewurgd in een slaapzak naast een snelweg bij Parijs gevonden. Met een vriend liftte ze van Portugal naar Parijs, waar haar ouders op een camping op haar wachtten. Halverwege besloot ze alleen verder te reizen. Ze kwam nooit aan. Pas na een zenuwslopende maand bleek dat ze was vermoord.

Na al die jaren is er nog steeds geen enkel spoor van de dader. Dit jaar verjaart de zaak in Frankrijk. De zaak-Pino is, zoals dat heet, een cold case. Een paar maanden geleden belde het misdaadprogramma Het Zesde Zintuig van RTL4 moeder Wil Vreeburg, of ze toch niet nog eens mee wilde doen. Haar kinderen sputterden tegen, maar zij wilde wel. Alles voor een antwoord. Het zou de láátste poging zijn. Echt.

Het Zesde Zintuig is de allerlaatste hengel die je kunt uitwerpen, als al je andere pogingen niets hebben uitgehaald. En Vreeburg had al vaak uitgeworpen. Toen bleek dat de Franse politie weinig meer ondernam in de zaak van haar vermoorde dochter, schreef ze de kranten aan, liet cameraploegen binnen, publiceerde een boek, lunchte met misdaadverslaggevers. Allemaal met nul resultaat.

Ook Peter R. de Vries dook na een jaar op de zaak. Maar ook hij bleef steken. En dat zal zo blijven, want gisteravond was de allerlaatste uitzending van Peter R. de Vries, misdaadverslaggever. Hij stopt ermee, hij is er moe van.

De mensen die hem brieven schrijven zijn dat niet. Zij vragen zich dag na dag af: hoe hou ik mijn zaak warm? Zonder aandacht voor je vermoorde kind of verdwenen echtgenoot, komt er ook geen nieuw onderzoek, geen nieuwe tips, geen oplossing, geen afsluiting. Het lukte Peter R. de Vries soms om met een kleine aanwijzing een oude zaak nieuw leven in te blazen, of zelfs op te lossen. Waar kunnen nabestaanden nu heen?

Er zijn genoeg mensen die werk maken van onopgeloste moordzaken. Kijk naar Pino. De zaak had alle ingrediënten voor een goed verhaal. Een jonge vrouw. Vermoord. Parijs. Een zeer geëmotioneerde moeder die erover wilde vertellen. En een hoog ‘dat had ook mijn kind kunnen zijn’-gehalte. Aan aandacht ontbrak het Vreeburg niet en die aandacht was meer dan welkom. „Ik dacht: met al die aandacht komen we de dader wel op het spoor.”

Toen het de Fransen niet lukte om het gevonden lichaam binnen een paar maanden na de moord te identificeren, schreef de wanhopige Vreeburg de Volkskrant aan. Een klein artikeltje zette de boel in gang. De cameraploegen van SBS6, RTL4 en KRO belden aan, op zoek naar tranen. Primeurjager Gerald Trentelman van Panorama, auteur van verhalenbundel Bombrief voor oma, nam haar mee uit lunchen. Hij werd tot onvrede van z’n baas afgetroefd door een dame van Nieuwe Revu, die het verhaal eerder publiceerde. Tros Vermist maakte meer werk van de zaak en reisde met haar af naar Parijs. Verward liet de crew haar daar achter om naar de intussen gevonden An en Eefje, slachtoffers van Dutroux, te snellen.

Vreeburg vond het allemaal best, zolang er maar aandacht was. „Aandacht hield mijn dochter in leven.”

De zaak koelde af. De Nederlandse politie kon niets, de Franse politie deed niets. Dus belde Vreeburg na een jaar Peter R. de Vries, die haar uitnodigde voor een gesprek op kantoor. Zij overhandigde hem het dossier. ‘We gaan er werk van maken’, zei hij. Peter R. de Vries vond iets nieuws, een tweede woning van een verdachte, maar die bleek later toch onschuldig. Vreeburg: „Hij is de enige die het echt uitzoekt.”

Als de oplossing van een cold case een vis in een enorme vijver is, dan had Peter R. de Vries de grootste netten, die hij op de beste plekken uitzette. Hij had een goed onderzoeksteam en een flink budget. Hij kon voor de politie verboden, maar effectieve onderzoeksmethodes hanteren, zoals met verborgen camera’s uitlokken. En hij had goede banden met de politie. Belangrijk, want die moet bereid zijn nieuwe aanwijzingen te onderzoeken en mensen te horen, een dure en tijdrovende klus.

Laten we eerlijk zijn, zegt teamleider Theo Vermeulen van het cold case team van de politie Amsterdam. „Amsterdam telt driehonderd cold cases. Wij kunnen er maar vier of vijf per jaar doen. Peter R. de Vries deed wat wij soms moesten laten liggen of fout hadden gedaan.” Hij werkte graag met hem samen.

Nog een pluspunt: Peter R. de Vries had met zijn tv-programma een enorm bereik. Dat leverde veel tips op, en ook betrokkenheid van de politie. Want die neemt vooral cold cases in behandeling die „een grote maatschappelijke impact” hebben, zegt Vermeulen.

Impact is te creëren met media-aandacht. En misdaadverslaggevers zoeken daar hun zaken weer op uit. Misdaadverslaggever John van den Heuvel van De Telegraaf: „Er moet muziek in een zaak zitten. Is het schrijnend? Kun je compassie met de nabestaanden voelen? Dan is het minder moeilijk om er aandacht voor te vragen.”

Er is een hiërarchie onder misdaadverslaggevers, zegt Van den Heuvel, die zelf zo’n twee tot drie verzoeken per maand krijgt. Die hiërarchie wordt vooral bepaald door het bereik van het medium. Televisie op één, grote kranten op twee, kleinere bladen op drie. Dus leuren mensen met hun cold case. Hebben ze bot gevangen bij Peter. R. de Vries, dan komen ze naar het cold case team van De Telegraaf. Doet die het niet, dan gaan ze naar tijdschriften, of zoeken ze een freelance auteur of oud-rechercheur op.

Toen alle pogingen van Wil Vreeburg op niets uitliepen, braken de stille jaren aan. Alleen Peter R. de Vries stuurde ieder jaar een pakketje bij Kerst. Vreeburg zocht troost bij andere ouders van vermoorde kinderen. Ze stuurde brieven naar kranten, liep mee in stille tochten, schreef een boek. Op de stoep niet langer misdaadverslaggevers, maar praatprogramma’s met Karin de Groot en Catherine Keyl.

Maar de tijd begon te dringen, want de zaak verjaarde. Toen Het Zesde Zintuig, op zoek naar een aansprekende zaak, belde, weigerde Vreeburg eerst. Vanwege het budget konden de paragnosten niet naar de plaats delict afreizen, maar enkel naar het kerkhof in Vught. Dat zag Vreeburg niet zitten. Theo Vermeulen van het cold case team van de politie Amsterdam, zou het sowieso afraden. „Het Zesde Onzintuig? Wij doen nooit iets met tips uit dat programma. Het zou verboden moeten worden, want het heeft nergens ter wereld ooit iets opgeleverd.”

Een jaar later was er wel geld voor een reis naar Parijs. En Vreeburg, aan wie de onzekerheid knaagde, deed mee. De tips van de parag-nosten zijn naar de Franse recherche gestuurd. Vreeburg wacht nu tot zij daar iets mee gaan doen.

En dan is het klaar. Echt.

Maar helemaal afkoelen zal de zaak niet. Want als er ook maar de geringste kans is op het vinden van de dader, zegt Vreeburg, zal ze toch weer ja zeggen als er een tv-programma komt. „Zolang de dader vrij rondloopt en alle vragen onbeantwoord zijn, kun je niet afsluiten.”

    • Freek Schravesande
    • Carola Houtekamer