• Ik

Spelletje

Enigszins gespannen zit ik in de trein richting Zaandam voor een sollicitatiegesprek voor mijn eerste baan. Tegenover mij gaan een vriendelijke vrouw en haar zoontje zitten. Ik schat hem niet ouder dan acht. Hij is druk in de weer met een spelletje op zijn smartphone. Als zijn moeder met oprechte interesse vraagt wat het doel

Enigszins gespannen zit ik in de trein richting Zaandam voor een sollicitatiegesprek voor mijn eerste baan.

Tegenover mij gaan een vriendelijke vrouw en haar zoontje zitten. Ik schat hem niet ouder dan acht. Hij is druk in de weer met een spelletje op zijn smartphone. Als zijn moeder met oprechte interesse vraagt wat het doel van het spelletje is, antwoordt het jongetje kortaf: „Niks! En dat is nou juist zo leuk!”

Pepijn Dekker

    • Ik